A Travellerspoint blog

By this Author: anje

Van Tucuman naar Puerto Iguazu

10 februari - 12 februari

sunny 30 °C

Ik zit nu voor de tweede keer hetzelfde verhaal in te tikken. In dit internetcafé heb ik er echter alle vertrouwen in dat de stroom niet uitvalt. Ik zit nu in een erg gezellig internetcafé, versierd met prachtige zelfgemaakte slingers (welkom thuis), diverse leuke kaarten en fleurige bloemen. Het enige ‘nadeel’ is dat ik nu beneden zit en Richard boven, deze scheiding is in de laatste 5 maanden weinig voorgekomen.

Maar goed, dan nu toch nog een stukje verslag. Vanuit Tucuman hebben we een lange reisdag. We vliegen eerst terug naar Buenos Aires, daar stappen we over in een ander vliegtuig naar Posadas, waar we nog een taxi nemen om ons in een uur naar San Ignacio te rijden. We hopen van harte dat dit het laatste taxiritje is waarbij we ons hart weer moeten vasthouden. De snelheid is weer erg hoog en inhalen voor heuvels of bochten blijkt gewoon mogelijk.

San Ignacio is een klein dorp dat op zich niet veel voorstelt, maar het is bekend vanwege de ruïnes van San Ignacio Mini. Dit is de best bewaarde en de grootste jezuïetenmissie van Argentinië. In dit gebied bevinden zich verschillende jezuïetenmissies; nederzettingen van tot het christendom bekeerde indianen. Rond 1600 vond er een ingrijpende verandering plaats in de onderdrukking van de indianen. De Jezuïetengemeenschap kreeg de rol als bestuurder van de missies waar de vreedzaam bekeerde indianen werden ondergebracht. De missie in San Ignacio was een echt dorp, met een klooster, kerk, werkplaatsen e.d.

Na onze aankomst in San Ignacio brengen we een bezoek aan de ruines. Deze zijn nog zo goed bewaard dat we gemakkelijk een beeld kunnen vormen van hoe de missie er rond 1600 uit moet hebben gezien. De omgeving is prachtig met rondom een dicht woud dat doet denken aan de jungle, mede omdat hier ook ineens weer meerdere muggen zitten. Bovendien is het hier ook ineens heel erg vochtig warm. We hebben de hele reis nog niet zo hoeven zweten (als we niets doen) als hier in San Ignacio.

Als we terug lopen naar ons hotel zien we langs de weg een bord waarop wordt aangekondigd dat San Ignacio vanavond carnaval viert. We verwachten er niet veel van, maar aangezien er verder ook niets te doen is, kopen we 2 kaartjes voor een bezoek aan de parade. Het is onduidelijk hoe laat het begint, maar volgens de dame van ons hotel start het rond 22:00 uur. We zitten om 21:00 uur, als enige, op een terrasje langs het dans-parcours waar we een pizza willen bestellen. Terwijl we net zitten valt echter de stroom uit, het is ineens aardedonker. We moeten dus ook nog even wachten op onze pizza. Als na een uur de lampen weer aangaan, krijgen we ook binnen 10 minuten een pizza. Dat is vreemd, we hadden namelijk nog helemaal geen kaart gezien en dus ook nog geen pizza uitgezocht. Maar bij nader inzien blijkt dat niet zo vreemd, het ‘restaurant’ heeft slechts één soort diepvriespizza’s. Het smaakt nergens naar, maar het vult.

