Op donderdag 1 maart vliegen we eerst van Rio naar Sao Paolo, en vervolgens van Sao Paolo naar Amsterdam, waar we op vrijdag 2 maart landen en worden verwelkomd door onze familie.
Het zit er weer op, na (bij benadering):
Het uitzicht waarmee we afscheid nemen van Rio, maar eigenlijk van heel Zuid-Amerika.
Ons huis is mooi versierd met o.a. een prachtige slinger van Aimée.
We hadden nog plek voor een best wel groot aantal punaises op onze wereldkaart.
Van Rio naar Nederhorst den Berg remains copyright of the author capibara, a member of the travel community Travellerspoint.
Comment on this entry | Tweet this | Your own free travel blog | More Travellerspoint blogs
]]>Vervolgens gaan we een week naar het eiland Ilha Grande, op een uurtje varen van Angra. Het eiland is een paradijs, met de mooiste stranden van Brazilië, heuvels met jungle, en een toeristisch dorpje met een paar aardige restaurants. We willen eerst vier nachten blijven, maar we verdubbelen ons verblijf.
We wandelen er een paar keer door de jungle, maar vaker nemen we een bootje dat ons in drie kwartier naar het strand van Lopes Mendez brengt, waar we zwemmen in kristalhelder water en poedelen in de sterke branding. Op het strand nemen we een paar keer de afgelopen reis door. We hebben er erg lang voor nodig. Twee keer worden we tijdens onze evaluaties gestoord door een tiental Mico’s; aapjes die niet groter zijn dan een centimeter of twintig (aangevuld met gestreepte staartjes van nog eens twintig centimeter).
Het strand van Angra dos Reis
Carnaval in Angra dos Reis
De stranden van Ilha Grande
Je moet goed kijken, maar hier zie je één van de aapjes die we op het strand van Lopes Mendez zagen.
Het bootje waarmee we naar Lopes Mendez gaan.
Het uitzicht tijdens een van onze wandelingen door de jungle van Ilha Grande.
De tuin van ons hotel met het mooie uitzicht.
Angra en Ilha Grande remains copyright of the author capibara, a member of the travel community Travellerspoint.
Comment on this entry | Tweet this | Your own free travel blog | More Travellerspoint blogs
]]>We gaan dus naar Rio, en dat voelt best een beetje spannend. We hebben namelijk diverse verhalen gelezen en gehoord over Rio, waarin de onveiligheid iets te vaak wordt genoemd. Er worden ongeveer drieduizend mensen per jaar vermoord en er zijn wijken waar de politie en het leger niet eens naar binnen durven. Bovendien hebben we een hotel gereserveerd in de wijk Copacabana, waar het volgens onze reisboeken ook niet altijd even veilig is, en waar je nooit iemand moet vertrouwen.
Omdat we ook hebben gehoord dat er zelfs oorbellen uit oren worden getrokken, nemen we het zeker voor het onzekere; we stappen zonder sieraden en piercings uit het vliegtuig. De taxirit van het vliegveld naar het hotel stelt ons niet erg gerust; bij elke afslag staat een politiewagen met zwaailicht en een paar zwaarbewapende agenten.
Gelukkig blijkt ons hotel prima, kan de kamerdeur op slot, en hebben we een grote kluis. Vanaf ons balkon werpen we een voorzichtige blik op het strand van Copacabana. We eten toch maar in het restaurant van het hotel.
De volgende dag wagen we ons op straat. Voor het eerst nemen we niet de grote fotocamera mee, die we in de kluis hebben gelegd, maar gaan we op pad met een kleine camera, die onopvallend meegaat, verstopt onder een T-shirt. Schichtig lopen we vanaf het hotel door een aantal winkelstraten richting de Copacabana boulevard, en eigenlijk worden we door niemand lastig gevallen. De spanning ebt weg.
Het strand is erg mooi en ligt lekker vol. De boulevard is 5 kilometer lang, heeft een opknapbeurt gekregen, en ziet er erg netjes uit, met mooie stalletjes waar kokosmelk met een rietje uit een kokosnoot kan worden gedronken. Naast de boulevard loopt een fietspad waar tientallen mensen joggen. Het voelt totaal niet onveilig.
Rio heeft geen bijzonder mooi historisch centrum, maar heeft wel de bovengenoemde stranden, het bij voetballiefhebbers bekende Maracana stadion, én twee van de mooiste uitzichtpunten ter wereld; de Corcovado, waar een witte Christus op zo’n 900 meter hoogte zijn zegen aan de stad geeft, en het Suikerbrood. We bezoeken beide wereldberoemde heuvels en het uitzicht is er inderdaad schitterend. Rio blijkt, landschappelijk gezien, de mooiste stad van de reis. De stad is gebouwd op de flanken van tientallen heuvels, die in de oceaan afdalen. Op een aantal heuvels groeit nog ongerept Atlantisch oerwoud, maar op de toppen van veel meer heuvels liggen de favelas, de sloppenwijken, waar 4 miljoen mensen wonen. Aan de voet van de heuvels liggen de baaien met prachtige lange stranden, zoals Copacabana, Leblon en Ipanema (waar een appartement met uitzicht op zee al snel meer dan een miljoen euro kost). Langs de stranden torenen hoge flats tot zover je kunt kijken.
We gaan richting het einde van de reis en we verlagen langzaam ons tempo. In Rio genieten we daarom ook van de stranden. Het is er erg gezellig. Ook de restaurants in Rio zijn prima. Het is in Brazilië de gewoonte om naar een buffetrestaurant te gaan. We smullen o.a. in “all you can eat” restaurant Marius (met absoluut het beste eten van de reis) en in een restaurant waar je je bord vult met om het even wat, om vervolgens een vast bedrag per kilo te betalen.
Omdat we vantevoren nogal huiverig waren qua veiligheid hebben we gepland dat we Carnaval niet in Rio doorbrengen, waar we op dat moment best wat spijt over hebben. We verlaten Rio op vrijdag 16 februari, het begin van Carnaval.
De boulevard en het strand van Copacabana.
Het uitzicht vanaf Corcovado
Het uitzicht vanaf het Suikerbrood.
Het centrum van Rio.
Rio de Janeiro remains copyright of the author capibara, a member of the travel community Travellerspoint.
Comment on this entry | Tweet this | Your own free travel blog | More Travellerspoint blogs
]]>Maar goed, dan nu toch nog een stukje verslag. Vanuit Tucuman hebben we een lange reisdag. We vliegen eerst terug naar Buenos Aires, daar stappen we over in een ander vliegtuig naar Posadas, waar we nog een taxi nemen om ons in een uur naar San Ignacio te rijden. We hopen van harte dat dit het laatste taxiritje is waarbij we ons hart weer moeten vasthouden. De snelheid is weer erg hoog en inhalen voor heuvels of bochten blijkt gewoon mogelijk.
San Ignacio is een klein dorp dat op zich niet veel voorstelt, maar het is bekend vanwege de ruïnes van San Ignacio Mini. Dit is de best bewaarde en de grootste jezuïetenmissie van Argentinië. In dit gebied bevinden zich verschillende jezuïetenmissies; nederzettingen van tot het christendom bekeerde indianen. Rond 1600 vond er een ingrijpende verandering plaats in de onderdrukking van de indianen. De Jezuïetengemeenschap kreeg de rol als bestuurder van de missies waar de vreedzaam bekeerde indianen werden ondergebracht. De missie in San Ignacio was een echt dorp, met een klooster, kerk, werkplaatsen e.d.
Na onze aankomst in San Ignacio brengen we een bezoek aan de ruines. Deze zijn nog zo goed bewaard dat we gemakkelijk een beeld kunnen vormen van hoe de missie er rond 1600 uit moet hebben gezien. De omgeving is prachtig met rondom een dicht woud dat doet denken aan de jungle, mede omdat hier ook ineens weer meerdere muggen zitten. Bovendien is het hier ook ineens heel erg vochtig warm. We hebben de hele reis nog niet zo hoeven zweten (als we niets doen) als hier in San Ignacio.
Als we terug lopen naar ons hotel zien we langs de weg een bord waarop wordt aangekondigd dat San Ignacio vanavond carnaval viert. We verwachten er niet veel van, maar aangezien er verder ook niets te doen is, kopen we 2 kaartjes voor een bezoek aan de parade. Het is onduidelijk hoe laat het begint, maar volgens de dame van ons hotel start het rond 22:00 uur. We zitten om 21:00 uur, als enige, op een terrasje langs het dans-parcours waar we een pizza willen bestellen. Terwijl we net zitten valt echter de stroom uit, het is ineens aardedonker. We moeten dus ook nog even wachten op onze pizza. Als na een uur de lampen weer aangaan, krijgen we ook binnen 10 minuten een pizza. Dat is vreemd, we hadden namelijk nog helemaal geen kaart gezien en dus ook nog geen pizza uitgezocht. Maar bij nader inzien blijkt dat niet zo vreemd, het ‘restaurant’ heeft slechts één soort diepvriespizza’s. Het smaakt nergens naar, maar het vult.
Rond 22:30 wordt het langzaam iets drukker, maar er gebeurt nog weinig. Om 23:00 zijn we het wachten wel zat, maar het wordt toch nog steeds drukker, dus we houden nog even vol. We zien ook steeds meer mensen lopen met spuitbussen met schuim. Blijkbaar vinden ze het hier leuk om elkaar met schuim ‘nat’ te spuiten. Ook wij krijgen af en toe wat schuim over ons heen. Om 23:30 uur gaan eindelijk de hekken open. Er verschijnt een groepje danseressen, variërend in leeftijd van 4 tot 30 jaar, in prachtige glinsterende bikini’s en veren op hun hoofd. Daarachter loopt een groep jongens die muziek maken, met vooral veel trommels. Daarna gaan de hekken weer dicht. Na 10 minuten gaan de hekken opnieuw open en komen er weer 2 groepen; eerst danseressen en dan weer de muzikanten, nu ook nog gevolgd door een versierde wagen met Prinses Carnaval. Waarschijnlijk zijn het telkens groepen per wijk of per dansschool. Wij zien zo ongeveer 8 verschillende groepen voorbij komen en zijn verbaasd waar al deze mensen vandaan komen. En dan te bedenken dat het eind nog niet in zicht is. Vooral de danseressen zien er erg mooi uit, bovendien kunnen ze, in onze ogen, erg goed dansen. Toch gaan wij om 1:30 uur als één van de eersten naar bed. Wij moeten morgen weer vroeg op om de bus van 8:00 uur naar Puerto Iguazu te halen. We horen echter dat de muziek nog tot diep in de nacht doorgaat.
