A Travellerspoint blog

By this Author: capibara

Van Santiago naar Lajas (met huurauto)

28 december en 29 december

sunny 20 °C

De huurauto staat netjes klaar bij Alamo in Santiago, voor onze achtdaagse tocht door midden Chili. Het is een echte Chevrolet; een Chevrolet Corsa, met tientallen krasjes, met missende onderdelen aan de buitenkant, maar zonder wegenkaart. Met wat geweld krijgen we onze twee tassen in de kofferbak, waarna de hoedenplank helaas het zicht door de buitenspiegel zwaar hindert. Ach, we toeteren gewoon bij elke kruising, dat zijn ze hier wel gewend.

De eerste etappe voert ons vanuit Santiago zuidwaarts over de Panamericana, de snelweg die ons bochtenloos en over vlak terrein richting Patagonie leidt. Honderd kilometer westelijk ligt de oceaan, honderd kilometer oostelijk de witte toppen van de Andes.

De eerste honderden kilometers rijden we langs wijngaarden, vergezeld door grote reclameborden van de diverse Chileense wijnhuizen. We beperken ons bezoek aan het wijngebied, ter hoogte van Santa Cruz, tot een heerlijke lunch in Panpanvinovino. Het restaurant bevindt zich in een oude gerenoveerde bakkerij, en blijkt, volgens de diverse krantenartikelen bij de baños (wc), een van de toprestaurants uit de omgeving. We breiden onze lunch daarom uit met een Cabernet Sauvignon de la Casa, die een mooie ronde smaak heeft, met tinten van chocolade en vanille, volgens het etiket.

We rijden vervolgens door naar het koloniale stadje Talca, waar we eigenlijk hadden bedacht om te slapen, maar waar we besluiten om toch nog maar een stukje door te rijden. Uiteindelijk rijden we `s avonds nog steeds over de Panamericana, en hebben we, zonder wegenkaart, geen idee waar er een hotel te vinden is. Omdat het wat krap slaapt in een Corsa, nemen we een afslag die ons naar een meertje dertig kilometer verderop moet brengen. Daar zijn vast wel hotels. Vlakbij het meertje staan inderdaad borden van een hotel, dus volgen we de richting die op het bord staat. Het asfalt wordt echter steeds slechter, waarna er al snel geen asfalt meer is. Het blijkt een onverharde weg. We hobbelen een tijdje door. Met de duisternis aan de horizon, krijgen we visioenen van twee toeristen die in het donker een band staan te vervangen, met de dichtstbijzijnde praatpaal zo´n veertig kilometer verderop.

We besluiten om te keren. Om een lang verhaal kort te maken; uiteindelijk vinden we een hotel in de buurt van het meertje, langs de wel verharde weg.

Op de tweede dag keren we terug naar de Panamericana, bezoeken we kort het koloniale stadje Chillan, en zijn we zo slim om wat vroeger op de dag een hotel te zoeken. Op goed geluk slaan we af bij Saltos de Lajas, waar we een prachtig hotel vinden. Vanaf het terras van onze kamer hebben we uitzicht op de tientallen meters brede waterval van Lajas. Het is er prachtig, en ´s avonds liggen we in bed met op de achtergrond het gebulder van het vallende water.

Posted by capibara 12:37 Archived in Chile Tagged tourist_sites Comments (0)

Santiago de Chile (& Viña del Mar / Valparaíso)

18 december t/m 23 december

sunny 28 °C

We vliegen van Arica naar Santiago de Chile, en gedurende de ruim tweeduizend kilometer verandert er bijna niets op de grond. Vanuit ons raampje zien we de kust met daarachter de woestijnachtige droge okerkleurige aarde, die slechts onderbroken wordt door twee steden, waar we een tussenlanding maken. De woestijn is overigens wel een belangrijke reden van de rijkdom van Chili, want de grootste kopermijnen ter wereld bevinden zich in de Chileense woestijn. Verderop zien we diverse besneeuwde toppen van de Andes.

Zo´n honderd kilometer voor Santiago verandert het landschap; er verschijnen rivieren waar wél water doorheen stroomt, en het landschap wordt zo dat het bijna zeer doet aan onze ogen, die al dat groen niet meer gewend zijn.

Santiago blijkt een erg grote en zeer drukke stad, met honderden taxi´s en bussen die met honderd per uur over de Alameda rijden, de belangrijkste boulevard van de stad. In de stad staat een aantal oude koloniale gebouwen, maar nog veel meer hoge glazen kantoorgebouwen. In de afgelopen jaren is er driftig bijgebouwd, maar wel met beleid en goede architecten. Onder de stad liggen vijf metrolijnen.