Rond 22:30 wordt het langzaam iets drukker, maar er gebeurt nog weinig. Om 23:00 zijn we het wachten wel zat, maar het wordt toch nog steeds drukker, dus we houden nog even vol. We zien ook steeds meer mensen lopen met spuitbussen met schuim. Blijkbaar vinden ze het hier leuk om elkaar met schuim ‘nat’ te spuiten. Ook wij krijgen af en toe wat schuim over ons heen. Om 23:30 uur gaan eindelijk de hekken open. Er verschijnt een groepje danseressen, variërend in leeftijd van 4 tot 30 jaar, in prachtige glinsterende bikini’s en veren op hun hoofd. Daarachter loopt een groep jongens die muziek maken, met vooral veel trommels. Daarna gaan de hekken weer dicht. Na 10 minuten gaan de hekken opnieuw open en komen er weer 2 groepen; eerst danseressen en dan weer de muzikanten, nu ook nog gevolgd door een versierde wagen met Prinses Carnaval. Waarschijnlijk zijn het telkens groepen per wijk of per dansschool. Wij zien zo ongeveer 8 verschillende groepen voorbij komen en zijn verbaasd waar al deze mensen vandaan komen. En dan te bedenken dat het eind nog niet in zicht is. Vooral de danseressen zien er erg mooi uit, bovendien kunnen ze, in onze ogen, erg goed dansen. Toch gaan wij om 1:30 uur als één van de eersten naar bed. Wij moeten morgen weer vroeg op om de bus van 8:00 uur naar Puerto Iguazu te halen. We horen echter dat de muziek nog tot diep in de nacht doorgaat.

Wij staan dus inderdaad de volgende dag om 8:00 uur bij de bushalte voor een rit van 6 uur naar Puerto Iguazu. We gaan hier naar de watervallen van Iguazu. Iguazo betekent ‘groot water’ in Indianentaal. Dit is geen slechte naam als je bedenkt dat over een afstand van 2,5 km 275 watervallen naar beneden storten, variërend van smalle slierten tot brede stromen water. Met een hoogte van 72 meter zijn ze zelfs hoger dan de Niagara watervallen (47 m). Daarbij geldt dat de watervallen van Iguazu rondom omgeven zijn door een prachtige jungle. Dit betekent dat je als bezoeker via verschillende wandelpaden door de jungle langs de verschillende watervallen kunt wandelen. Tenslotte geldt nog dat de watervallen voor twee derde in Argentinië liggen en voor een derde in Brazilië en grenst het ook nog eens aan Paraguay.

De eerste middag bezoeken wij de watervallen aan de Braziliaanse zijde. Hier maken we een mooie wandeling door de jungle die eindigt op een voetgangersbrug onder aan de watervallen, midden in de zogenaamde duivelskloof. Het water klettert met een enorm geweld naar beneden, waardoor er veel water opstuift en wij behoorlijk nat worden. We krijgen deze middag al een goed beeld van de watervallen. Volgens de boeken is het panorama aan de Braziliaanse kant ook het best. Op onze wandeling terug zien we meerdere coati’s, dit zijn neusberen die hier in het wild leven. Later blijkt dat we deze coati's hier nog veel gaan zien en dat ze wat aandacht, en vooral eten, van mensen wel leuk vinden.

De volgende dag brengen we een bezoek aan de Argentijnse zijde van de watervallen. Aan deze kant is het mogelijk om nog meer wandelingen te maken, zowel onderlangs als bovenlangs. Wij maken alle mogelijke wandelingen en zien naast héél veel water ook nog prachtige vlinders, neusberen, 2 apen en een krokodil.

Aan het eind van de dag hebben we ook nog tijd om van het prachtige zwembad van ons hotel te genieten. Wij slapen hier in stijl met een zwembad met een eigen waterval. Wat wil je nog meer? De laatste dag gaan we nog één keer naar de watervallen om nog een mooie wandeling door de jungle te maken. Dit keer naar een kleine waterval die door slechts weinig toeristen wordt bezocht en waar we dus vooral lekker rustig kunnen lopen.

De ruïnes van San Ignacio Mini

Ignacio_1.jpg
Ignacio_2.jpg

Carnaval in San Ignacio

Ignacio_3.jpg
Ignacio_3A.jpg
Ignacio_4.jpg

De watervallen van Iguazu aan de Braziliaanse zijde.

Iguazu_1.jpg
Iguazu_2.jpg

De coati's bij de watervallen.