Wij staan dus inderdaad de volgende dag om 8:00 uur bij de bushalte voor een rit van 6 uur naar Puerto Iguazu. We gaan hier naar de watervallen van Iguazu. Iguazo betekent ‘groot water’ in Indianentaal. Dit is geen slechte naam als je bedenkt dat over een afstand van 2,5 km 275 watervallen naar beneden storten, variërend van smalle slierten tot brede stromen water. Met een hoogte van 72 meter zijn ze zelfs hoger dan de Niagara watervallen (47 m). Daarbij geldt dat de watervallen van Iguazu rondom omgeven zijn door een prachtige jungle. Dit betekent dat je als bezoeker via verschillende wandelpaden door de jungle langs de verschillende watervallen kunt wandelen. Tenslotte geldt nog dat de watervallen voor twee derde in Argentinië liggen en voor een derde in Brazilië en grenst het ook nog eens aan Paraguay.
De eerste middag bezoeken wij de watervallen aan de Braziliaanse zijde. Hier maken we een mooie wandeling door de jungle die eindigt op een voetgangersbrug onder aan de watervallen, midden in de zogenaamde duivelskloof. Het water klettert met een enorm geweld naar beneden, waardoor er veel water opstuift en wij behoorlijk nat worden. We krijgen deze middag al een goed beeld van de watervallen. Volgens de boeken is het panorama aan de Braziliaanse kant ook het best. Op onze wandeling terug zien we meerdere coati’s, dit zijn neusberen die hier in het wild leven. Later blijkt dat we deze coati's hier nog veel gaan zien en dat ze wat aandacht, en vooral eten, van mensen wel leuk vinden.
De volgende dag brengen we een bezoek aan de Argentijnse zijde van de watervallen. Aan deze kant is het mogelijk om nog meer wandelingen te maken, zowel onderlangs als bovenlangs. Wij maken alle mogelijke wandelingen en zien naast héél veel water ook nog prachtige vlinders, neusberen, 2 apen en een krokodil.
Aan het eind van de dag hebben we ook nog tijd om van het prachtige zwembad van ons hotel te genieten. Wij slapen hier in stijl met een zwembad met een eigen waterval. Wat wil je nog meer? De laatste dag gaan we nog één keer naar de watervallen om nog een mooie wandeling door de jungle te maken. Dit keer naar een kleine waterval die door slechts weinig toeristen wordt bezocht en waar we dus vooral lekker rustig kunnen lopen.
De ruïnes van San Ignacio Mini
Carnaval in San Ignacio
De watervallen van Iguazu aan de Braziliaanse zijde.
De coati's bij de watervallen.
De watervallen van Iguazu aan de Argentijnse zijde.
Een mooie vlinder waarvan je er vele zag.
Ons zwembadje met eigen waterval.
Van Tucuman naar Puerto Iguazu remains copyright of the author anje, a member of the travel community Travellerspoint.
Comment on this entry | Tweet this | Your own free travel blog | More Travellerspoint blogs
]]>Omdat jullie natuurlijk willen weten hoe de laatste weken zijn verlopen, willen we jullie vragen om nog een paar dagen geduld te hebben. Als beloning staan de foto´s er dan wel meteen bij.
Morgen (28-2) is onze laatste dag van de reis. We zijn nu in Rio, en vliegen donderdag naar huis, om daar vrijdag aan te komen.
Adios,
Anje y Richard
De laatste weken remains copyright of the author capibara, a member of the travel community Travellerspoint.
Comment on this entry | Tweet this | Your own free travel blog | More Travellerspoint blogs
]]>In de afgelopen maanden hebben we het idee gekregen dat we een beetje Spaans konden verstaan. Spreken blijft lastig, maar verstaan gaat wel (vinden we zelf). In de buurt van Salta spreken ze helaas ineens een ander soort Spaans. Wij begrepen bijvoorbeeld al een tijdje dat pollo wordt uitgesproken als pojjo en een kip is, maar hier wordt een kip ineens aangesproken als posjo. Niet dat we ooit posjo of pojjo bestellen, maar het is een voorbeeld van de andere uitspraak van de woorden met dubbele el. Om nog maar te zwijgen van de gewijzigde uitspraken van alle andere letters.
Zo gaan wij de volgende dag naar wat wij Kaffajate noemen, maar wat hier ineens Kafasjate heet. Gelukkig weet de buschauffeur waar het ligt. Helaas hebben we al snel pech met de bus. Na tien minuten staan we stil, en menen we te begrijpen dat de luchtgekoelde remmen het niet goed doen. Op zich is het in de bergen wel handig als de remmen enigszins gekoeld worden, dus zijn we blij dat er hulptroepen komen om de boel te repareren. Na een uurtje gaan we verder, mét remmen.
Het parcours is absoluut prachtig, en uniek ten opzichte van wat we eerder zagen. De vallei tussen Salta en Cafayate wordt gaandeweg steeds mooier. De bergen zijn kameelbruin en diepgroen, maar steeds vaker helemaal okerrood, gekleurd door de mineralen (zoals koper en ijzer) in de stenen. Met het risico om uitgemaakt te worden voor snobs: we vinden het nog het meest lijken op Monument Valley in California. Omdat we het vanuit de bus niet echt goed kunnen zien, nemen we de volgende dag een taxi om het mooiste gedeelte nogmaals te bekijken (en de nodige foto´s te nemen).
Het dorpje Cafayate zelf is erg leuk. De omgeving is prachtig, zoals hierboven beschreven, maar bovendien liggen er tientallen wijngaarden rondom het dorp. We bezoeken op de fiets (zonder versnellingen) de wijngaard van Etchart, en drinken op onze drie avonden in Cafayate graag de (hoofdzakelijk) witte wijnen van de andere wijnhuizen. Wat Cafayate voor ons helemaal compleet maakt, is dat we een van de mooiste hotels van de afgelopen periode hebben, met een heerlijk zwembad. Kortom, we relaxen een paar dagen.
Vanuit Cafayate gaan we vervolgens via Quilmes (de grootste archeologische opgraving van Argentinie) naar Tafi del Vale, een Zwitsers ogend dorpje. In Tafi wordt veel fruit geteeld, en er staan prachtige zomerhuizen van de rijkeren uit Tucuman, waar we ons rondje door dit gedeelte eindigen. In Tucuman is ooit de Argentijnse onafhankelijkheid getekend. De grote stad is ook bekend door de rietsuikerindustrie. Rondom de stad liggen rietsuikerweilanden tot zover we kunnen kijken.
Onderweg tussen Salta en Cachi.
Het dorpje Cachi
Wijn en biefstuk, dat maakt Argentinie vooral erg lekker.
De vallei tussen Salta en Cafayate
Onze fietstocht.
Quilmes
Tucuman
Van Salta naar Tucuman remains copyright of the author capibara, a member of the travel community Travellerspoint.
Comment on this entry | Tweet this | Your own free travel blog | More Travellerspoint blogs
]]>Uiteindelijk kiezen we voor een extra week in Argentinie, in het noordwesten van het land, aan de kant waar de Andes loopt. We lopen daarmee het risico dat we in herhaling gaan vallen, omdat we de Andes streek al gezien hebben, maar ja, je weet pas zeker hoe iets er uit ziet als je het ziet.
We vliegen daarom toch naar Salta, een stad van zo´n tweehonderdduizend inwoners. Het historische centrum valt een beetje tegen. We hadden al mooiere steden gezien. We gaan er nog met een kabelbaantje naar boven, maar het uitzicht valt wat tegen. We hadden al van mooiere uitzichten genoten.
Vanuit Salta gaan we met de bus naar het noorden, richting Bolivia. Het landschap is wel mooi, maar we hebben het idee dat we al eerder iets dergelijks hebben gezien. We slapen in Tilcara, een echt Andes dorpje, maar we hebben het idee dat we al authentiekere Andes dorpjes hebben gezien. We bezoeken de Pucara van Tilcara, een oude Indianenvesting uit het jaar zevenhonderd, maar we hebben het idee dat we al indrukwekkendere vestingen hebben gezien. Zelfs de muziek in Tilcara klinkt als de panfluitmuziek die we eerder hoorden, en natuurlijk vliegt er in de muziek weer vaak een Condor over (het bekende deuntje ´El Cóndor Pasa´). Anje kijkt naar Richard, Richard kijkt naar Anje, en we hebben allebei het idee dat we elkaar ook al eerder gezien hebben.
´s Avonds eten we samen in een leeg restaurant, want Boca speelt tegen Riverplate. De band die ons is beloofd komt niet eens opdagen. Of toch? Voor we het weten zitten we mee te zingen en te klappen met een band van vijftien jongeren uit Chili, Bolivia en Argentinie, die samen op tradionele instrumenten de mooiste Andes muziek laten horen. Nummers van de hoogvlakte die we nog niet kenden, en erg mooi zijn, soms zelf ontroerend. Ineens is het ommetje naar noordwest Argentinie helemaal geslaagd.
De volgende dag bussen we verder naar Humauaca, het meest authentieke Andesdorp van Argentinie, gelegen op drieduizend meter hoogte. We vallen met onze neus in de Andesboter, want het is 2 februari en dan viert het dorp de jaarlijkse processie van La Nuestra Señora de la Candelaria, de heilige dame van het dorp. We horen de pastoor preken over het belang van geloven en feesten, en we zien gaucho´s door het dorp rijden. In de loop van de middag wordt de heilige Señora door het dorp gedragen, en wordt ze (soms emotioneel) uitgewuifd met witte zakdoekjes. Als het zo doorgaat wordt het ommetje naar noordwest Argentinie misschien zelfs nog wel het leukste ommetje van de reis.
Vanuit Humauaca nemen we de bus weer terug naar Salta, en maken we ons op voor een paar dagen naar het gebied ten zuiden van Salta.
Eén van de kerken in Salta
De Pucara van Tilcara
Nogmaals de Pucara van Tilcara met op de achtergrond de gekleurde bergen die we in dit gebied veel zien.
Een onverwacht mooi optreden in het restaurant in Tilcara. Dit is overigens een klein deel van de band, de hele band past niet op één foto.
De plaatselijke kroeg in Tilcara
Het paard van één van de gauchos in Humauaca
Een leuk straatje in Humauaca
Wat sfeerbeelden van de jaarlijkse processie van La Nuestra Señora de la Candelaria.
Salta en noordelijke omstreken remains copyright of the author capibara, a member of the travel community Travellerspoint.
Comment on this entry | Tweet this | Your own free travel blog | More Travellerspoint blogs
]]>Het centrum van Colonia lijkt sinds 1680 niet veranderd. Waar Buenos Aires is uitgegroeid tot een miljoenenstad, is Colonia blijven steken in de geschiedenis, en had niemand het stadje meer opgemerkt, tot bleek dat het voor toeristen leuk is om rond te banjeren in zo´n oud stadje. De straatjes zijn nog steeds van een soort kasseien, en de huizen hebben een erg Portugees uiterlijk, wat niet verwonderlijk is, want de Portugezen hebben Colonia gesticht om er vervolgens een aantal jaren later weggejaagd te worden door de Spanjaarden. Olé!
