A Travellerspoint blog

Nazca

15 november

sunny 27 °C

We rijden over een grote droge hoogvlakte, en vragen de taxichauffeur te stoppen bij de ´mirador´, een uitkijktorentje langs de Panamericana, de snelweg die geheel Amerika doorkruist. Vanaf de mirador zien we twee figuren in het landschap; twee Nazca figuren welteverstaan; de ´Boom´ en de ´Handen´. Tussen 300 en 900 na Christus heeft het Nazca volk zo´n achttien grote figuren en tientallen rechte lijnen in de stenen bodem van de hoogvlakte gekrast. Sommige figuren zijn maar liefst 80 meter lang, en de kaarsrechte lijnen 10 kilometer lang. De figuren en lijnen zijn pas in 1939, per ongeluk, ontdekt toen een Amerikaanse geleerde er met een vliegtuigje overheen vloog.

Er zijn veel, vaak exotische, theoriën over de bedoeling van de figuren en lijnen. Waren het landingsbanen voor vliegende schotels? Het meest aannemelijk is echter dat het een grote astronomische kalender is, waarmee het Nazca volk kon bijhouden wanneer de zon ookalweer het hoogste punt ging bereiken, en wanneer het tijd werd om de maïs te gaan zaaien, of de coca. Er is echter geen enkel bewijs dat die theorie klopt, omdat de volkeren tót de Spaanse verovering niet konden lezen en schrijven, wat vooral veroorzaakt werd doordat men nooit bedacht had dat het handig zou kunnen zijn om letters te verzinnen die samen woorden konden vormen. Tellen kon men overigens wel, met een ingenieus ´knopen in touwtjes´ systeem.

Op het vliegveldje van Nazca c.q. Nasca, zien we toeristen uit een klein vliegtuigje stappen, een mevrouw gooit een kotszakje weg, ziet lijkbleek, en waggelt naar de uitgang. Ze lijkt niet erg happy.

We stijgen op, en vermoeden het ergste voor onze evenwichtsorganen als we rondjes draaien boven Nazca figuur ´de Walvis´. Nog zeventien figuren te gaan. De piloot is erg vriendelijk en wijst op zijn plattegrondje vervolgens de diverse figuren aan waar we overheen vliegen. Hij wijst met de tip van de rechtervleugel aan waar we moeten kijken. De figuren zijn erg bizar. We zien o.a. de grote Kolibri, de Aap en de Spin. Het meest bijzonder is een kereltje dat zo´n achttienhonderd jaar geleden in een heuvel is gekrast en op een zwaaiende astronaut lijkt. We zwaaien vriendelijk terug. Waren het dan toch landingsbanen voor vliegende schotels?

De rondvlucht duurt zo´n drie kwartier en onze buiken houden zich gelukkig goed. Op de grond laten we voltrots ons certificaat tekenen als bewijs dat wij over de Nazca figuren zijn gevlogen. Geïnteresseerden willen we graag een kopietje van dat bewijs sturen.

In de middag rijden we naar een archeologische begraafplaats van een lokaal volk, de begraafplaats van Chauchilla. In the middle of nowhere, en in the middle van een kale droge vlakte, lopen we langs stukken schedels, fragmenten van botten, en andere overblijfselen. De honderden graven zijn namelijk in de loop der tijden leeggeroofd en niet alles is netjes op zijn plek in het juiste graf teruggelegd.

Zeven graven zijn gerestaureerd, en vanuit de open graven worden we aangegaapt door diverse mummy´s, die er prinsheerlijk in de schaduw bijzitten, soms met haar van drie meter lang. Voor het eerst vraagt iemand niet om geld als we een foto willen maken.

Aan het eind van de middag nemen we de avondbus naar Arequipa.