Iguazu_3.jpg

De watervallen van Iguazu aan de Argentijnse zijde.

Iguazu_4.jpg

Een mooie vlinder waarvan je er vele zag.

Iguazu_5.jpg

Ons zwembadje met eigen waterval.

Iguazu_6.jpg

Posted by anje 12:22 Archived in Argentina Tagged tourist_sites Comments (0)

Fin del Mundo

22 t/m 26 januari 2007

sunny 20 °C

Vanuit Punta Arenas nemen we de bus naar Ushuaia, een lange rit van 12 uur. Rond 20:00 uur zijn we in Ushuaia; het eind van de wereld! Ushuaia is het meest zuidelijk gelegen stadje ter wereld, en daar worden we regelmatig aan herinnerd; elke naam is uitgebreid met ´Fin del Mundo’. Die borden zijn overigens helemaal niet nodig, het landschap geeft zelf al het gevoel dat je aan het eind van de wereld bent, en dat is een bijzonder gevoel. Ushuaia is ook de plaats vanwaar de schepen vertrekken naar de Zuidpool. In de haven liggen dan ook zeer verschillende boten: rondvaartboten, enorme cruiseboten en ijsbrekers in verschillende soorten en maten.

Het gebied waarin Ushuaia ligt, heet Tierra del Fuego: Vuurland. Toen de eerste zeereizigers vanuit Europa door het Beagle-kanaal voeren en enorme kampvuren van de Indianen zagen, gaven ze het gebied zijn huidige naam.

Door de zuidelijke ligging en door het feit dat het in Ushuaia vaak hard waait, zijn wij voorbereid op een paar koude dagen. Zullen we ons thermo-ondergoed dan nu toch echt eens kunnen gebruiken? Dat valt tegen, of eigenlijk juist mee. Als we de eerste ochtend wakker worden, schijnt de zon onze kamer binnen. Bovendien zien we aan de boomtoppen dat het windstil is. Het is dus prachtig weer. We grijpen de kans en maken meteen een leuke boottocht door het Beagle kanaal. We zien veel zwart-witte aalscholvers (die overigens op afstand op pinguïns lijken) en zeeleeuwen en de ´fin del mundo' vuurtoren.

’s Middags lopen we door de enige hoofdstraat van Ushuaia. De straat zit vol met souvenir- en kledingwinkels, maar een terrasje voor een lunch kunnen we niet echt vinden. Dit bevestigt wel dat het uitzonderlijk mooi weer is, het is inmiddels echt wel 20 graden. Terrasweer is hier duidelijk niet normaal.

Aan het eind van de middag nemen we de bus naar het nationaal park Tierra del Fuego. We laten ons afzetten bij Lapataia Bay, de plaats waar ook de highway ophoudt. De highway is hier overigens al niet meer dan een grintweg, maar dat terzijde. Via een mooie wandeling, met prachtige uitzichten over de baai, lopen we naar de beverdam. Op deze plek kun je met wat geluk bevers spotten. Wij zijn er nog steeds niet uit of we wel of geen geluk hadden. We zien ‘iets’ zwemmen met een paar takken in zijn bek. We denken dat het een bever is, maar in het museum hebben we gezien dat bevers geen lange dunne staart hebben. Hebben we dan toch alleen maar een rat gezien?

´s Avonds komen we toevallig terecht in een wel erg leuk (en lekker) restaurant. De biefstukken zijn hier echt erg lekker en ook de Argentijnse wijn is prima. Als je daarbij ook nog eens een prachtig uitzicht op de haven en een heel vriendelijk ober hebt, is dat een goede reden om een paar dagen later nog een keer te gaan.