We slenteren wat door de historische straatjes, en slapen in een prachtige pousada, een hotel in een koloniaal gebouw, inclusief patio´s met fonteinen en azulejo´s (oude blauwe tegeltjes) aan de wand. We bezoeken zelfs nog 3 musea; eentje in drie minuten, en de andere twee samen in drie minuten. Er is niet zo gek veel gebeurd in Colonia, behalve dat de tijd er heeft stilgestaan.
Na een historische nacht, nemen we de Buquebus terug naar het hier en nu van Buenos Aires, en zijn we weer terug in Argentinie.
Om een beeld te krijgen van hoe een ´gewoon´ straatje in Colonia eruit ziet.
En nog zo´straatje.
Het binnenpleintje van ons hotel, voor de deur van onze kamer. Het had slechter gekund....
Colonia del Sacramento remains copyright of the author capibara, a member of the travel community Travellerspoint.
Comment on this entry | Tweet this | Your own free travel blog | More Travellerspoint blogs
]]>Het gebied waarin Ushuaia ligt, heet Tierra del Fuego: Vuurland. Toen de eerste zeereizigers vanuit Europa door het Beagle-kanaal voeren en enorme kampvuren van de Indianen zagen, gaven ze het gebied zijn huidige naam.
Door de zuidelijke ligging en door het feit dat het in Ushuaia vaak hard waait, zijn wij voorbereid op een paar koude dagen. Zullen we ons thermo-ondergoed dan nu toch echt eens kunnen gebruiken? Dat valt tegen, of eigenlijk juist mee. Als we de eerste ochtend wakker worden, schijnt de zon onze kamer binnen. Bovendien zien we aan de boomtoppen dat het windstil is. Het is dus prachtig weer. We grijpen de kans en maken meteen een leuke boottocht door het Beagle kanaal. We zien veel zwart-witte aalscholvers (die overigens op afstand op pinguïns lijken) en zeeleeuwen en de ´fin del mundo' vuurtoren.
’s Middags lopen we door de enige hoofdstraat van Ushuaia. De straat zit vol met souvenir- en kledingwinkels, maar een terrasje voor een lunch kunnen we niet echt vinden. Dit bevestigt wel dat het uitzonderlijk mooi weer is, het is inmiddels echt wel 20 graden. Terrasweer is hier duidelijk niet normaal.
Aan het eind van de middag nemen we de bus naar het nationaal park Tierra del Fuego. We laten ons afzetten bij Lapataia Bay, de plaats waar ook de highway ophoudt. De highway is hier overigens al niet meer dan een grintweg, maar dat terzijde. Via een mooie wandeling, met prachtige uitzichten over de baai, lopen we naar de beverdam. Op deze plek kun je met wat geluk bevers spotten. Wij zijn er nog steeds niet uit of we wel of geen geluk hadden. We zien ‘iets’ zwemmen met een paar takken in zijn bek. We denken dat het een bever is, maar in het museum hebben we gezien dat bevers geen lange dunne staart hebben. Hebben we dan toch alleen maar een rat gezien?
´s Avonds komen we toevallig terecht in een wel erg leuk (en lekker) restaurant. De biefstukken zijn hier echt erg lekker en ook de Argentijnse wijn is prima. Als je daarbij ook nog eens een prachtig uitzicht op de haven en een heel vriendelijk ober hebt, is dat een goede reden om een paar dagen later nog een keer te gaan.
De tweede dag in Ushuaia gaan we paardrijden aan de rand van het nationaal park. Het is nog steeds zomerweer, we kunnen in ons t-shirt rondrijden. We maken een prachtige rit door een afwisselend landschap. Het terrein is heuvelachtig met bos en af en toe moeten we kleine riviertjes trotseren. Aan het eind zelfs een rivier waar het water tot onze voeten komt. Het voordeel van dit terrein is dat we voornamelijk stapvoets gaan en dat is, zeker achteraf, voor ons wel goed geweest. We hebben een paar dagen behoorlijk spierpijn gehad en dat is waarschijnlijk toch gekomen van het draven en gallopperen langs de kust.
De derde dag brengen we door in het nationaal park. We plakken een aantal wandelingen aan elkaar vast, waardoor we uiteindelijk 4 uur wandelen. Het is vandaag wat frisser, maar het heuvelachtige terrein houdt ons wel warm. Halverwege de wandeling komen we in Ensenada Bay. Hier is echt het eind van de wereld, hier staat namelijk ‘correo fin del mundo´; hét postkantoor aan het eind van de wereld. En uiteraard kun je hier kaartjes kopen van ´fin del mundo´ die je dan daar in de bus kunt doen. Dat is natuurlijk een leuke foto, dus sturen we een aantal kaartjes. Alleen naar de mensen waarvan we het adres uit ons hoofd kennen (... en dat zijn alleen de papa´s en mama´s en oma´s ;-).
De laatste dag zien we dat het ook ander weer kan zijn. We worden wakker van de regen tegen ons raam. Mooi weer voor een museumbezoek. We gaan eerst naar het, hoe kan het ook anders, ‘Fin del Mundo’ museum. Het stelt niet veel voor, maar het is wel een leuk bezoekje. Daarna gaan we nog naar de strafkolonie, dit museum bestaat grotendeels uit gevangeniscellen, waardoor je een beeld krijgt van hoe de zwaarste criminelen van het land hun tijd achter slot en grendel doorbrachten. Het was tot de jaren 50 in gebruik als gevangenis. We zien o.a. de cel van ´groot oor´, een crimineel die erg grote oren had en die erg veel moorden had gepleegd. Omdat het ook tevens het scheepvaartmuseum is, zien we ook nog een collectie van Nederlandse scheepsmodellen.
´s Middags is het even droog, maar in de avond begint het weer te regenen. Het juiste moment om te vertrekken en dat doen we dus ook. We vliegen van Ushuaia naar Buenos Aires, waar het weer een heel ander klimaat is. Het thermo ondergoed zal nu zeker niet meer uit de tas hoeven.
De zeeleeuwen en de aalscholvers.
De Fin del Mundo vuurtoren
En zo ziet een beverdam eruit. Toch knap van die kleine beestjes..
Correo fin del mundo; hét postkantoor aan het eind van de wereld.
Fin del Mundo remains copyright of the author anje, a member of the travel community Travellerspoint.
Comment on this entry | Tweet this | Your own free travel blog | More Travellerspoint blogs
]]>Buenos Aires blijkt de leukste stad totnogtoe. De stad lijkt op een mix van Madrid, Parijs en Napels,en is gelegen aan Rio Plata, een rivier waarvan de overkant niet te zien is. Daarnaast zijn er diverse kleurrijke wijken, wordt er tango gedanst op straat, en zijn er tientallen theaters. Bovendien kent de stad een rijke en bewogen historie. De Argentijnse economie is momenteel aan het opkrabbelen van de crisis van begin 21e eeuw, en we zien inderdaad relatief veel bedelaars (maar ook heel veel kopiën van Maxima, met blonde haren en mooie bruine kuiten).
We bezoeken (in willekeurige volgorde) de wijken:
In La Boca en San Telmo wordt tango gedanst op straat, maar hoofdzakelijk om toeristen een restaurantje in te lokken of om wat bij te verdienen. Het dansen ziet er overigens wel spontaan uit. We bezoeken op een avond de tangoshow Señor Tango, een soort dinnershow. De show is bijzonder profi en de dansers lijken het wel heel goed te kunnen, maar erg spontaan is het allemaal niet.
Plaza de Mayo
De kerk in Recoleta
Het tango-koppel in San Telmo
Toch elegant, tango dansen op dikke stampers.....
Ik vergeet steeds de naam, maar volgens mij weet iedereen in Nederland, sinds de bruiloft van Willem en Maxima, hoe dit instrument heet.
Het stadion van Boca Juniors. Kijk vooral in het midden naar de gele bank, dit is de bank van Maradona.
Buenos Aires remains copyright of the author capibara, a member of the travel community Travellerspoint.
Comment on this entry | Tweet this | Your own free travel blog | More Travellerspoint blogs
]]>We maken vanuit Punta Arenas een erg leuke uitstap naar Otway, waar we honderden Magallanes pinguins zien. We lopen over een houten paadje langs de nesten. De pinguins blijven rustig op hun plek, zelfs al duwen we onze camera bijna tegen hun pinguinsnaveltjes aan. We zien ze ook van hun nesten naar de zee waggelen (of weer terug). De dieren zijn hier zo´n zes maanden per jaar om te broeden, van september tot maart. Als de kleintjes groot zijn, vertrekken ze richting Falklands en Brazilië. Pinguins zijn overigens monogaam.
Een pinguin:
Een andere pinguin:
Punta Arenas remains copyright of the author capibara, a member of the travel community Travellerspoint.
Comment on this entry | Tweet this | Your own free travel blog | More Travellerspoint blogs
]]>Als we het park naderen betrekt de lucht echter steeds meer, en in de buurt van de ingang begint het te regenen, waarna het vervolgens de gehele dag blijft regenen, soms hard, vaak nog harder. Bovendien is het erg winderig en blijft de thermometer steken bij een paar graden boven nul. Van de beloofde mooie uitzichten zien we niets, niente, nada. De stemming zit er dan ook goed in als we ´s avonds in Hosteria Las Torres arriveren, ons hotel middenin het park, waar de bus ons rond zes uur afzet. Als het morgen maar weer droog is!
De volgende dag slaan we de gordijnen open, en zien we hoge bergen die afsteken tegen een diepblauwe lucht. We houden ineens weer van elkaar. We maken vervolgens een wandeling van zeven uur, waarbij we veel vermoeide wandelaars inhalen. Het is een (relatief) drukke wandeling, van in totaal 22 kilometer (11 heen, 11 weer). Vooral de eerste en laatste paar kilometers loopt het pad steil omhoog (en terug steil naar beneden). Op de heenweg zijn we na drie uur lopen ongeveer zevenhonderd meter geklommen, en hebben we een magnifiek uitzicht op de naamgevers van het park; de Torres, drie hoge granieten pieken. De picknick smaakt prima met zo´n uitzicht.