Vlieg hem erin:

nasc_plane.JPG

Zien we daar een kolibri?

nasc_koli.JPG

Zwaait dat rare mannetje naar ons?

nasc_astron.JPG

Wat liggen we hier toch lekker.

nasc_mum1.JPG

Nou, ik ook hoor.

nasc_mum2.JPG

De enige echte mummy:

nasc_mum3.JPG

Posted by capibara 16:36 Archived in Peru Tagged tourist_sites Comments (0)

Paracas en Lagune van Huacachina

12 t/m 14 november

sunny 25 °C

Zondag zijn we met de Royal Class bus van Ormeño van Lima naar Paracas gegaan. De bussen in Ecuador waren aardig, maar dit was echt een luxe bus. We zijn allebei wel eens met een mindere bus naar de wintersport gereden.
De rit verliep dan ook geruisloos en we werden bijna voor de deur van ons hotel (Mirador) afgezet. Paracas is een klein vissersdorp dat bekend is vanwege het National Park Paracas en de Islas Ballestas. Dat is ook de reden van ons bezoek. De meeste toeristen verblijven in Pisco, in Paracas is het daarom ´s avonds erg rustig. Overdag verandert dat, om 8:00 uur komen de busjes uit Pisco.
Toch zijn er voldoende restaurantjes, voornamelijk familierestaurantjes waarvan de dochter met de menukaart op de boulevard staat. Al die dochters proberen ons naar hun restaurant te lokken. Allemaal zijn ze het best en overal krijg je een Pisco (het lokale drankje) gratis. We kiezen toevallig het enige restaurant met live ´muziek´. De opa van 87 zit in een hoekje gitaar te spelen en zingt er ook bij. Om de 2 a 3 liedjes rookt hij een sigaretje en dan speelt hij weer verder. Het eten was prima en de bediening was eigenlijk gewoon te aardig. Erg schattig. En Pisco Sour blijkt best lekker te zijn.
Maandag beginnen we de dag met een boottocht naar Islas Ballestas. Met een speedboot krijgen we eerst een voorproefje op de Nazca lijnen. Er staat een kandelaar in de rotsen gekekend. De oorsprong is onduidelijk, er doen veschillende verhalen de ronde. De eilanden worden ook wel het ´Galapagos van de armen´ genoemd. Zelfs als je al op Galapagos bent geweest, zijn ook deze eilanden weer leuk. We zien ontzettend veel vogels, pinguïns en zeeleeuwen. Het aantal is duidelijk meer dan op Galapagos, maar het zijn minder soorten. En het stinkt er meer. Er valt ongeveer 30 cm vogelpoep in 7 jaar. Om de 7 jaar halen ze het eraf om de mest voor andere doeleinden te gebruiken.
´s Middags maken we met een groep een bustocht door het National Park dat voornamelijk uit zand bestaat. Hierbij brengen we ook een bezoek aan het museum en gaan we naar een strand. Het was een leuke tocht.
Dinsdag begint de dag verrassend. Richard doet zijn sokken aan. OK, het waren sokken die hij gisteren ook aan had. Ze roken dus lekker ... Eén sok voelde voorin wat hard, dus Richard kneep om te voelen wat het was. Het bleek erg hard. Dus die sok maar even op de kop uit schudden. Er bleek een enorme tor in die lekker warme sok te zitten. Een tor doet gelukkig geen kwaad, maar het was even schrikken. En waarschijnlijk vinden kakkerlakken zo´s sok ook wel lekker.
Na het ontbijt gaan we eerst met de taxi naar Ica. We gaan daar naar het streekmuseum. Het ritje er naartoe was niet prettig, de chauffeur vond het leuk om het gaspedaal net iets te ver in te drukken. Daar zullen we nooit aan wennen, dat blijft spannend. Maar gelukkig ging het ook nu weer goed. Het was ook maar een ritje van een uur. Het museum was aardig, maar vooral de mummies maakten het speciaal. Er waren veel en ze waren nog in goede staat.
Na het museum hebben we tickets gekocht voor de dag van morgen (via Nazca naar Arequipa). Daarna heeft onze chauffeur ons nog een kwartiertje verder gereden naar de Lagune van Huacachina. Het is een mooie oase temidden van zandduinen. We hebben er een mooi hotel geboekt. De middag gebruiken we om bij het hotel in de zon/schaduw te zitten. Zwemmen kan niet, het zwembad is tijdens een aardbeving, slechts 2 weken geleden, beschadigd. We zien geen schade, maar blijkbaar is de bodem gevaarlijk met uitstekende stukken.
Om 4 uur maken we een toch met een ´boogie´ met chauffeur door de zandduinen. Voor mij (Anje) zijn zwarte pistes met skien niet weggelegd, die zijn echt te steil en dus te eng. Als er donker zwart zou bestaan, dan waren deze zandduinen deels donkerzwart. Met de boogie gingen we daar recht naar beneden vanaf. In het begin vond ik dat behoorlijk spannend. Als je omhoog rijdt, zie je niet waar je naar beneden gaat, zo steil was het. Pas als je over de rand bent, zie je de ´afgrond´. Maar ook dit ging weer helemaal goed. Bovendien is het ´business as usual´ en gaan er dagelijks meerdere boogies rond crossen. De omgeving was prachtig. Zo ver als we konden kijken, zagen we zandduinen. Het enige afwijkende waren, in één gebied tussen de duinen, kippenschuren. In een rustige omgeving met veel wind schijnen ze het goed te doen.
Op een hoge zandduin genieten we van de zonsondergang. Het zandsurfen slaan slaan we over, het boogieën is spannend genoeg.