De tweede dag in Ushuaia gaan we paardrijden aan de rand van het nationaal park. Het is nog steeds zomerweer, we kunnen in ons t-shirt rondrijden. We maken een prachtige rit door een afwisselend landschap. Het terrein is heuvelachtig met bos en af en toe moeten we kleine riviertjes trotseren. Aan het eind zelfs een rivier waar het water tot onze voeten komt. Het voordeel van dit terrein is dat we voornamelijk stapvoets gaan en dat is, zeker achteraf, voor ons wel goed geweest. We hebben een paar dagen behoorlijk spierpijn gehad en dat is waarschijnlijk toch gekomen van het draven en gallopperen langs de kust.

De derde dag brengen we door in het nationaal park. We plakken een aantal wandelingen aan elkaar vast, waardoor we uiteindelijk 4 uur wandelen. Het is vandaag wat frisser, maar het heuvelachtige terrein houdt ons wel warm. Halverwege de wandeling komen we in Ensenada Bay. Hier is echt het eind van de wereld, hier staat namelijk ‘correo fin del mundo´; hét postkantoor aan het eind van de wereld. En uiteraard kun je hier kaartjes kopen van ´fin del mundo´ die je dan daar in de bus kunt doen. Dat is natuurlijk een leuke foto, dus sturen we een aantal kaartjes. Alleen naar de mensen waarvan we het adres uit ons hoofd kennen (... en dat zijn alleen de papa´s en mama´s en oma´s ;-).

De laatste dag zien we dat het ook ander weer kan zijn. We worden wakker van de regen tegen ons raam. Mooi weer voor een museumbezoek. We gaan eerst naar het, hoe kan het ook anders, ‘Fin del Mundo’ museum. Het stelt niet veel voor, maar het is wel een leuk bezoekje. Daarna gaan we nog naar de strafkolonie, dit museum bestaat grotendeels uit gevangeniscellen, waardoor je een beeld krijgt van hoe de zwaarste criminelen van het land hun tijd achter slot en grendel doorbrachten. Het was tot de jaren 50 in gebruik als gevangenis. We zien o.a. de cel van ´groot oor´, een crimineel die erg grote oren had en die erg veel moorden had gepleegd. Omdat het ook tevens het scheepvaartmuseum is, zien we ook nog een collectie van Nederlandse scheepsmodellen.

´s Middags is het even droog, maar in de avond begint het weer te regenen. Het juiste moment om te vertrekken en dat doen we dus ook. We vliegen van Ushuaia naar Buenos Aires, waar het weer een heel ander klimaat is. Het thermo ondergoed zal nu zeker niet meer uit de tas hoeven.

De zeeleeuwen en de aalscholvers.
ushuaia_1.jpg

De Fin del Mundo vuurtoren
ushuaia_2.jpg

En zo ziet een beverdam eruit. Toch knap van die kleine beestjes..
ushuaia_1A.jpg

Correo fin del mundo; hét postkantoor aan het eind van de wereld.
ushuaia_2A.jpg

Posted by anje 14:47 Archived in Argentina Tagged tourist_sites Comments (0)

Van Pucon naar Chiloë (met de huurauto)

02 jan t/m 04 jan 2007

overcast 18 °C

Pucon was een leuk stadje en een prima plaats om een paar dagen te blijven. Er is veel te zien en te doen. Maar wij verlaten Pucon en gaan naar Valdivia. Het eerste stuk rijden we een prachtige route langs een aantal meren. Het uitzicht is weer erg mooi en wordt toch nog steeds niet saai.

Valdivia is vernoemd naar de eerste gouverneur van Chili, Pedro de Valdivia. Valdivia is een mooie stad die vooral bekend is vanwege de mooie rivieren waar je boottochten kunt maken. Wij willen echter vandaag nog een deurtje verder en beperken onze stop tot een korte wandeling door het centrum en langs de boulevard van de rivier Rio Calle Calle. Voor een kortere boottocht rijden wij eerst met de auto naar Niebla. De weg loopt langs de rivier, zo krijgen we toch een goed beeld van de mooie omgeving van Valdivia. Net voorbij Niebla stroomt de rivier in de zee. In Niebla nemen we een boot naar Corral, een leuk tochtje van 20 minuten. In Corral bezoeken we het fort, maar dat stelt niet heel veel voor. Wel hebben we hier een mooi uitzicht op de rivier met de eilandjes.