Na een diepe nachtrust, staan we op met flinke spierpijn in de benen. We kunnen de spieren helaas geen rust geven, want we hebben een tweede wandeling op het oog. Hoewel de wandeling minder zwaar is dan die van gisteren, is het toch wel vermoeiend om met spierpijn zes uur lang, 20 kilometer (10 heen, 10 weer) te lopen over een pad dat nooit helemaal vlak is. De uitzichten zijn wel weer prachtig; naast het pad ligt links het smaragdgroene Lago Nordenskjold, rechts de hoge en besneeuwde pieken van de Cuernos, en voor ons de grote gletsjer Grey. Op de terugweg ligt het Lago Nordenskjold rechts, de Cuernos links, en de gletsjer achter ons.
Aan het einde van de middag brengt een hotelbusje ons naar het punt waar een grotere bus ons oppikt voor het vervoer terug naar Puerto Natalas. Dat blijkt ineens minder simpel dan we gedacht hebben. Een paar kilometer voorbij de Hosteria is het water de afgelopen dagen namelijk nogal gestegen, en kunnen de hotelbusjes niet op eigen kracht verder. Getrokken door een jeep, worstelt het hotelbusje zich door het stromende water naar de overkant. Het water komt bijna het busje in, maar we redden het. We stappen over in de grotere bus en bereiken veilig Puerto Natales, waar we weer een nachtje slapen.
De Torres, na een lange wandeling:
Gaucho´s aan het werk:
Lago Nordenskjold:
De Cuernos:
Torres del Paine remains copyright of the author capibara, a member of the travel community Travellerspoint.
Comment on this entry | Tweet this | Your own free travel blog | More Travellerspoint blogs
]]>Puerto Natales is erg kleurrijk, met pastelkleurige huizen en tientallen houten vissersbootjes. Het stadje is gelegen aan één van de fjorden van Chileens Patagonië. In de verte zien we diverse eilanden, vaak met besneeuwde toppen. We maken er een prachtige boottocht langs de gletsjers van Balmaceda en Serrano, en lunchen op de terugweg op een estancia, middenin de natuur, ver weg van de bewoonde wereld.
De Balmaceda gletsjer:
Best zwaar die Serrano gletsjer:
Vissersbootjes in Puerto Natales:
Puerto Natales remains copyright of the author capibara, a member of the travel community Travellerspoint.
Comment on this entry | Tweet this | Your own free travel blog | More Travellerspoint blogs
]]>El Calafate is gezellig, leuk, niet groot, en volledig gericht op toeristen die tochtjes naar de gletsjers willen maken. Net zoals wij doen.
Onze eerste tocht gaat met de bus naar het nationaal park Los Glaciares, een gigantisch groot beschermd gebied, waar een aantal gletsjers te vinden is, zoals de Perito Moreno, de bekendste van het stel en een internationaal natuurmonument. We naderen de Perito Moreno via een slingerende weg, wat de spanning behoorlijk opbouwt. Zagen we daar om de hoek inderdaad een grote ijsmassa?
Uiteindelijk regent het oh’s en ah’s in de bus. We zien vanaf een afstandje een witte en blauwe ijsmassa van een paar kilometers breed en zo’n dertig kilometer lang, die zich tussen de bergen naar beneden worstelt, om tot rust te komen boven het Lago Argentino. De voorkant van de gletsjer is 70 meter hoog, en raakt bijna het vaste land. Eens in de paar jaar kan het water van het meer er niet meer langs stromen, en stijgt de waterspiegel tientallen meters. De druk loopt daardoor zo sterk op dat het tot een gigantische knal leidt waarbij het water met geweld een weg vindt. Grote stukken ijs breken daarbij af.
Met de bus rijden we vervolgens door naar een aantal uitzichtpunten, waar de gletsjer van dichtbij te bewonderen is. Vooral het geluid is bijzonder. Het kraakt constant, en met geweld vallen stukken ijs van de voorkant van de gletsjer met veel gedonder in het meer.
De Perito Moreno is erg groot, maar eigenlijk toch maar gemiddeld van omvang. In het bergachtige grensgebied van Chili en Argentinie ligt namelijk een ijsklomp van maar liefst 400 kilometer lang, met tientallen gletsjers. De ijsmassa ontstaat door de 10 meter neerslag die jaarlijks op de bergen valt, meestal in de vorm van sneeuw, die uiteindelijk verijst.
Later in middag beleven we de Perito Moreno pas echt. We varen met een bootje naar de overkant van de gletsjer, en krijgen daar ijzers ondergebonden. We doen een "minitrekking" over de gletsjer. We lopen over een heuvelachtig ijslandschap, met kleine watervallen die langs het ijs naar beneden komen. Van de gids horen we dat we wijdbeens omhoog moeten lopen, en als een soort aap naar beneden, om geen buitelingen te maken. We volgen zijn advies gewillig op, en klauteren vervolgens gedurende twee uur als volleerde minitrekkers over de gletsjer. Het is erg leuk. Na afloop krijgen we heel toepasselijk een glas Whiskey on the rocks, met ijs van de gletsjer.
De volgende dag is het een herhaling van zetten, en is het bovendien niet echt mooi weer. We varen met een grote catamaran langs een aantal andere gletsjers in het nationaal park. De Upsala gletsjer is de grootste in het park, met zo'n duizend vierkante kilometer, ongeveer de oppervlakte van Buenos Aires. In de Onelli baai maken we een korte wandeling naar een baai met honderden grote en kleine ijsschotsen, die door de wind richting de oever worden geblazen. Het is een sprookjesachtig gezicht, vooral als we, natgeregend en verkleumd, steeds meer gezichten herkennen in de ijsschotsen. Die schots lijkt wel op Alice, die daar op Miralda, en die schots met dat rookpluimpje erboven lijkt wel een beetje op Marielle.
Perito Moreno:
Los dos Hollandeses:
Richard "minitrekt" op de gletsjer met ijzers onder de schoenen:
Het topje van de ijsberg?
Zijn we weer:
Onelli baai:
p.s. 1: Vergeten te vermelden: tijdens onze autotocht door Chili hadden we een keer de autoradio aangezet, en ineens hoorden we Marco Borsato, die in duet met Lucie Silvas 'Everytime I think of you' door de Chileense ether tetterde. We schrokken er nogal van, maar gelukkig waren er geen tegenliggers.
p.s. 2: De foto's van Paaseiland staan inmiddels ook op de site.
El Calafate remains copyright of the author capibara, a member of the travel community Travellerspoint.
Comment on this entry | Tweet this | Your own free travel blog | More Travellerspoint blogs
]]>We eten gerookte zalm (supervers en zo dik als de schoenzolen van onze wandelschoenen), heerlijke boterzachte forel met kappertjes, Argentijnse biefstukken, (Zwitserse) fondue, en vooral veel, heel veel chocolade. In Bariloche zit namelijk een aantal grote chocoladefabrikanten, die in de stad winkels hebben die groter zijn dan een doorsnee supermarkt bij ons, en dan alleen maar met bonbons en andere chocolade. We blijven een paar dagen in Bariloche.
De stad ligt aan het mooie en grote Lago Nahuel Huapi, in de buurt van tientallen andere meren, en er is een aantal skigebieden in de buurt.
We kayakken een paar uur op een klein meertje (wat met wind tegen ineens toch best heel groot lijkt te zijn).
We wandelen in het skigebied van El Catedral, waar de Argentijnse jetset in juli en augustus de latten onderbindt (32 liften).
En we mountainbiken in Villa La Angostura, aan de andere kant van het Lago Nahuel Huapi, een luxe vakantieplaats waar ook Maxima ooit ontgroend schijnt te zijn.
Wat al snel opvalt in Argentinië, is dat de mensen erg aardig zijn, en er erg westers uizien (blond haar, blauwe ogen, lange benen). Bovendien hebben ze de opvallende gewoonte om de hele dag met een thermoskan te lopen, die ze gebruiken om een uitgeholde kalebas te vullen met een mysterieus goedje, waarna ze dat goedje met een zilveren rietje opdrinken. Het is Mate Yerba, een soort bittere kruidenthee, met veel cafeïne. Het is hét middel om vriendschap en genegenheid te tonen. Sla nooit een mate af als hij wordt aangeboden! Wij hebben nog niks aangeboden gekregen...
Sjakie in de chocoladewinkel:
Sjaantje gooit sneeuwballen in Catedral.
Kayakken op een meertje:
Bariloche remains copyright of the author capibara, a member of the travel community Travellerspoint.
Comment on this entry | Tweet this | Your own free travel blog | More Travellerspoint blogs
]]>Wij gaan vandaag via diverse boot- en bustochten van Puerto Montt in Chili naar Bariloche in Argentinië. De tocht is supertoeristisch en flink aan de prijs, maar erg fraai. We gaan eerst een paar uur met de bus vanuit Puerto Montt, via het mooie ("Duitse") Puerto Varas, langs de oevers van het grote Lago Llanquihue, naar Parque Nacional Vicente Pérez Rosales, waar we de prachtige waterval La Novia zien met op de achtergrond de Osorno vulkaan.
We verlaten de bus halverwege de ochtend en stappen met 306 andere passagiers op een grote catamaran, die ons gedurende anderhalf uur naar de overkant van het Lago Todos Santos vaart. Het water is azuurblauw. De oevers van het meer zijn onbewoond, begroeid met naaldwoud, en lopen omhoog in de richting van een aantal besneeuwde vulkanen.
We arriveren in Peulla, op de grens van Chili naar Argentinië, waar we vervolgens via een tweede busritje, een tweede boottochtje, een derde busritje en een derde boottochtje, afgezet worden in een prachtig gelegen haventje van het Lago Nahuel Huapi, waarna we met onze vierde en laatste busrit bij ons hotel in Bariloche worden afgezet.
Beelden zeggen meer dan ik:
Bootje nummero uno:
De Osorno vulkaan vanaf Lago Todos Santos:
Nog even in Chili:
Voldoende fraaie vergezichten:
p.s.: we hebben de vorige lichtingen foto´s op DVD laten branden in plaats van op CD, wat op zich wel efficiënt is, maar helaas hebben de meeste computers in de Internetcafé´s geen DVD lezers. Veel beeldmateriaal houden jullie daarom tegoed. Bij het vorige verslag over Chiloë hebben we inmiddels ook wat foto´s gezet.
Cruce del Lagos remains copyright of the author capibara, a member of the travel community Travellerspoint.
Comment on this entry | Tweet this | Your own free travel blog | More Travellerspoint blogs
]]>Valdivia is vernoemd naar de eerste gouverneur van Chili, Pedro de Valdivia. Valdivia is een mooie stad die vooral bekend is vanwege de mooie rivieren waar je boottochten kunt maken. Wij willen echter vandaag nog een deurtje verder en beperken onze stop tot een korte wandeling door het centrum en langs de boulevard van de rivier Rio Calle Calle. Voor een kortere boottocht rijden wij eerst met de auto naar Niebla. De weg loopt langs de rivier, zo krijgen we toch een goed beeld van de mooie omgeving van Valdivia. Net voorbij Niebla stroomt de rivier in de zee. In Niebla nemen we een boot naar Corral, een leuk tochtje van 20 minuten. In Corral bezoeken we het fort, maar dat stelt niet heel veel voor. Wel hebben we hier een mooi uitzicht op de rivier met de eilandjes.