Pinguins op Islas Ballestas
parac1.JPG

Zeeleeuwen op Islas Ballestas
parac2.JPG

´De kathedraal´ in Paracas NP
parac3.JPG

Bij het museum van Ica ligt buiten een typisch Peruaanse hond; een kale hond. Het ziet er ´eng´ uit, gelukkig zijn ze ook hier vrij uniek en zie je voornamelijk de normale honden zoals we die thuis ook kennen.
ica_hond.JPG

De boogie waarmee we door de zandduinen hebben gereden.
oase1.JPG
oase2.JPG

Posted by anje 18:43 Archived in Peru Comments (0)

Lima (en wat algemene opvallendheden)

10 november t/m 12 november

semi-overcast 20 °C

Waarschijnlijk lijkt het alsof er in Zuid-Amerika alleen maar prachtige witte stranden zijn, met aan de horizon schitterende bergen, op elke hoek een toprestaurant, en op straat alleen maar sympathieke mensen. Dan hebben we de schijn goed hoog gehouden. De werkelijkheid ligt namelijk toch iets anders. Zo zijn er hier:

  • Loslopende honden; in elk dorp, in elke stad, lopen tientallen loslopende honden. Sommige vriendelijk, andere waarschijnlijk hondsdol, waardoor we inmiddels hebben begrepen waarom we toch echt een rabiës inenting nodig hadden.
  • Vals geld; het is al meerdere keren voorgekomen dat we nietsvermoedend betaalden in dollars of de lokale valuta, en dat we het geld met een argwanende blik terug kregen. We hadden met vals geld betaald, wat we waarschijnlijk vlak daarvoor zelf van een taxichauffeur of andere lokale deugniet hadden gekregen.
  • Foute wijken; in Ecuador viel het wel mee, maar in Lima, de hoofdstad van Peru, liepen we al snel de verkeerde kant op. We namen de brug naar de volkswijk Rimac, waar het gezellig druk leek, maar waar een aantal Peruanen ons met gebarentaal iets duidelijk wilde maken. Er werd een soort snijdende beweging gemaakt langs de keel, afwisselend wijzend naar ons en naar de wijk. We waren vervolgens zo laf om de wijk maar verder niet in te gaan. Sorry.
  • Vuilnis op straat; ja, er ligt heel veel troep langs de kant van de weg, heel veel plastic zakken, plastic flessen, plastic rommel, en plastic afval. Wanneer iemand in de bus zijn flesje leeg heeft, dan gaat het door het raam naar buiten. De centra van de grote steden zijn overigens wel aardig schoon.
  • Vreemde decoraties; de grotere huizen hebben meestal een stenen muur rondom het huis, met daarbovenop tientallen glasscherven. De gewone huizen zijn eigenlijk nooit officieel opgeleverd, want er onbreekt meestal nog een verdieping, dak of buitenmuur. Daar zou ´Eigen huis´ vast niet akkoord mee gaan.
  • Er is ook ander leed, waar we zelf last van hebben; in de hotels hebben we onder de douche wel steeds warm water, maar het komt er nooit volgens de verwachte temperatuur uit. Men verwisselt hier vaak de betekenis van blauw en rood, waardoor we brandwonden oplopen als we onder de douche stappen. Bovendien is het douchegordijn altijd te kort of te lek, waardoor we met natte voeten moeten plassen.