Vanuit Corral gaan we met een ander bootje naar het eiland Mancera. Voor een wandeling over het eiland hebben we vandaag geen tijd, ook hier bezoeken we alleen het fort. Het fort is nog voornamelijk een ruïne, maar het ligt op een mooie plek met een mooi uitzicht over zee.

Wij vervolgen onze rit naar Puerto Varas. Het is al avond als we daar aankomen. Gelukkig vinden we toch nog vrij gemakkelijk een leuke kamer in een soort pension met de naam Villa Germania. We zien in deze omgeving erg veel Duitse invloeden.

Aangezien het inmiddels tot bijna 22:00 uur licht is, kunnen we Puerto Varas ook nog in het licht bekijken. Het is een leuk stadje aan een meer. Wij komen hier over 2 dagen terug voor onze tocht met de boot/bus naar Bariloche (Argentinie). Min of meer toevallig komen we terecht in een leuk restaurant, op palen boven het meer, waar we ook nog eens erg lekker eten.

Vauit Puerto Varas vertrekken we de volgende ochtend naar het eiland Chiloë. Chiloë is na de Falklands het grootste eiland van Zuid-Amerika. Al zeer vroeg werd het eiland veroverd door de Spanjaarden waardoor het lange tijd geïsoleerd bleef. In die tijd ontwikkelde Chiloé een eigen cultuur, een mengsel van Spaanse en Mapuche invloeden. Volgens onze reisgids hangt er ook nu op Chiloë nog steeds een aparte sfeer.

In Pargua nemen wij de veerboot naar Chacao op Chiloë. Het is een leuke overtocht van ongeveer 20 minuten. Terwijl we varen zien we rond de boot veel zeehonden en ook pinguins voorbij zwemmen.

Chacao is een klein plaatsje met een leuke kerk die we even bekijken. Op Chiloë heb je erg veel verschillende kerken. We hebben een boekje met plaatjes van al die kerken, maar we besluiten alleen de kerken op onze route te bekijken.

Onze eerste stop is in Ancud. Het was mogelijk om onderweg een afslag naar zee te maken om een kijkje te nemen bij de oestervangst. Chiloe staat ook bekend vanwege de goede oesters. Er schijnt aan de kust een restaurant te zijn waar je heerlijke oesters kunt eten. Je kunt er echter alleen komen via een onverharde weg. Met onze Corsa hebben we slechte ervaring met het rijden over een onverharde weg. We hebben al geconcludeerd dat we een erg lage onderkant hebben. We nemen dus geen risico meer en beperken ons tot de verharde weg. Bovendien houden we toch niet van oesters, maar dat terzijde. Het betekent ook dat we geen bezoek zullen brengen aan de zogenaamde Pegeuineria. Hier komen de pinguins aan land en kun je ook jonge pinguins zien. Het is jammer dat het voor ons niet toegankelijk is, maar hopelijk gaan wij de komende dagen in Patagonië nog heel veel pinguins zien.

Ancud is een wat groter stadje aan de kust. We maken een wandeling door het centrum, het is aardig maar niet heel bijzonder. We vinden wel een leuke plek voor een picknick met uitzicht op zee. Na Ancud rijden we richting Castro. Het is een route van een kleine 100 km die eigenlijk wel een beetje saai is. Overweg zien we dat er veel houtkap is waardoor er veel kale plekken zijn. We stoppen we nog kort in het plaatsje Dalcahue. Hier kun je boottochtjes maken, maar het zag er niet naar uit dat dat ook nog mogelijk was aan het eind van de middag. We maken een foto van de kerk en rijden door naar Castro. Castro is de hoofdstad van Chiloë en wat ons betreft ook de leukste stad. Op een aantal plaatsen, aan de rand van de stad, staan gekleurde huizen op palen boven het water; palofito´s. Het zijn prachtige plaatjes.