Vanuit Corral gaan we met een ander bootje naar het eiland Mancera. Voor een wandeling over het eiland hebben we vandaag geen tijd, ook hier bezoeken we alleen het fort. Het fort is nog voornamelijk een ruïne, maar het ligt op een mooie plek met een mooi uitzicht over zee.
Wij vervolgen onze rit naar Puerto Varas. Het is al avond als we daar aankomen. Gelukkig vinden we toch nog vrij gemakkelijk een leuke kamer in een soort pension met de naam Villa Germania. We zien in deze omgeving erg veel Duitse invloeden.
Aangezien het inmiddels tot bijna 22:00 uur licht is, kunnen we Puerto Varas ook nog in het licht bekijken. Het is een leuk stadje aan een meer. Wij komen hier over 2 dagen terug voor onze tocht met de boot/bus naar Bariloche (Argentinie). Min of meer toevallig komen we terecht in een leuk restaurant, op palen boven het meer, waar we ook nog eens erg lekker eten.
Vauit Puerto Varas vertrekken we de volgende ochtend naar het eiland Chiloë. Chiloë is na de Falklands het grootste eiland van Zuid-Amerika. Al zeer vroeg werd het eiland veroverd door de Spanjaarden waardoor het lange tijd geïsoleerd bleef. In die tijd ontwikkelde Chiloé een eigen cultuur, een mengsel van Spaanse en Mapuche invloeden. Volgens onze reisgids hangt er ook nu op Chiloë nog steeds een aparte sfeer.
In Pargua nemen wij de veerboot naar Chacao op Chiloë. Het is een leuke overtocht van ongeveer 20 minuten. Terwijl we varen zien we rond de boot veel zeehonden en ook pinguins voorbij zwemmen.
Chacao is een klein plaatsje met een leuke kerk die we even bekijken. Op Chiloë heb je erg veel verschillende kerken. We hebben een boekje met plaatjes van al die kerken, maar we besluiten alleen de kerken op onze route te bekijken.
Onze eerste stop is in Ancud. Het was mogelijk om onderweg een afslag naar zee te maken om een kijkje te nemen bij de oestervangst. Chiloe staat ook bekend vanwege de goede oesters. Er schijnt aan de kust een restaurant te zijn waar je heerlijke oesters kunt eten. Je kunt er echter alleen komen via een onverharde weg. Met onze Corsa hebben we slechte ervaring met het rijden over een onverharde weg. We hebben al geconcludeerd dat we een erg lage onderkant hebben. We nemen dus geen risico meer en beperken ons tot de verharde weg. Bovendien houden we toch niet van oesters, maar dat terzijde. Het betekent ook dat we geen bezoek zullen brengen aan de zogenaamde Pegeuineria. Hier komen de pinguins aan land en kun je ook jonge pinguins zien. Het is jammer dat het voor ons niet toegankelijk is, maar hopelijk gaan wij de komende dagen in Patagonië nog heel veel pinguins zien.
Ancud is een wat groter stadje aan de kust. We maken een wandeling door het centrum, het is aardig maar niet heel bijzonder. We vinden wel een leuke plek voor een picknick met uitzicht op zee. Na Ancud rijden we richting Castro. Het is een route van een kleine 100 km die eigenlijk wel een beetje saai is. Overweg zien we dat er veel houtkap is waardoor er veel kale plekken zijn. We stoppen we nog kort in het plaatsje Dalcahue. Hier kun je boottochtjes maken, maar het zag er niet naar uit dat dat ook nog mogelijk was aan het eind van de middag. We maken een foto van de kerk en rijden door naar Castro. Castro is de hoofdstad van Chiloë en wat ons betreft ook de leukste stad. Op een aantal plaatsen, aan de rand van de stad, staan gekleurde huizen op palen boven het water; palofito´s. Het zijn prachtige plaatjes.
Voor onze overnachting op Chiloe vinden we een erg leuke cabaña zo´n 8 km buiten Castro. Vooralsnog is dit de leukste overnachtingsplaats van deze reis. Het is een gezellig huisje, met open haard en een prachtig uitzicht over de baai. Voor de deur hebben we ook nog een zwembad, maar daarvoor is het helaas te koud. Maar het is een prima avond voor een fles wijn bij de open haard en dat doen we dus ook.
De volgende ochtend rijden we dezelfde weg terug naar de pont. De Panamericana is namelijk de enige verharde weg van noord naar zuid over het eiland. Het is hier echter niet meer de Panamericana zoals we die tot Puerto Montt hadden. Hier is het een 2-baansweg, wat bij ons de ´provinciale weg´zou zijn. Ook na de pont hebben we dezelfde weg terug tot Puerto Montt. Wij rijden tot het vliegveld van Puerto Montt, daar leveren we onze Corsa na 8 dagen weer in.
Chiloë vonden we aardig, achteraf gezien hadden we het kunnen overslaan. Onze cabaña heft het in elk geval toch nog extra leuk gemaakt. Die aparte sfeer op het eiland, die er volgens onze reisgids zijn zijn, hebben wij niet echt gevoeld, behalve dan met het glas wijn voor de open haard...
We hebben weer eens wat foto´s:
Paalwoningen in Castro:
Anje verstoort het uitzicht op de baai:
Romantisch he?
Zomaar wat typisch Chilotische architectuur :
Van Pucon naar Chiloë (met de huurauto) remains copyright of the author anje, a member of the travel community Travellerspoint.
Comment on this entry | Tweet this | Your own free travel blog | More Travellerspoint blogs
]]>We rijden langs de oever van het Villarica meer door naar Pucon, het hart van het Chileens merengebied, in noordelijk Patagonie. Omdat we de jaarwisseling naderen die mogelijk tot volle hotels leidt, hebben we namelijk drie nachten gereserveerd in Pucon. Het dorp lijkt een kopie van een Alpendorp, met veel glimmende houten huizen, skiverhuur en apfelstrudels op de menukaart. Veel hotels en restaurants hebben Duitse namen, dus Hatzmann voelt zich al snel thuis.
Het blijkt inderdaad druk in Pucon. Het stadje is een populair toeristenoord, met een groot zwart strand aan het meer. Het is rond de jaarwisseling lekker druk op het strand.
Vanuit Pucon maken we diverse rondjes met de auto, door schitterende dalen, en vaak over onverharde wegen. We rijden bijvoorbeeld op Oudjaarsdag via het schitterende Lago Cabargua, over dikke keien, naar Nationaal Park Huerquehue, een erg groot park met diverse bergen en ongerept naaldwoud. We wandelen er een paar uur bergop, en daarna weer een paar uur bergaf.
Op de terugweg rijden we naar Huife, waar we een andere atractie van de omgeving ontdekken; las termas. Rondom Pucon liggen verspreid in het berglandschap, en vaak erg afgelegen, namelijk zo´n tien termale baden. De baden worden gevuld met bronwater dat verwarmd is tot maximaal 42 graden, hoewel de baden met die temperatuur worden afgeraden.
We bedenken ons op diezelfde Oudjaarsdag dat we inmiddels al weken prachtig weer hebben. Dat hadden we beter niet kunnen bedenken… We zijn op Oudjaarsavond rond negen uur weer terug in Pucon, en de lucht wordt steeds donkerder. Als we ons hebben omgekleed om Pucon onveilig te gaan maken, regent het. Als we naar het strand lopen voor het vuurwerk, plenst het. De regen komt met bakken uit de hemel. Samen met duizenden Chilenen tellen we af, tot om twaalf uur het vuurwerk losbarst. In Chili blijken mensen niet zelf vuurwerk af te steken, maar wordt het centraal geregeld. In Pucon zien we, beschermd door onze paraplu, een prachtig vuurwerk dat erg lang doorgaat.
Op Nieuwjaarsdag rijden we Vulcan Villarica op, richting het kleine skigebied op de vulkaan, maar na een uurtje hobbelen over de onverharde weg, keren we weer om. De middag brengen we door in de termale baden van Menetue, prachtig gelegen aan een klein meer, waar we veel Bandaria´s zien, rare grote vogels met een gele borst en een lange kromme snavel. Ze maken veel kabaal.
Pucon (nog steeds met huurauto) remains copyright of the author capibara, a member of the travel community Travellerspoint.
Comment on this entry | Tweet this | Your own free travel blog | More Travellerspoint blogs
]]>De eerste etappe voert ons vanuit Santiago zuidwaarts over de Panamericana, de snelweg die ons bochtenloos en over vlak terrein richting Patagonie leidt. Honderd kilometer westelijk ligt de oceaan, honderd kilometer oostelijk de witte toppen van de Andes.
De eerste honderden kilometers rijden we langs wijngaarden, vergezeld door grote reclameborden van de diverse Chileense wijnhuizen. We beperken ons bezoek aan het wijngebied, ter hoogte van Santa Cruz, tot een heerlijke lunch in Panpanvinovino. Het restaurant bevindt zich in een oude gerenoveerde bakkerij, en blijkt, volgens de diverse krantenartikelen bij de baños (wc), een van de toprestaurants uit de omgeving. We breiden onze lunch daarom uit met een Cabernet Sauvignon de la Casa, die een mooie ronde smaak heeft, met tinten van chocolade en vanille, volgens het etiket.
We rijden vervolgens door naar het koloniale stadje Talca, waar we eigenlijk hadden bedacht om te slapen, maar waar we besluiten om toch nog maar een stukje door te rijden. Uiteindelijk rijden we `s avonds nog steeds over de Panamericana, en hebben we, zonder wegenkaart, geen idee waar er een hotel te vinden is. Omdat het wat krap slaapt in een Corsa, nemen we een afslag die ons naar een meertje dertig kilometer verderop moet brengen. Daar zijn vast wel hotels. Vlakbij het meertje staan inderdaad borden van een hotel, dus volgen we de richting die op het bord staat. Het asfalt wordt echter steeds slechter, waarna er al snel geen asfalt meer is. Het blijkt een onverharde weg. We hobbelen een tijdje door. Met de duisternis aan de horizon, krijgen we visioenen van twee toeristen die in het donker een band staan te vervangen, met de dichtstbijzijnde praatpaal zo´n veertig kilometer verderop.
We besluiten om te keren. Om een lang verhaal kort te maken; uiteindelijk vinden we een hotel in de buurt van het meertje, langs de wel verharde weg.