Tot slot van dit drama nog het volgende; soms tref je hier onverwacht een dikke zwarte tor aan, met geschatte lengte van vijf centimeter, kleur zwart, en dan in de sok, ná het aantrekken. De geur van wandelsokken heeft blijkbaar toch fans.

Nu weer leuke verslagzaken... We zijn van Ecuador naar Lima gevlogen, om niet teveel tijd te verliezen in de bus. We passeren daarmee noord Peru, wat ook prachtig is, maar we hebben er geen tijd voor. Lima is even wennen, in vergelijking met Ecuador. Het is allemaal hectischer, groter, drukker, en de mensen zijn er veel assertiever richting de toerist. Een beetje te assertief, als ze ons op straat toch voor de zevende keer dezelfde menukaart voor de neus houden, en ons vertellen dat we echt bij restaurant ´De vergulde Inca´ moeten eten. In Lima wonen tien miljoen mensen, maar het kunnen er ook een paar miljoen meer zijn.

Lima is gesticht door Pizarro nadat hij de Inca´s rond 1500 had verslagen. Het centrum van de stad is heel fraai, met grote koloniale gebouwen, kerken en kloosters. Vooral de San Fransisco kerk c.q. klooster is bijzonder, mede door de menselijke beenderen en schedels die we in de catacomben zien. Er lagen 25.000 mensen begraven onder de kerk, waarvan de beenderen te zien zijn. Een soort mega spare ribs feestje.

We bezoeken vier interessante musea, waaronder het goudmuseum, waardoor we inmiddels uit het hoofd kunnen vertellen, welke volkeren vanaf 7000 voor Christus deze streken hebben bewoond, voordat de Inca´s de gehele regio tussen 1400 en 1500 na Christus onder de voet liepen, alvorens ze zelf rond 1500 door de Spanjaarden werden overmeesterd. 13 Spanjaarden, onder leiding van bovengenoemde Pizarro, hebben de aanzet gegeven tot de volledige verovering van Zuid-Amerika. De indianen stierven door de nieuwe ziektes, door de kogels van de Spanjaarden, of van de schrik omdat ze dachten dat de legende was uitgekomen die al eeuwen door indianenland rond ging; de grote witte man komt op een dag terug. De onderlinge verdeeldheid onder de indianen heeft de Spanjaarden ook geholpen, want de door de Inca´s overmeesterde indianen hadden een grotere haat tegen de Inca´s dan tegen de Spanjaarden. Kortom, het was best een tijdje rumoerig in Zuid-Amerika, voorover later meer.

Erg interessant waren de potten en vazen die gemaakt waren door het Moche volk. Een aantal daarvan was namelijk bedoeld voor sexuele voorlichting. Men was de tijd ver vooruit, getuige de vazen in de vorm van een vagina en de potten met Moche mannetjes die Moche vrouwtjes van achteren nemen.

In de huidige tijd zien we in de salsaclub ´Son de Cuba´ dat Peruanen c.q. Zuid-Amerikanen toch echt salsabloed hebben. We kijken er voorzichtig en bewonderd naar.

Om een beeld te krijgen van het centrum van Lima; Plaza del Armas.
lima_armas1.JPG

Dit spreekt voor zich...
lima_ero1.JPG

In Lima heeft Richard voor het eerst ceviche gegeten. Ceviche is typisch Zuid Amerikaans en bestaat uit rauwe vis in citroensap met kruiden. Het bleek erg lekker te zijn, en ik (Anje) moet toegeven dat ik het zelfs lustte. Dat terwijl ik niet echt van vis houd.
lima_cebiche.JPG

Posted by capibara 18:49 Archived in Peru Tagged tourist_sites Comments (0)