Voor onze overnachting op Chiloe vinden we een erg leuke cabaña zo´n 8 km buiten Castro. Vooralsnog is dit de leukste overnachtingsplaats van deze reis. Het is een gezellig huisje, met open haard en een prachtig uitzicht over de baai. Voor de deur hebben we ook nog een zwembad, maar daarvoor is het helaas te koud. Maar het is een prima avond voor een fles wijn bij de open haard en dat doen we dus ook.

De volgende ochtend rijden we dezelfde weg terug naar de pont. De Panamericana is namelijk de enige verharde weg van noord naar zuid over het eiland. Het is hier echter niet meer de Panamericana zoals we die tot Puerto Montt hadden. Hier is het een 2-baansweg, wat bij ons de ´provinciale weg´zou zijn. Ook na de pont hebben we dezelfde weg terug tot Puerto Montt. Wij rijden tot het vliegveld van Puerto Montt, daar leveren we onze Corsa na 8 dagen weer in.

Chiloë vonden we aardig, achteraf gezien hadden we het kunnen overslaan. Onze cabaña heft het in elk geval toch nog extra leuk gemaakt. Die aparte sfeer op het eiland, die er volgens onze reisgids zijn zijn, hebben wij niet echt gevoeld, behalve dan met het glas wijn voor de open haard...

We hebben weer eens wat foto´s:

Paalwoningen in Castro:

chiloe1.JPG

Anje verstoort het uitzicht op de baai:

chiloe2.JPG

Romantisch he?

chiloe3.JPG

Zomaar wat typisch Chilotische architectuur :

chiloe4.JPG

Posted by anje 15:45 Archived in Chile Tagged tourist_sites Comments (0)

Kerst op Paaseiland

23 dec t/m 27 dec 2007

sunny 25 °C

Paaseiland of Rapa Nui is erg mooi! Zo mooi dat we best nog wat langer hadden willen blijven. Maar dat kon niet meer.

Dat het kerst was op Paaseiland hebben wij niet echt gemerkt, behalve op de avond voor kerst. De meeste, of eigenlijk alle, restaurants waren op deze avond gesloten. Het enige restaurant dat open was, serveerde een kerstmenu. Gelukkig was dat een prima menu op een leuk terras met uitzicht op zee. Wat wil je nog meer…?

"Rapa Nui" is de Polynesische naam voor Paaseiland. Letterlijk betekent Rapa Nui ´de Grote Rots´. Paaseiland ligt op ongeveer 3700 km vanaf de kust van Chili (5 uur vliegen) en is vooral bekend vanwege de grote stenen beelden; de Moai. Er hebben ooit ongeveer 900 moai gestaan. Al direct na aankomst op het eiland, zagen we diverse beelden. Wij slapen in Hanga Roa, het enige dorp op het eiland, en daar staan al meteen een aantal prachtige beelden langs de kust. Opvallend is al meteen dat sommige beelden een zogenaamde tot-knot hebben; een stenen hoed van een paar 100 kilo. Die hoed heeft een rode kleur en werd pas als het beeld op de bestemming stond, op het hoofd geplaatst, zo leerden we later in het museum. Die hoed werd ook op een andere plaats uit een steengroeve gehouwen dan de beelden.

Het eiland is niet zo groot; ongeveer 165 vierkante kilometer. Dat betekent dat je op de fiets al een groot deel van het eiland kunt zien. En daarom hebben wij onze eerste dag op Paaseiland twee fietsen gehuurd. Voor ons, als echte fietsers, toch een leuke manier om kerst te vieren. Via een mooie weg langs de kust, die toch eigenlijk iets meer op en af ging dan de verhuurder ons deed vermoeden, zijn we naar de vulkaan Rano Raraku gefietst. Onderweg zien we al verschilllende moai, die eigenlijk allemaal indrukwekkend zijn. Vooral als er ook nog eens meerdere op een rij staan. De moai zijn allemaal uit de vulkaan Rano Raraku gehouwen. Nu zijn er op de vulkaan nog steeds 394 beelden zichtbaar, waarvan de grootste rechtopstaande tien meter hoog is. Om onbekende redenen is men blijkbaar plotseling gestopt met het maken van de beelden. Er liggen namelijk nog steeds honderden niet afgewerkte beelden in de steengroeve. Het grootste beeld is maar liefst twintig meter lang (gebouw van zeven verdiepingen), maar zal nooit overeind komen.