Op de tweede dag keren we terug naar de Panamericana, bezoeken we kort het koloniale stadje Chillan, en zijn we zo slim om wat vroeger op de dag een hotel te zoeken. Op goed geluk slaan we af bij Saltos de Lajas, waar we een prachtig hotel vinden. Vanaf het terras van onze kamer hebben we uitzicht op de tientallen meters brede waterval van Lajas. Het is er prachtig, en ´s avonds liggen we in bed met op de achtergrond het gebulder van het vallende water.
Van Santiago naar Lajas (met huurauto) remains copyright of the author capibara, a member of the travel community Travellerspoint.
Comment on this entry | Tweet this | Your own free travel blog | More Travellerspoint blogs
]]>Zo´n honderd kilometer voor Santiago verandert het landschap; er verschijnen rivieren waar wél water doorheen stroomt, en het landschap wordt zo dat het bijna zeer doet aan onze ogen, die al dat groen niet meer gewend zijn.
Santiago blijkt een erg grote en zeer drukke stad, met honderden taxi´s en bussen die met honderd per uur over de Alameda rijden, de belangrijkste boulevard van de stad. In de stad staat een aantal oude koloniale gebouwen, maar nog veel meer hoge glazen kantoorgebouwen. In de afgelopen jaren is er driftig bijgebouwd, maar wel met beleid en goede architecten. Onder de stad liggen vijf metrolijnen.
Middenin de stad ligt een prachtige groene heuvel, de Cerro Christóbal, die driehonderd meter hoger is dan het centrum. Met twee gondelliftjes bereiken we de top, waar een spierwit metershoog beeld van de Onbevlekte Maria haar zegen aan Santiago geeft, en waar Pavarotti ons via de luidsprekers toezingt over een Tannenbaum, gevolgd door het Ave Maria. Het uitzicht vanaf de Cerro is magnifiek.
Op onze eerste avond in de stad eten we traditioneel Chileens; Indiaase kip Korma met Basmati rijst, afgesloten met een capuchino op het terras voor ons hotel in de Paris Londre wijk.
Vanuit Santiago gaan we een dag en nacht naar Viña del Mar, honderd kilometer verderop en het Scheveningen van de streek. Het is een mooie en nette badplaats. Het is wel vervelend dat Anje na een verkeerd ijsje of blaadje sla kotsmisselijk is, en daardoor wat minder kan genieten van Viña del Mar. We brengen daarom de middag op het mooie strand door.
De volgende ochtend gaan we met de tram van Viña naar Valparaïso, het Rotterdam van de streek, hoewel de haven voor de aanleg van het Panamakanaal een stuk groter was. Nu ligt er slechts één cruisschip en aan paar containerschepen. De straten en huizen van Valparaïso liggen verspreid over een twintigtal heuvels, die vanaf het centrum met liftjes bereikt kunnen worden. De oudste huizen zijn van hout met mooie geschilderde muren in pastelblauw, pastelrood, pastelgroen en pastelgeel.
Terug in Santiago is het Chileense publiek driftig aan het winkelen geslagen, en moeten we behoorlijk slalommen om de diverse bezienswaardigheden te bereiken, zoals La Moneda, het witte parlementsgebouw, dat tijdens de coup van 1973 door het leger is gebombardeerd.
Het museum van de pre-Colombiaanse kunst is erg fraai. Het geeft een compleet overzicht van de geschiedenis van alle volkeren die Zuid-Amerika bewoonden voor de Spanjaarden binnenvielen. Er staan prachtig gave beelden, potten en pannen van de Inca´s, Maya´s, Azteken, Tiwaneken, en alle mogelijke andere teken.
Het museum van Pablo Neruda, winnaar van de Nobelprijs voor literatuur en gestorven tijdens de coup, en het museum ter nagedachtenis aan Allende, moeten we helaas aan ons voorbij laten gaan. We staan op vrijdagmiddag 22 december voor gesloten deuren, met op de deuren een briefje dat het personeel het jaarlijkse kerstuitje houdt. We schrijven eronder of ze het uitje de volgende keer misschien met Pasen kunnen houden.
Santiago de Chile (& Viña del Mar / Valparaíso) remains copyright of the author capibara, a member of the travel community Travellerspoint.
Comment on this entry | Tweet this | Your own free travel blog | More Travellerspoint blogs
]]>Dat het kerst was op Paaseiland hebben wij niet echt gemerkt, behalve op de avond voor kerst. De meeste, of eigenlijk alle, restaurants waren op deze avond gesloten. Het enige restaurant dat open was, serveerde een kerstmenu. Gelukkig was dat een prima menu op een leuk terras met uitzicht op zee. Wat wil je nog meer…?
"Rapa Nui" is de Polynesische naam voor Paaseiland. Letterlijk betekent Rapa Nui ´de Grote Rots´. Paaseiland ligt op ongeveer 3700 km vanaf de kust van Chili (5 uur vliegen) en is vooral bekend vanwege de grote stenen beelden; de Moai. Er hebben ooit ongeveer 900 moai gestaan. Al direct na aankomst op het eiland, zagen we diverse beelden. Wij slapen in Hanga Roa, het enige dorp op het eiland, en daar staan al meteen een aantal prachtige beelden langs de kust. Opvallend is al meteen dat sommige beelden een zogenaamde tot-knot hebben; een stenen hoed van een paar 100 kilo. Die hoed heeft een rode kleur en werd pas als het beeld op de bestemming stond, op het hoofd geplaatst, zo leerden we later in het museum. Die hoed werd ook op een andere plaats uit een steengroeve gehouwen dan de beelden.
Het eiland is niet zo groot; ongeveer 165 vierkante kilometer. Dat betekent dat je op de fiets al een groot deel van het eiland kunt zien. En daarom hebben wij onze eerste dag op Paaseiland twee fietsen gehuurd. Voor ons, als echte fietsers, toch een leuke manier om kerst te vieren. Via een mooie weg langs de kust, die toch eigenlijk iets meer op en af ging dan de verhuurder ons deed vermoeden, zijn we naar de vulkaan Rano Raraku gefietst. Onderweg zien we al verschilllende moai, die eigenlijk allemaal indrukwekkend zijn. Vooral als er ook nog eens meerdere op een rij staan. De moai zijn allemaal uit de vulkaan Rano Raraku gehouwen. Nu zijn er op de vulkaan nog steeds 394 beelden zichtbaar, waarvan de grootste rechtopstaande tien meter hoog is. Om onbekende redenen is men blijkbaar plotseling gestopt met het maken van de beelden. Er liggen namelijk nog steeds honderden niet afgewerkte beelden in de steengroeve. Het grootste beeld is maar liefst twintig meter lang (gebouw van zeven verdiepingen), maar zal nooit overeind komen.
Maar de vulkaan is niet alleen mooi vanwege de beelden. Op de top is ook een prachtig kratermeer, waar je ook nog eens kunt genieten van een geweldig uitzicht over het eiland.
Na de vulkaan fietsen we een stukje onverhard. Uiteindelijk komen we bij een prachtig wit strandje; Ana Kena. Zo hebben we toch nog een beetje een witte kerst. Ook op het strand staan prachtige beelden, in dit geval letterlijk tussen de palmbomen. Terug nemen we de hoofdweg over het eiland, waarbij we nu toch een behoorlijk klim moeten trotseren.
Omdat we hebben bedacht dat we op het eiland geen auto gaan huren, en we natuurlijk wel het hele eiland willen zien, gebruiken onze benen. De tweede dag lopen we naar de vulkaan Ranau Kau. Ook deze vulkaan heeft een prachtig kratermeer, eigenlijk zelfs nog mooier. Het lijkt alsof het azuurblauwe water vol zit met allemaal kleine eilandjes. Op deze vulkaan bevindt zich ook ceremoniele dorpje Orongo. Vroeger werden hier diverse rituelen uitgevoerd. Nu kun je nog de resten van het dorpje bekijken.
Op dag 3 lopen we vanuit ons hotel naar Ahu Akivi, dit zijn 7 beelden naast elkaar, gelegen in ´het binnenland´. De wandeling ernaartoe is langer dan we dachten (2 uur), maar we worden wel beloond met prachtige beelden. Terug lopen we langs de kust, eveneens een mooie route. ´s Middags gaan we nog een keer (maar nu met een taxi) naar het strandje van Ana Kena.
De laatste ochtend brengen we nog een bezoek aan het museum. Het is een klein museum, maar het geeft erg veel informatie over het eiland en de beelden. Over de beelden lezen we o.a. het volgende (citaat van Wikipedia):
Er is veel onzekerheid over het hoe en waarom van deze beelden. De meest geaccepteerde theorie stelt dat de Polynesische eilandbewoners, die het eiland koloniseerden, de constructie aanvingen omstreeks 1000-1100 na Chr. De beelden zouden overleden familieleden kunnen voorstellen, of nog in leven zijnde stamhoofden. De beelden vergden bijzonder veel inspanningen om te houwen, zodat wordt aangenomen dat de beeldhouwers een hoge sociale status hadden. Het is niet bekend hoe de beelden uiteindelijk naar hun definitieve plaats werden gebracht; men veronderstelt met spierkracht, touwen en ronde balken. Een andere theorie zegt dat de beelden ook rechtopstaand vooruit "gewaggeld" werden.
De bewoners van Paaseiland zijn Polynesisch.
Om een beeld te krijgen van de beelden:
Tijdens onze wandelingen zagen we regelmatig 'wilde' paarden.
Het kratermeer op de vulkaan Ranau Kau.
Kerst op Paaseiland remains copyright of the author anje, a member of the travel community Travellerspoint.
Comment on this entry | Tweet this | Your own free travel blog | More Travellerspoint blogs
]]>Maar goed, we overleven de busrit. Om 7:30 uur zijn we in Arica, een grensstad aan de kust van Noord Chili. We hebben een leuk hotelletje bij Marie Jeane, een Franse mevrouw en haar Chileense man David. Beiden zijn ze zeer vriendelijk. In Arica doen we niet zoveel. We bezoeken de haven, waar we vooral heel veel pelikanen en zeeleeuwen zien. Vervolgens gaan we naar het Laucho strand; een lekker rustig strand, waar we van het mooie weer genieten.
De volgende dag huren we in Arica een auto voor 2 dagen. Via de Lluta vallei rijden we die dag in 170 km vanaf zeeniveau naar een hoogte van 4500 meter. Aangezien we pas nog op hoogte waren, durven we het aan om dit in één dag te rijden. We bezoeken het Lauca National Park, met als (letterlijke) hoogtepunt het Chungara meer.