Cuenca

7 en 8 november

semi-overcast 18 °C

Vanuit Baños moesten we eerst met de bus naar Ambato. Dat was slechts 1 uurtje. In Ambato was het even zoeken naar de bus naar Cuenca. Die bleek niet vanaf het station te vertrekken maar vanaf een klein privé-stationnetje om de hoek. Voorzien van onze eigen broodjes, 2 liter water, 0,5 liter cola light en 2 gratis zakjes chips met een duister sapje, stappen we om 10:00 uur in Ambato in de bus naar Cuenca. We gingen uit van een rit van 7 uur, maar de ´conducteur´ liet weten dat het 8 uur zou duren.
Rond 13:00 uur moesten we eigenlijk allebei wel nodig plassen. Er zou een wc in de bus zitten, maar die zag er niet erg toegankelijk uit. Het toeval wilde dat de chauffeur iets over 13:00 uur ging stoppen bij een restaurant; een half uur lunchpauze. We hebben ons eigen lnchpakketje uitgebreid met nog een cola en 2 yoghurtjes. Belangrijker was dat we ook even konden plassen. Het was een prettige stop, nog voor de helft van de rit. Het was wederom een prachtige rit door de bergen. Dit keer hadden we gelukkig ook een chauffeur die rekening hield met onze familie en dus rustig reed. Helaas ging het in de loop van de middag regenen en hadden we niet veel uitzicht meer. Rond 18:00 uur waren we in Cuenca. We hadden vooraf gebeld met Posada Hostal Del Angel. Het is ook nu weer een prima hotel.

Dinsdag brengen we door in Cuenca. Cuenca is een leuke stad, met een Zuid Amerikaanse sfeer. Er staan veel koloniale gebouwen en er zijn verschillende leuke pleintjes / parkjes. Het belangrijkste park is Calderon, daaraan staat ook de mooie kathedraal met blauwe koepels. We lopen wat door de stad en doen tegelijk wat ´huishoudelijke zaken´. Zo gaan we eerst naar het postkantoor om te vragen of we een pakje naar Nederland kunnen sturen. Het kan, dus we kopen een doosje bij een zeer oud omaatje die wat probeert bij te verdienen. Ze is erg blij met onze fooi van $0,20 op een (schoenen)doosje van $ 0,30. Met de doos gaan we terug naar het hotel. Onderweg laten we nog de laatste foto´s op cd branden. In het hotel vullen we de doos met verder overbodige zaken; boek van Ecuador, souvenirs (voor onszelf, van oma Hatzmann gekregen!), cd´s met foto´s e.d. Op het postkantoor wordt het netjes dichtgeplakt, we hebben vertrouwen dat het goed aankomt. Vervolgens gaan we nog naar de VVV om een tour te boeken voor woensdag. We willen met een gids naar National Park Las Cajas. We hadden overwogen om zonder gids te gaan. Het is gemakkelijk met de bus te bereiken (50 min). Maar volgens de Lonely Planet, toch een beetje de bijbel voor dit soort activiteiten, kun je er snel verdwalen. Het park ligt op 4000 meter en het is er vaak mistig, waardoor je moeilijk je weg kunt vinden. Dat vonden we een goede reden om een gids te nemen. Uiteindelijk boeken we een trip bij Terra Diversa en gaan we met een groepje met gids en chauffeur.

In de middag willen we nog naar een Inca opgraving aan de rand van Cuenca. We lopen langs de rivier naar de opgraving. Helaas wordt het steeds donkerder en begint het te regenen. Eerst nog zachtjes, maar uiteindelijk best hard. Aangezien we alleen een t-shirt aan hebben en het ook nog eens koud wordt, besluiten we de taxi naar het hotel te nemen. De opgraving zou toch niet zo bijzonder zijn, en we gaan nog naar Peru. Met onze regenjas aan lopen we nog wat door de stad. Het is wat onwennig om in de regen te lopen, we hebben nl al 4 weken lang geen regen gehad. We bezoeken nog een museum van een kerk, maar daar warden we niet echt warm van. We sluiten de middag daarom af in een lekker warm Oostenrijks café. Dat terwijl we eigenlijk een Hollands ijsje wilden halen, er schijnt nl een hele goede ´Geladeria Hollanda´ te zijn. Maar daarvoor is het nu te koud. Morgen weer een dag…