Middenin de stad ligt een prachtige groene heuvel, de Cerro Christóbal, die driehonderd meter hoger is dan het centrum. Met twee gondelliftjes bereiken we de top, waar een spierwit metershoog beeld van de Onbevlekte Maria haar zegen aan Santiago geeft, en waar Pavarotti ons via de luidsprekers toezingt over een Tannenbaum, gevolgd door het Ave Maria. Het uitzicht vanaf de Cerro is magnifiek.

Op onze eerste avond in de stad eten we traditioneel Chileens; Indiaase kip Korma met Basmati rijst, afgesloten met een capuchino op het terras voor ons hotel in de Paris Londre wijk.

Vanuit Santiago gaan we een dag en nacht naar Viña del Mar, honderd kilometer verderop en het Scheveningen van de streek. Het is een mooie en nette badplaats. Het is wel vervelend dat Anje na een verkeerd ijsje of blaadje sla kotsmisselijk is, en daardoor wat minder kan genieten van Viña del Mar. We brengen daarom de middag op het mooie strand door.

De volgende ochtend gaan we met de tram van Viña naar Valparaïso, het Rotterdam van de streek, hoewel de haven voor de aanleg van het Panamakanaal een stuk groter was. Nu ligt er slechts één cruisschip en aan paar containerschepen. De straten en huizen van Valparaïso liggen verspreid over een twintigtal heuvels, die vanaf het centrum met liftjes bereikt kunnen worden. De oudste huizen zijn van hout met mooie geschilderde muren in pastelblauw, pastelrood, pastelgroen en pastelgeel.

Terug in Santiago is het Chileense publiek driftig aan het winkelen geslagen, en moeten we behoorlijk slalommen om de diverse bezienswaardigheden te bereiken, zoals La Moneda, het witte parlementsgebouw, dat tijdens de coup van 1973 door het leger is gebombardeerd.

Het museum van de pre-Colombiaanse kunst is erg fraai. Het geeft een compleet overzicht van de geschiedenis van alle volkeren die Zuid-Amerika bewoonden voor de Spanjaarden binnenvielen. Er staan prachtig gave beelden, potten en pannen van de Inca´s, Maya´s, Azteken, Tiwaneken, en alle mogelijke andere teken.

Het museum van Pablo Neruda, winnaar van de Nobelprijs voor literatuur en gestorven tijdens de coup, en het museum ter nagedachtenis aan Allende, moeten we helaas aan ons voorbij laten gaan. We staan op vrijdagmiddag 22 december voor gesloten deuren, met op de deuren een briefje dat het personeel het jaarlijkse kerstuitje houdt. We schrijven eronder of ze het uitje de volgende keer misschien met Pasen kunnen houden.

Posted by capibara 16:24 Archived in Chile Tagged tourist_sites Comments (0)

San Pedro de Atacama

11 december t/m 13 december

sunny 28 °C
View Zuid-Amerika on capibara's travel map.

Niet alleen het wél aanwezige asfalt is anders dan de onverharde wegen die we in Bolivia gewend waren, maar ook de armoede blijkt ineens verdwenen. Bolivia is het armste land van Zuid-Amerika, en Chili is zo´n beetje het rijkste land, wat we zien aan de personenauto´s die de mensen hier kunnen rijden, vaak 4WD´s, maar ook aan de kwaliteit van de huizen; het ziet er allemaal veel welvarender uit. Ook de prijzen liggen een factor vier hoger, wat we merkten toen we een hotel reserveerden.

Zoals in het vorige verslag vermeld, is San Pedro de Atacama een oase in de Atacamawoestijn, de droogste plek ter wereld. Aangezien we in Bolivia al de grootste zoutvlakte hebben gezien, brengen we geen bezoek aan Atacamawoestijn, na navraag over het verschil met wat we al gezien hebben.

Het dorpje is overigens erg populair bij globetrotters vanuit de hele wereld. Er lopen veel rugzakkende hippies door de smalle straatjes van het erg prettige San Pedro. De huizen, winkels en restaurants hebben allemaal één verdieping, en de muren zijn gemaakt van adobe, een soort cement van rode woestijnklei.

Tijdens de eerste middag in San Pedro bezoeken we de Valley of the Moon, een grote kloof die miljoenen jaren geleden is ontstaan in de woestijn. Vanaf de rand van de Valley of the Moon zien we (samen met honderden andere toeristen) de zon achter de toppen van de Andes zakken. Nadat de zon is gezakt, krijgen de maanvallei en de bergtoppen prachtige kleuren. De avonden worden inmiddels wel steeds langer, want onze zon ging zojuist om tien over acht onder.