Maar de vulkaan is niet alleen mooi vanwege de beelden. Op de top is ook een prachtig kratermeer, waar je ook nog eens kunt genieten van een geweldig uitzicht over het eiland.

Na de vulkaan fietsen we een stukje onverhard. Uiteindelijk komen we bij een prachtig wit strandje; Ana Kena. Zo hebben we toch nog een beetje een witte kerst. Ook op het strand staan prachtige beelden, in dit geval letterlijk tussen de palmbomen. Terug nemen we de hoofdweg over het eiland, waarbij we nu toch een behoorlijk klim moeten trotseren.

Omdat we hebben bedacht dat we op het eiland geen auto gaan huren, en we natuurlijk wel het hele eiland willen zien, gebruiken onze benen. De tweede dag lopen we naar de vulkaan Ranau Kau. Ook deze vulkaan heeft een prachtig kratermeer, eigenlijk zelfs nog mooier. Het lijkt alsof het azuurblauwe water vol zit met allemaal kleine eilandjes. Op deze vulkaan bevindt zich ook ceremoniele dorpje Orongo. Vroeger werden hier diverse rituelen uitgevoerd. Nu kun je nog de resten van het dorpje bekijken.

Op dag 3 lopen we vanuit ons hotel naar Ahu Akivi, dit zijn 7 beelden naast elkaar, gelegen in ´het binnenland´. De wandeling ernaartoe is langer dan we dachten (2 uur), maar we worden wel beloond met prachtige beelden. Terug lopen we langs de kust, eveneens een mooie route. ´s Middags gaan we nog een keer (maar nu met een taxi) naar het strandje van Ana Kena.

De laatste ochtend brengen we nog een bezoek aan het museum. Het is een klein museum, maar het geeft erg veel informatie over het eiland en de beelden. Over de beelden lezen we o.a. het volgende (citaat van Wikipedia):

Er is veel onzekerheid over het hoe en waarom van deze beelden. De meest geaccepteerde theorie stelt dat de Polynesische eilandbewoners, die het eiland koloniseerden, de constructie aanvingen omstreeks 1000-1100 na Chr. De beelden zouden overleden familieleden kunnen voorstellen, of nog in leven zijnde stamhoofden. De beelden vergden bijzonder veel inspanningen om te houwen, zodat wordt aangenomen dat de beeldhouwers een hoge sociale status hadden. Het is niet bekend hoe de beelden uiteindelijk naar hun definitieve plaats werden gebracht; men veronderstelt met spierkracht, touwen en ronde balken. Een andere theorie zegt dat de beelden ook rechtopstaand vooruit "gewaggeld" werden.

De bewoners van Paaseiland zijn Polynesisch.

Paaseiland_6.JPG

Om een beeld te krijgen van de beelden:

Paaseiland_1.JPG

Paaseiland_2.JPG

Paaseiland_3.JPG

Paaseiland_5.JPG

Tijdens onze wandelingen zagen we regelmatig 'wilde' paarden.
Paaseiland_4.JPG

Het kratermeer op de vulkaan Ranau Kau.
Paaseiland_7.JPG

Posted by anje 16:04 Archived in Chile Tagged tourist_sites Comments (0)

Arica en Lauca National Park

14 t/m 18 december

semi-overcast

Vanuit San Pedro de Atacama nemen we de nachtbus naar Arica. Op zich een goede bus, maar we hebben pech met de plek in de bus. We zitten namelijk direct naast de toilet, een chemisch toilet. Telkens als er iemand gaat en ook doorspoelt, stinkt die toilet ongeveer 10 minuten lang heel erg. Als je bedenkt dat mensen de hele nacht door naar de wc gingen, begrijp je waarschijnlijk wel dat het geen pretje was.