Woensdag worden we om 8:20 uur opgehaald door een busje waarmee we naar Las Cajas gaan. We zijn de laatsten die instappen, de overige deelnemers zijn 2 Duitsers en 2 Israeli´s. Las Cajas is een National Park en ligt op een hoogte varierend van 3000 tot 4000 meter. Het park is vooral bekend vanwege de vele meren dat het bevat. Er zijn 253 meren in het park. Verder is de vegetatie erg wisselend; veengrond, cloud forest, bos. Onderweg naar het park krijgen we al de eerste uitleg, dat is wel het voordeel van een gids. Gids Javier vertelt bijvoorbeeld dat de eucalyptus boom ooit is geimporteerd uit Australie en dat ze er niet blij mee zijn. Die bomen verbruiken zoveel water, dat andere bomen geen kans meer hebben om te overleven. Wij genieten juist al de hele vakantie van de heerlijke geur van de eucalyptus.
We rijden eerst naar het hoogste punt op 4100 meter. Daar maken we wat foto´s en krijgen we nog een korte uitleg over het gebied. We rijden een klein stukje terug en op 3900 meter beginnen we aan de wandeling van 3 uur. Het was een prachtige wandeling door een mooi gebied langs verschillende meertjes en door een bijzonder bos. Voor wie Lord of the Rings heeft gezien, het bos lijkt uit die film te komen (of is het andersom?). We hebben voordurend prachtige vergezichten en we hebben weer veel geluk met het weer. We waren voorbereid op regen en kou, maar de zon scheen en het was rond 18 graden. Op zich jammer dat we met regenjas, muts, handschoenen, sjaal enz rondlopen. Volgens de gids hebben we slechts 4,3 km gelopen, maar het voelt als meer.
Na de lunch maken we nog een wandeling op 3200 meter. Hier is het meer cloud forest. We zien een aantal kolibries, maar allemaal ver weg. Bovendien zien we 2 toekans, maar ook die zijn ver weg. Toch zijn we volgens de gids erg lucky, want die zie je niet vaak. Rond 16 :00 uur zijn we terug in Cuenca. Het is nog steeds mooi weer, dus kunnen we nu toch nog ons Hollandse ijsje nemen. De prijs en de hoeveelheid zijn niet echt Hollands; 4 bollen heerlijk ijs voor slecht $ 0,90. Het is een lekkere afsluiting van wederom een mooie dag.

De bus van Baños naar Cuenca, tijdens de lunchpauze.
bus nr Cuaenca.JPG

De kathedraal van Cuenca
kathedraal Cuenca.JPG

Een andere kerk in Cuenca
kerk Cuenca.JPG

In Cajas National Park hebben ze ook tulpen. Ht model lijkt op onze tulpen, ze zijn alleen erg klein.
caj_tulp.JPG

Om een beeld te geven van Cajas National Park
cajas1.JPG
cajas2.JPG

Posted by capibara 16:45 Archived in Ecuador Tagged tourist_sites Comments (0)

Baños (dansen op de vulkaan)

4 november t/m 5 november

sunny 22 °C

Chauffeur Alex blijkt ´s avonds ook ineens drummer te zijn in een oer Ecuadoraans strijkje dat iedere avond ons hotel opvrolijkt. Nu snappen we waarom hij ons zo graag een CD wilde geven.

Onze volgende bestemming is Baños, waar Alex ons in drie uur heenrijdt. Op tien kilometer voor Baños zien we dat de vulkaan Tungurahua niet alleen wat donkere wolken verspreidt, maar ook de nodige lava heeft gespuwd. De weg is namelijk over een lengte van een kilometer in onderhoud, met veel stofwolken en keien. Het asfalt en een aantal huizen bleken niet bestand tegen de gloeiende lava die er afgelopen augustus overheen is gestroomd.

Het is druk in het stadje, dat wat weg heeft van Valkenburg, met veel activiteiten voor de hedendaagse toerist, zoals raften en mountainbiken. Veel Ecuadorianen brengen er hun vakanties en weekeinden door. Ons hotel Sangay is ook lekker vol, en ligt naast het bekendste warmwaterbad van Baños, met termaal water dat is verwarmd door de vulkaan.