Hoewel we om vier uur zijn opgestaan, na de frisse start in Bolivia, plannen we toch ook nog een avondprogramma. De Atacamawoestijn is namelijk de plek waar de sterrenhemel het meest helder is, en hoog in de bergen is in de jaren negentig de grootste radiotelescoop ter wereld geplaatst. Die radiotelescoop is niet te bezoeken, maar wel een eenvoudiger versie.

Om elf uur ´s avonds rijden we met een busje naar een plek buiten San Pedro, en treffen we daar een geëmigreerde Franse astronoom aan, die samen met zijn vrouw, dolenthousiast, een aantal sterrenkijkers heeft neergezet. We krijgen in kaarslicht een leerzame, en bijna spirituele, toelichting over het heelal (de zon blijkt toch niet om de aarde heen te draaien, en op het Zuidelijke halfrond ziet men doorgaans andere sterren dan wij in het Noorden). Ook legt onze astronoom uit dat een astronoom zeker geen astroloog is. Horoscopen blijken toch geen exacte wetenschap te zijn.

Tot vroeg in de nacht mogen we ombeurten door de telescopen kijken, en zien we dat de fonkelende sterren die we met het blote oog zien, met de sterrenkijkers ineens uit duizenden sterren bestaan. Rond half twee ´s nachts verschijnt er een ander object aan het firmament. Nee, het fonkelt niet, dus het kan geen ster zijn. Na een tijdje zien we een rondje, met daaromheen een aantal cirkels. Na verloop van tijd wordt het beeld steeds beter, en zien we dat het Saturnus is, met zijn (of haar) ringen. Het is een erg mooi gezicht.

Tijdens de tweede dag in San Pedro horen we dat er relletjes zijn geweest in Santiago. Omdat we niet altijd het nieuws bij de hand hebben, begrijpen we pas later, na een mailtje van moeder Otten, dat Pinochet is overleden. In San Pedro is er niets van te merken, en de jonge Chilenen gaan gewoon verder met jong zijn en modern worden. We lezen nog even de geschiedenis van Chili na, en moeten vasstellen dat Pinochet op geen enkele wijze heeft bijgedragen aan het welvarende Chili waar wij doorheen reizen. Pinochet kwam aan de macht in 1973, na een militaire coup die de toenmalige socialistische president Allende het leven kostte, waarover later meer als we in Santiago zijn. In de jaren van dictatuur onder Pinochet zijn tienduizende Chilenen om het leven gekomen, en is de economie steeds verder afgegleden tot een absoluut dieptepunt met torenhoge werkeloosheid en grote armoede, tot Pinochet in 1988 na verkiezingen het hazenpad mocht kiezen. De huidige economische kracht van Chili werd pas ná Pinochet een feit, onder de latere democratisch gekozen presidenten.

Maar nu terzake... Wij huren gewoon een fiets op de dag dat Pinochet begraven wordt, en we fietsen ´s morgens langs een riviertje naar Pukara Quitor, een oude pre-Inca nederzetting, van een paar honderd jaar na Christus, zo´n tien kilometer buiten San Pedro. De oude nederzetting ligt er verlaten bij. Het is natuurlijk geen Machu Picchu, maar leuk is het wel om als enige bezoekers door dit stukje Zuid-Amerikaanse historie te lopen. Vanaf de Pukara, die op een heuvel ligt, zien we San Pedro liggen.

´s Middags fietsen we de grens over, en vinden we, in niemandsland, op de flanken van de Andes, een oase waar een zwembad is aangelegd. Het is er prettig vertoeven.

Op onze derde dag in San Pedro bezoeken we eerst het historisch museum, met een paar mummy´s, en weer veel keramiek en andere historische zaken. Het museum is best mooi, maar we verliezen inmiddels wel de concentratie bij het zoveelste overzicht van de lokale Zuid-Amerikaanse geschiedenis. Bovendien worden de mummy´s er ook niet mooier op.

De aandacht verslapt dus een beetje in het museum, waardoor we in een kwartier rond zijn, en ons richten op een ander belangrijk onderdeel van onze reis; de planning. Het lijkt in dit verslag misschien alsof alle hotels automatisch hun deuren voor ons openen, en ons vanzelf op de gastenlijst hebben gezet, maar daar gaan de nodige planningsuren en belacties aan vooraf. Totnogtoe konden we het risico wel nemen om een dag vantevoren te bellen of er ergens een bed was, maar voor de komende maanden moeten we eerder gaan plannen, omdat de Chilenen en Argentijnen zelf ook vakantie krijgen in Januari en Februari. We brengen daarom de rest van de dag door met onze neuzen in de reisboeken, achter een Internet-pc, of met een hoorn aan het oor. Het resultaat is te vinden in de komende verslagen.