Maar goed, we overleven de busrit. Om 7:30 uur zijn we in Arica, een grensstad aan de kust van Noord Chili. We hebben een leuk hotelletje bij Marie Jeane, een Franse mevrouw en haar Chileense man David. Beiden zijn ze zeer vriendelijk. In Arica doen we niet zoveel. We bezoeken de haven, waar we vooral heel veel pelikanen en zeeleeuwen zien. Vervolgens gaan we naar het Laucho strand; een lekker rustig strand, waar we van het mooie weer genieten.

De volgende dag huren we in Arica een auto voor 2 dagen. Via de Lluta vallei rijden we die dag in 170 km vanaf zeeniveau naar een hoogte van 4500 meter. Aangezien we pas nog op hoogte waren, durven we het aan om dit in één dag te rijden. We bezoeken het Lauca National Park, met als (letterlijke) hoogtepunt het Chungara meer.

Onderweg maken we een paar korte stops. De eerste stop is bij de zogenaamde candelabrus cactussen; cactussen in de vorm van kandelaars. Vervolgens stoppen we nog bij een paar uitzichtpunten. De mooiste tussenstop is bij een aantal rotsen waar veel viscacha´s zitten; een soort konijnen maar dan met een lange staart. Na de lunch in Putre rijden we de laatste etappe naar het meer. Nu pas zijn we echt in het Lauca Park. De omgeving wordt dan ook steeds mooier met de typische altiplano-steppelandschappen met blauwe meren en besneeuwde vulkanen. Ook zien we steeds meer lama’s, alpaca’s, vicuña´s en zogenaamde Andes ganzen.

We zijn net voordat het gaat regenen bij het Chungara meer en hebben zelfs het geluk dat de zon er nog even op schijnt. Het meer is het hoogst gelegen kratermeer (4570 m) ter wereld. Boven het meer uit prijken de toppen van de tweelingvulkanen Pomerape en Parinacota. Het is een plaatje.

Op de terugweg brengen we nog een bezoek aan Parinacota, een klein traditoneel dorpje hoog in de Andes. Er wonen daar nauwelijks mensen, volgens ons boek leven er 3 families permanent. De overige bewoners schijnen alleen voor ceremonies naar het dorp te komen. Dat is ook niet zo gek, het is er nl behoorlijk koud. Er staat een leuk 17de-eeuws koloniaal kerkje. We lopen een rondje door het dorp. Tenslotte rijden we terug tot aan Putre. We slapen die nacht in Putre, een dorp op 3500 meter hoogte.

De volgende ochtend maken we in Putre nog een mooie wandeling waarna we terugrijden naar Arica. Dit keer stoppen we nog bij de geogliefen. Het zijn tekeningen in de rotsen. Het is vaak niet bekend wat het daadwerkelijk voorstelt. Het vermoeden bestaat dat ze al vanaf het begin van de jaartelling bestaan.

Die middag brengen we nog een kort bezoek aan de Azapa vallei waar we naar het archeologisch museum gaan. Dit museum bevat de oudste mummie die in Zuid Amerika gevonden is, 7000 jaar geleden. De vallei bevat vooral heel veel olijfbomen.

Onze laatste dag in Arica bestaat voornamelijk uit een bezoek aan het strand. Maar we beginnen de dag met een klim naar de top van de Morro de Arica, een steile en lange heuvel, 139 meter boven zeeniveau. Arica behoorde tot 1880 tot Peru. Vanaf de top hebben we een mooi uitzicht op Arica en op de zee.

Posted by anje 18:23 Archived in Chile Tagged tourist_sites Comments (0)

(Entries 1 - 5 of 13) Page [1] 2 3 »