De tientallen reisbureaus bieden, met flitsende DVD beelden van de lavaspuwende vulkaan, aan om ´s avonds een spektakel te gaan meemaken; uitzicht op de vulkaan vanaf obervatiepunt Bellaavista dat tweehonderd meter hoger ligt dan Baños. Het blijkt inderdaad een groot spektakel. In een omgebouwde rare bus, die ´Chiva´ heet, vertrekken we met meer passagiers op het dak dan in de bus. richting uitkijkpunt. Er gaan die zaterdagavond nog zo´n twintig Chivas, dus we zijn niet alleen. Na een uurtje hobbelen, met veel gekraak, bereiken we het uitkijkpunt. Het lijkt wel feest. Grote groepen Ecuadorianen staan met een drankje in hun hand te wachten op een wonder. We kijken in dezelfde richting, maar in de duisternis zien we alleen de vlammende capriolen van twee vuurspugers, maar niet van de vulkaan. Het klopt dus toch wat we eerder hoorden; uit de vulkaan komt momenteel alleen rook, en die is ´s avonds niet te zien.

De volgende dag huren we twee mountainbikes, en fietsen we, hoofdzakelijk ´downhill´ over een heel mooi traject. Diverse watervallen laten water naar beneden donderen, en bij één waterval gaan we met een soort gondeltje naar de andere kant van de vallei. Het is leuk om met tien gillende mensen in een open gondeltje te stappen, maar we zijn blij als we veilig heen-en-weer zijn gegondeld.

Het eindpunt van de fietstocht leidt ons in het plaatsje Rio Verde naar Pailon del Diablo (´het gezicht van de duivel´), een prachtige waterval temidden van semi-regenwoud. Terug naar Baños willen we eigenlijk de bus nemen, met de fietsen op het dak, maar voor we het weten staan we samen met onze fietsen achterop een vrachtwagen, wat hier overigens vrij normaal is.

Terug in Baños bedenken we dat we eigenlijk geen foto´s hebben gemaakt van de lavastroom die we eerder zagen. Op de fiets is het te ver, dus huren we een Squad, zo´n motor met vier wielen. Dat we geen motorrijbewijs hebben en alleen een kopietje van ons paspoort blijkt geen probleem.

We geven gas, Richard als chauffeur en Anje achterop, met allebei een ouderwets pothelmpje op ons hoofd, waar André van Duin jaloers op is. Met voorzichtige tred begeven we ons, als twee echte easy riders, op de openbare weg. Het gaat helemaal goed tot we op het stuk weg rijden waar het asfalt is weggeslagen. De hellingproef wordt niet gehaald en de Squad slaat af, en omdat de rem op een andere plek zit dan op de fiets, rijden we achteruit en scheef de weg op. We springen van het apparaat af en duwen hem naar de kant, net voor een bus ons een zetje geeft.

Het lukt ons, onverwacht maar wel gehoopt, om hem weer aan de praat te krijgen, en net op tijd voldoende gas te geven om de helling alsnog op te rijden en de aansnellende politieagent voor te blijven.

Met stof in al onze gaten, nemen we een paar foto´s en geven we gas voor de terugweg.

Hieronder wat bewijsmateriaal:

De rokende vulkaan bij Baños; de Tungurahua.
rokende vulkaan.JPG

We hebben ongeveer 30 km op een mountainbike gefietst. Het was vanuit Baños en dan voornamelijk downhill. Onderweg zagen we verschillende watervallen, de mooiste was aan het eind;.. Dit is tevens één van de langste watervallen ter wereld.
waterval Baños.JPG

Terug konden we met een vrachtwagen meerijden. Wij en onze fietsen konden in de laadbak. Speciaal voor ons werd er nog wel even een houten bankje in de bak gezet.
bergop fietsen.JPG

Op een squad zijn we naar de lavastromen, zo´n 10 km buiten het centrum van Baños, gereden. Dit zijn lavastromen van een uitbarsting van 2 maanden geleden. Complete huizen zijn ´weggespoeld´.
Richard op squad.JPG
samen op squad.JPG
lavastroom 1.JPG
lavastroom 2.JPG

Baños staat bekend vanwege een bepaald soort snoep dat er wordt gemaakt;.. Er staan veel tentjes waar dit snoep gemaakt en verkocht wordt. Het lijkt op nougat. Helaas zijn we vergeten een foto te maken van het maken van het snoep.
Baños.JPG

Posted by capibara 18:27 Archived in Ecuador Tagged tourist_sites Comments (0)

(Entries 36 - 40 of 50) « Page .. 3 4 5 6 7 [8] 9 10 »