Onderweg maken we een paar korte stops. De eerste stop is bij de zogenaamde candelabrus cactussen; cactussen in de vorm van kandelaars. Vervolgens stoppen we nog bij een paar uitzichtpunten. De mooiste tussenstop is bij een aantal rotsen waar veel viscacha´s zitten; een soort konijnen maar dan met een lange staart. Na de lunch in Putre rijden we de laatste etappe naar het meer. Nu pas zijn we echt in het Lauca Park. De omgeving wordt dan ook steeds mooier met de typische altiplano-steppelandschappen met blauwe meren en besneeuwde vulkanen. Ook zien we steeds meer lama’s, alpaca’s, vicuña´s en zogenaamde Andes ganzen.
We zijn net voordat het gaat regenen bij het Chungara meer en hebben zelfs het geluk dat de zon er nog even op schijnt. Het meer is het hoogst gelegen kratermeer (4570 m) ter wereld. Boven het meer uit prijken de toppen van de tweelingvulkanen Pomerape en Parinacota. Het is een plaatje.
Op de terugweg brengen we nog een bezoek aan Parinacota, een klein traditoneel dorpje hoog in de Andes. Er wonen daar nauwelijks mensen, volgens ons boek leven er 3 families permanent. De overige bewoners schijnen alleen voor ceremonies naar het dorp te komen. Dat is ook niet zo gek, het is er nl behoorlijk koud. Er staat een leuk 17de-eeuws koloniaal kerkje. We lopen een rondje door het dorp. Tenslotte rijden we terug tot aan Putre. We slapen die nacht in Putre, een dorp op 3500 meter hoogte.
De volgende ochtend maken we in Putre nog een mooie wandeling waarna we terugrijden naar Arica. Dit keer stoppen we nog bij de geogliefen. Het zijn tekeningen in de rotsen. Het is vaak niet bekend wat het daadwerkelijk voorstelt. Het vermoeden bestaat dat ze al vanaf het begin van de jaartelling bestaan.
Die middag brengen we nog een kort bezoek aan de Azapa vallei waar we naar het archeologisch museum gaan. Dit museum bevat de oudste mummie die in Zuid Amerika gevonden is, 7000 jaar geleden. De vallei bevat vooral heel veel olijfbomen.
Onze laatste dag in Arica bestaat voornamelijk uit een bezoek aan het strand. Maar we beginnen de dag met een klim naar de top van de Morro de Arica, een steile en lange heuvel, 139 meter boven zeeniveau. Arica behoorde tot 1880 tot Peru. Vanaf de top hebben we een mooi uitzicht op Arica en op de zee.
Arica en Lauca National Park remains copyright of the author anje, a member of the travel community Travellerspoint.
Comment on this entry | Tweet this | Your own free travel blog | More Travellerspoint blogs
]]>Zoals in het vorige verslag vermeld, is San Pedro de Atacama een oase in de Atacamawoestijn, de droogste plek ter wereld. Aangezien we in Bolivia al de grootste zoutvlakte hebben gezien, brengen we geen bezoek aan Atacamawoestijn, na navraag over het verschil met wat we al gezien hebben.
Het dorpje is overigens erg populair bij globetrotters vanuit de hele wereld. Er lopen veel rugzakkende hippies door de smalle straatjes van het erg prettige San Pedro. De huizen, winkels en restaurants hebben allemaal één verdieping, en de muren zijn gemaakt van adobe, een soort cement van rode woestijnklei.
Tijdens de eerste middag in San Pedro bezoeken we de Valley of the Moon, een grote kloof die miljoenen jaren geleden is ontstaan in de woestijn. Vanaf de rand van de Valley of the Moon zien we (samen met honderden andere toeristen) de zon achter de toppen van de Andes zakken. Nadat de zon is gezakt, krijgen de maanvallei en de bergtoppen prachtige kleuren. De avonden worden inmiddels wel steeds langer, want onze zon ging zojuist om tien over acht onder.
Hoewel we om vier uur zijn opgestaan, na de frisse start in Bolivia, plannen we toch ook nog een avondprogramma. De Atacamawoestijn is namelijk de plek waar de sterrenhemel het meest helder is, en hoog in de bergen is in de jaren negentig de grootste radiotelescoop ter wereld geplaatst. Die radiotelescoop is niet te bezoeken, maar wel een eenvoudiger versie.
Om elf uur ´s avonds rijden we met een busje naar een plek buiten San Pedro, en treffen we daar een geëmigreerde Franse astronoom aan, die samen met zijn vrouw, dolenthousiast, een aantal sterrenkijkers heeft neergezet. We krijgen in kaarslicht een leerzame, en bijna spirituele, toelichting over het heelal (de zon blijkt toch niet om de aarde heen te draaien, en op het Zuidelijke halfrond ziet men doorgaans andere sterren dan wij in het Noorden). Ook legt onze astronoom uit dat een astronoom zeker geen astroloog is. Horoscopen blijken toch geen exacte wetenschap te zijn.
Tot vroeg in de nacht mogen we ombeurten door de telescopen kijken, en zien we dat de fonkelende sterren die we met het blote oog zien, met de sterrenkijkers ineens uit duizenden sterren bestaan. Rond half twee ´s nachts verschijnt er een ander object aan het firmament. Nee, het fonkelt niet, dus het kan geen ster zijn. Na een tijdje zien we een rondje, met daaromheen een aantal cirkels. Na verloop van tijd wordt het beeld steeds beter, en zien we dat het Saturnus is, met zijn (of haar) ringen. Het is een erg mooi gezicht.
Tijdens de tweede dag in San Pedro horen we dat er relletjes zijn geweest in Santiago. Omdat we niet altijd het nieuws bij de hand hebben, begrijpen we pas later, na een mailtje van moeder Otten, dat Pinochet is overleden. In San Pedro is er niets van te merken, en de jonge Chilenen gaan gewoon verder met jong zijn en modern worden. We lezen nog even de geschiedenis van Chili na, en moeten vasstellen dat Pinochet op geen enkele wijze heeft bijgedragen aan het welvarende Chili waar wij doorheen reizen. Pinochet kwam aan de macht in 1973, na een militaire coup die de toenmalige socialistische president Allende het leven kostte, waarover later meer als we in Santiago zijn. In de jaren van dictatuur onder Pinochet zijn tienduizende Chilenen om het leven gekomen, en is de economie steeds verder afgegleden tot een absoluut dieptepunt met torenhoge werkeloosheid en grote armoede, tot Pinochet in 1988 na verkiezingen het hazenpad mocht kiezen. De huidige economische kracht van Chili werd pas ná Pinochet een feit, onder de latere democratisch gekozen presidenten.
Maar nu terzake... Wij huren gewoon een fiets op de dag dat Pinochet begraven wordt, en we fietsen ´s morgens langs een riviertje naar Pukara Quitor, een oude pre-Inca nederzetting, van een paar honderd jaar na Christus, zo´n tien kilometer buiten San Pedro. De oude nederzetting ligt er verlaten bij. Het is natuurlijk geen Machu Picchu, maar leuk is het wel om als enige bezoekers door dit stukje Zuid-Amerikaanse historie te lopen. Vanaf de Pukara, die op een heuvel ligt, zien we San Pedro liggen.
´s Middags fietsen we de grens over, en vinden we, in niemandsland, op de flanken van de Andes, een oase waar een zwembad is aangelegd. Het is er prettig vertoeven.
Op onze derde dag in San Pedro bezoeken we eerst het historisch museum, met een paar mummy´s, en weer veel keramiek en andere historische zaken. Het museum is best mooi, maar we verliezen inmiddels wel de concentratie bij het zoveelste overzicht van de lokale Zuid-Amerikaanse geschiedenis. Bovendien worden de mummy´s er ook niet mooier op.
De aandacht verslapt dus een beetje in het museum, waardoor we in een kwartier rond zijn, en ons richten op een ander belangrijk onderdeel van onze reis; de planning. Het lijkt in dit verslag misschien alsof alle hotels automatisch hun deuren voor ons openen, en ons vanzelf op de gastenlijst hebben gezet, maar daar gaan de nodige planningsuren en belacties aan vooraf. Totnogtoe konden we het risico wel nemen om een dag vantevoren te bellen of er ergens een bed was, maar voor de komende maanden moeten we eerder gaan plannen, omdat de Chilenen en Argentijnen zelf ook vakantie krijgen in Januari en Februari. We brengen daarom de rest van de dag door met onze neuzen in de reisboeken, achter een Internet-pc, of met een hoorn aan het oor. Het resultaat is te vinden in de komende verslagen.
San Pedro is een leuk dorpje.
Zo schijnt de maan er dus ongeveer uit te zien.
Het is wel heel bijzonder om Saturnus te kunnen zien.
Ons fietstochtje op de dag dat Pinochet begraven wordt.
Pukara Quitor
San Pedro de Atacama remains copyright of the author capibara, a member of the travel community Travellerspoint.
Comment on this entry | Tweet this | Your own free travel blog | More Travellerspoint blogs
]]>Vanuit Uyuni rijden we een halfuurtje over een zandpad, waarna we stoppen in een dorpje waar men een aantal huizen heeft met muren van zoutblokken, en waar men natuurlijk ook souvenirs van zout verkoopt. We beperken ons tot de aanschaf van een lama van zout.
Na het dorpje wordt de grond steeds witter en zien we al snel een zoutvlakte die verder reikt dan de horizon. Het is een bizar, maar ook erg mooi beeld. De zoutvlakte van Uyuni (Salar de Uyuni) ligt op zo´n 3700 meter hoogte en is de grootste zoutvlakte ter wereld, ongeveer net zo groot als de oppervlakten van Noord-Holland en Gelderland samen (c.q. de oppervlakte van half België), oftewel erg groot. Heel vroeger was dit de bodem van de oceaan die na diverse bewegingen van de aardschotsen naar grote hoogte is opgestuwd. Na het verdampen van het zeewater is de zoutvlakte overgebleven.
We stoppen kort bij het zouthotel dat is gemaakt van ….
Na twee uur over de witte vlakte zien we een donkere schim aan de horizon. Als we dichterbij komen blijkt het een eiland te zijn; Isla del Pescado was vroeger waarschijn lijk een eiland in de oceaan en is nu een eiland middenin de zoutvlakte. Rond het eiland ligt geen water, maar zout, en óp het eiland groeien tientallen kaarsrechte cactussen van soms wel twaalf meter hoog. Het lijkt alsof we in een rare droom zijn terechtgekomen, en dat zonder cocabladeren, maar mooi is het wel. Het is ook vrij druk op het eiland, want er arriveren rond lunchtijd tientallen jeeps. Rosamarie prepareert achterin de jeep een heerlijke pastalunch voor ons.
Na Isla del Pescado rijden we nog een paar uur, met tachtig kilometer per uur, over de zoutvlakte, waarna de grond, rond vier uur ´s middags, langzamerhand een zandkleur krijgt en de weg overgaat in een hobbellige zand- en stenenweg. In de avond arriveren we in San Juan, een dorp op 4000 meter hoogte , waar meer lama´s dan mensen wonen. Honderden lama´s grazen rustig op de velden rond het dorp, en ze spugen ons niet eens in het gezicht als we tussen ze doorlopen.