San Pedro is een leuk dorpje.
SanPedro_5.jpg
SanPedro_6.jpg

Zo schijnt de maan er dus ongeveer uit te zien.
SanPedro_1.jpg
SanPedro_2.jpg
SanPedro_7.jpg

Het is wel heel bijzonder om Saturnus te kunnen zien.
SanPedro_8.jpg

Ons fietstochtje op de dag dat Pinochet begraven wordt.
SanPedro_2A.jpg
SanPedro_4.jpg

Pukara Quitor
SanPedro_3.jpg

Posted by capibara 17:37 Archived in Chile Tagged tourist_sites Comments (0)

Salar de Uyuni

8 december t/m 11 december

sunny

Om half elf rijdt de jeep voor, met chauffeur Walter en kokkin Rosamarie, al 36 jaar een stel. We gaan vanuit Uyuni gedurende 3 dagen en 2 nachten een tocht maken over de Boliviaanse Altiplano, de hoogvlakte tussen de 3700 en 5000 meter, langs zoutvlaktes, woestijnen en bergmeren. De tour is mogelijk met 6 toeristen in een jeep, maar wij maken een privétour, omdat je tijdens 3 dagen hobbelen over onverharde wegen toch ook wel wat privacy wilt hebben.

Vanuit Uyuni rijden we een halfuurtje over een zandpad, waarna we stoppen in een dorpje waar men een aantal huizen heeft met muren van zoutblokken, en waar men natuurlijk ook souvenirs van zout verkoopt. We beperken ons tot de aanschaf van een lama van zout.

Na het dorpje wordt de grond steeds witter en zien we al snel een zoutvlakte die verder reikt dan de horizon. Het is een bizar, maar ook erg mooi beeld. De zoutvlakte van Uyuni (Salar de Uyuni) ligt op zo´n 3700 meter hoogte en is de grootste zoutvlakte ter wereld, ongeveer net zo groot als de oppervlakten van Noord-Holland en Gelderland samen (c.q. de oppervlakte van half België), oftewel erg groot. Heel vroeger was dit de bodem van de oceaan die na diverse bewegingen van de aardschotsen naar grote hoogte is opgestuwd. Na het verdampen van het zeewater is de zoutvlakte overgebleven.

We stoppen kort bij het zouthotel dat is gemaakt van ….

Na twee uur over de witte vlakte zien we een donkere schim aan de horizon. Als we dichterbij komen blijkt het een eiland te zijn; Isla del Pescado was vroeger waarschijn lijk een eiland in de oceaan en is nu een eiland middenin de zoutvlakte. Rond het eiland ligt geen water, maar zout, en óp het eiland groeien tientallen kaarsrechte cactussen van soms wel twaalf meter hoog. Het lijkt alsof we in een rare droom zijn terechtgekomen, en dat zonder cocabladeren, maar mooi is het wel. Het is ook vrij druk op het eiland, want er arriveren rond lunchtijd tientallen jeeps. Rosamarie prepareert achterin de jeep een heerlijke pastalunch voor ons.

Na Isla del Pescado rijden we nog een paar uur, met tachtig kilometer per uur, over de zoutvlakte, waarna de grond, rond vier uur ´s middags, langzamerhand een zandkleur krijgt en de weg overgaat in een hobbellige zand- en stenenweg. In de avond arriveren we in San Juan, een dorp op 4000 meter hoogte , waar meer lama´s dan mensen wonen. Honderden lama´s grazen rustig op de velden rond het dorp, en ze spugen ons niet eens in het gezicht als we tussen ze doorlopen.

Omdat we een privétour doen hebben we ook een privékamer, maar het verbaast ons wel dat we zelfs een privéhotel hebben, want er zijn verder geen andere gasten in het hotelletje dat de naam hotel eigenlijk niet verdient, omdat het meer een veredelde lamaschuur is, maar dat terzijde.

De sterrenhemel is subliem, vooral omdat er in San Juan alleen tussen acht en negen uur ´s avonds electriciteit is.