Omdat we een privétour doen hebben we ook een privékamer, maar het verbaast ons wel dat we zelfs een privéhotel hebben, want er zijn verder geen andere gasten in het hotelletje dat de naam hotel eigenlijk niet verdient, omdat het meer een veredelde lamaschuur is, maar dat terzijde.
De sterrenhemel is subliem, vooral omdat er in San Juan alleen tussen acht en negen uur ´s avonds electriciteit is.
De volgende dag blijkt al vroeg dat de Salar de Uyuni niet het enige hoogtepunt is tijdens de tour. De landschappelijke hoogtepunten volgen elkaar op. Op het ene moment rijden we urenlang door een soort landschap waar Salvador Dali jaloers op zou zijn geweest, en waar prachtige slanke Vicuñas wegvluchten voor onze jeep. Op het andere moment staan we aan meertjes waar de spiegeling van de omliggende vulkanen alleen verstoord wordt door de honderden flamingo´s die garnaaltjes uit het brakke water lepelen. Het is een understatement om te zeggen dat de mond regelmatig openvalt van verbazing over hoe uniek en prachtig de Bolviaanse hoogvlakte is. Het is, met afstand, landschappelijk het mooiste wat we in de afgelopen maanden gezien hebben.
Aan het eind van de tweede dag slapen we op 4200 meter hoogte, aan de Laguna Colorado, het gekleurde meer. De algen in het meer verschieten van kleur als de zonnestralen het meer raken. We lopen verkleumd langs de Laguna die tientallen kleuren heeft, waaronder diepgroen, beige en oker, maar vooral bloedrood. In het gekleurde water tellen we tienduizend flamingo´s, sommige rustig hun algjes pikkend, anderen met een raar loopje elkaar pikkend. We schieten een aantal foto´s, een heel groot aantal foto´s.
We slapen in grijze barakken, waar van Amnesty geen gevangenen heengestuurd mogen worden, maar wel een groot aantal vrijwillige toeristen. Het tocht, buiten is het min tien, er zijn twee toiletjes voor dertig toeristen, en er is geen stromend water om de toilet door te spoelen of te douchen. De toeristen slapen met zijn zessen a achten op één kamer, behalve de toeristen die een privétour doen, want die slapen met zijn tweeën op een kamer met acht bedden, waarvan zes bedden onbeslapen blijven, maar waar het overigens ook gewoon koud is.
De derde dag staan we om vier uur op, doen we onze handschoenen aan, en zien we op 5000 meter hoogte de zon opkomen, waarbij de warmte van de zonnestralen een aantal geysers activeert. Op diverse plaatsen spuit het warme water tientallen meters omhoog uit de aarde. Door de stoom heen zien we perfecte vulkaankegels boven de hoogvlakte uitkomen.
We ontbijten een eindje verderop, aan een lagune, met daarin natuurlijk weer een groot aantal flamingo´s. Dappere medetoeristen ontdoen zich van hun kleding, trotseren de vrieskou en nemen plaats in het thermale en hete water. Wij bekijken het van een afstandje, met handen die zo ijskoud zijn dat zelfs de warmte van de gekookte eieren van Rosamarie geen verschil meer maakt.
Halverwege de ochtend nemen we afscheid van Walter en Rosamarie, en stappen we in een busje. We laten onze Boliviaanse exitstempel zien, rijden onder een verroest geel slagboompje door, en zijn ineens in Chili, waar het één uur later is, en waar we op asfalt rijden, wat best even schrikken is na de honderden kilometers onverharde weg van de voorbije dagen. We dalen van 4700 meter af naar 2600 meter, waar San Pedro de Atacama onze uitvalsbasis is voor de komende dagen. Het dorpje is een oase in de Atacamawoestijn, de droogste plek op aarde.
Aan het begin van de zoutvlakte staat een hotel dat volledig van zout is gemaakt.
En zo ziet zo'n zoutvlakte eruit.
Op zoek naar zoutkristallen
Het 'eiland' waar we onze lunch nuttigen
Uitzicht vanaf het 'eiland'
Er worden complete meubels van zout gemaakt.
Toch nog wat bewijsmateriaal dat we echt heel veel lama's zien.
Als de weg wat meer gaat hobbelen, laat onze chauffeur de banden een stukje leeglopen.
Wat beelden van de prachtige lagunes, vaak met flamingo's.
Een 'boom' van steen, uitgesleten door de wind.
Geysers bij het opkomen van de zon.
Salar de Uyuni remains copyright of the author capibara, a member of the travel community Travellerspoint.
Comment on this entry | Tweet this | Your own free travel blog | More Travellerspoint blogs
]]>Potosi was vooral vroeger een erg belangrijke stad. Rond 1700 had Potosi ongeveer 160.000 inwoners, destijds was het groter dan Parijs en vergelijkbaar met Sevilla. Potosi had dit te danken aan de zogenaamde Rijke Berg; de zilvermijn. Vanuit Potosi zijn honderden tonnen zilver naar Spanje gegaan, wat heeft geleid tot het begin van het kapitalisme in Europa. De Spaanse veroveraars lieten slaven in de mijnen werken, meestal Indianen, maar ook Afrikanen die het echter niet zo lang volhielden op deze hoogte. Uiteindelijk zijn er in de 17e en 18e eeuw zo´n zeven miljoen (!!!) slaven gestorven aan het verplichte werk in de mijnen.
O ja, veel zilvertransporten van de Spanjaarden werden door Nederlandsche kapers overvallen...
Ook nu is de Cerro Rico, de Rijke Berg, nog steeds erg belangrijk voor Potosi. Er werken nog steeds 14.000 mijnwerkers. Het hoogtepunt van ons bezoek aan Potosi is dan ook een bezoek aan de mijnen. Via het hotel regelen we een gids. Johnny laat ons alle ins en outs van het werken in de mijn zien. We starten onze excursie met een bezoek aan de mijnwerkersmarkt. We gaan naar een klein winkeltje waar de mijnwerkers hun boodschappen doen. Ondanks dat ze een laag salaris hebben (max. USD 12,00 per dag voor een eerst klas werker), moeten ze zelf hun eigen materiaal kopen. In dit winkeltje kopen ze bijvoorbeeld dynamietstaven, lampen, kleding en gereedschap. Het winkeltje ernaast is echter minstens zo belangrijk. Daar kopen ze namelijk hun coca-bladeren. Werkelijk alle mijnwerkers kauwen de hele dag op cocabladeren. Hierbij zit een steentje (een soort as), dat je weer in verschillende klassen hebt. De combinatie van de cocabladeren en het steentje maakt dat de mijnwerkers de hele dag fit blijven zonder te eten. Ze ontbijten 's morgen goed en eten vervolgens de hele dag niet. Ze hebben een prop van 150 cocabladeren in hun mond en daarmee kunnen ze lange werkdagen. We zien later ook duidelijk dat ze allemaal een dikke wang hebben van de prop bladeren.
Wij doen ook in beide winkeltjes wat inkopen, zodat we later bij ons bezoek aan de mijn zelf kunnen uitdelen. Gisteren hebben we ook vast pennen en sigaretten voor de mijnwerkers gekocht.
Na 'het winkelen' krijgen wij onze mijnwerkersoutfit aan. Een soort overal, een helm en een mijnwerkerslamp. We vinden het best spannend. Eigenlijk zijn we allebei geen helden als het gaat om 'kruip-door-sluip-door'. We vinden echter allebei dat we dit wel moeten zien. Wel laten we Johnny weten dat we niet helemaal naar beneden willen en dat we graag alleen door de gangen gaan waar we nog enigszins kunnen staan. Gelukkig we hebben nog even uitstel van executie. We gaan eerst nog naar de top van de berg om van het uitzicht te genieten. Johnny geeft hier al de eerste uitleg over het leven van de mijnwerkers. De jongste mijnwerkers zijn bijvoorbeeld pas 13 jaar oud. Vrouwen werken er ook, maar alleen buiten. Binnen werken zou voor vrouwen ongeluk brengen. En de gemiddelde mijnwerker wordt slecht 45 jaar oud. Vaak krijgen ze last van stoflongen wat uiteindelijk fataal is.
Tenslotte gaan we dan toch naar de mijn. De cadeaus blijken meer dan welkom. Er wordt bijna gevochten om de pennen voor de kinderen. Ik (Anje) krijg het na 10 minuten al benauwd. Maar Johnny pakt m'n hand vast en weet me te overtuigen om door te lopen tot het museum in de mijn. Achteraf ben ik blij dat ik dat gedaan heb. Het museum is een plaats waar ook de mijnwerkers op vrijdag naartoe gaan. Er hangen wat foto's en er staat o.a. een beeld van Tio; de god van de mijnwerkers (beeldmateriaal volgt). Op vrijdag wordt Tio bestrooid met cocabladeren, krijgt hij een nieuwe sigaret en drinken de arbeiders pure alcohol. Ook nu heeft Tio mazzel. Johnny geeft hem een sigaretje van Richard. Na het bezoek aan Tio gaan wij weer richting uitgang. We zijn erg onder de indruk van de rondleiding. Voor ons was het al afzien om 20 minuten onder de grond te zijn en dan pas op het eerste niveau. Wij hebben niet eens hoeven te kruipen.
In de middag bezoeken we nog het Casa de Monedas. Hier werd vroeger de Boliviaanse en ook de Spaanse munt geslagen. Tegenwoordig worden de munten juist in Spanje geslagen en is Casa de Monedas alleen een museum. Het gebouw is nog in originele staat en ook de machines staan er nog. Tijdens de rondleiding zien we hoe de munten eerst met de hand en later ook met machines werden gemaakt. We bedenken dat het gek is dat we in Utrecht nog nooit naar De Munt zijn geweest, terwijl we het hier best interessant vinden.
We sluiten de dag af met een bezoek aan het klooster. Ook hier krijgen we een rondleiding. Op zich is ook deze rondleiding weer interessant, maar het duurde erg lang. Bovendien hebben we inmiddels al wat erg veel Jezussen, Maria's, e.d. gezien.
De mijnwerkersmarkt. De cocabladeren worden hier in grote hoeveelheden verkocht, evenals de flessen met bijna pure alcohol.
En zo zien die mijnwerkers er dan uit
Of nee, zo zien we er uit; met hun wang vol met cocabladeren
Tio krijgt een sigaretje
Toch ook nog een klein cultureel beeld; een foto uit het klooser.
Potosi remains copyright of the author anje, a member of the travel community Travellerspoint.
Comment on this entry | Tweet this | Your own free travel blog | More Travellerspoint blogs
]]>