De volgende dag blijkt al vroeg dat de Salar de Uyuni niet het enige hoogtepunt is tijdens de tour. De landschappelijke hoogtepunten volgen elkaar op. Op het ene moment rijden we urenlang door een soort landschap waar Salvador Dali jaloers op zou zijn geweest, en waar prachtige slanke Vicuñas wegvluchten voor onze jeep. Op het andere moment staan we aan meertjes waar de spiegeling van de omliggende vulkanen alleen verstoord wordt door de honderden flamingo´s die garnaaltjes uit het brakke water lepelen. Het is een understatement om te zeggen dat de mond regelmatig openvalt van verbazing over hoe uniek en prachtig de Bolviaanse hoogvlakte is. Het is, met afstand, landschappelijk het mooiste wat we in de afgelopen maanden gezien hebben.

Aan het eind van de tweede dag slapen we op 4200 meter hoogte, aan de Laguna Colorado, het gekleurde meer. De algen in het meer verschieten van kleur als de zonnestralen het meer raken. We lopen verkleumd langs de Laguna die tientallen kleuren heeft, waaronder diepgroen, beige en oker, maar vooral bloedrood. In het gekleurde water tellen we tienduizend flamingo´s, sommige rustig hun algjes pikkend, anderen met een raar loopje elkaar pikkend. We schieten een aantal foto´s, een heel groot aantal foto´s.

We slapen in grijze barakken, waar van Amnesty geen gevangenen heengestuurd mogen worden, maar wel een groot aantal vrijwillige toeristen. Het tocht, buiten is het min tien, er zijn twee toiletjes voor dertig toeristen, en er is geen stromend water om de toilet door te spoelen of te douchen. De toeristen slapen met zijn zessen a achten op één kamer, behalve de toeristen die een privétour doen, want die slapen met zijn tweeën op een kamer met acht bedden, waarvan zes bedden onbeslapen blijven, maar waar het overigens ook gewoon koud is.

De derde dag staan we om vier uur op, doen we onze handschoenen aan, en zien we op 5000 meter hoogte de zon opkomen, waarbij de warmte van de zonnestralen een aantal geysers activeert. Op diverse plaatsen spuit het warme water tientallen meters omhoog uit de aarde. Door de stoom heen zien we perfecte vulkaankegels boven de hoogvlakte uitkomen.

We ontbijten een eindje verderop, aan een lagune, met daarin natuurlijk weer een groot aantal flamingo´s. Dappere medetoeristen ontdoen zich van hun kleding, trotseren de vrieskou en nemen plaats in het thermale en hete water. Wij bekijken het van een afstandje, met handen die zo ijskoud zijn dat zelfs de warmte van de gekookte eieren van Rosamarie geen verschil meer maakt.

Halverwege de ochtend nemen we afscheid van Walter en Rosamarie, en stappen we in een busje. We laten onze Boliviaanse exitstempel zien, rijden onder een verroest geel slagboompje door, en zijn ineens in Chili, waar het één uur later is, en waar we op asfalt rijden, wat best even schrikken is na de honderden kilometers onverharde weg van de voorbije dagen. We dalen van 4700 meter af naar 2600 meter, waar San Pedro de Atacama onze uitvalsbasis is voor de komende dagen. Het dorpje is een oase in de Atacamawoestijn, de droogste plek op aarde.

Aan het begin van de zoutvlakte staat een hotel dat volledig van zout is gemaakt.
Uyuni_1.jpg

En zo ziet zo'n zoutvlakte eruit.
Uyuni_2.jpg
Uyuni_6.jpg

Op zoek naar zoutkristallen
Uyuni_3.jpg

Het 'eiland' waar we onze lunch nuttigen
Uyuni_4.jpg

Uitzicht vanaf het 'eiland'
Uyuni_5.jpg

Er worden complete meubels van zout gemaakt.
Uyuni_7.jpg

Toch nog wat bewijsmateriaal dat we echt heel veel lama's zien.
Uyuni_8.jpg

Als de weg wat meer gaat hobbelen, laat onze chauffeur de banden een stukje leeglopen.
Uyuni_9.jpg

Wat beelden van de prachtige lagunes, vaak met flamingo's.
Uyuni_10.jpg
Uyuni_11.jpg
Uyuni_12.jpg
Uyuni_14.jpg

Een 'boom' van steen, uitgesleten door de wind.
Uyuni_13.jpg

Geysers bij het opkomen van de zon.
Uyuni_15.jpg

Posted by capibara 17:20 Archived in Bolivia Tagged tourist_sites Comments (0)

Sucre

4 december t/m 6 december

sunny 23 °C

Het is slecht weer op de dag dat we vanuit La Paz naar Sucre willen vliegen. Er ligt sneeuw langs de kant van de weg, en veel modder en stenen op de weg. Desondanks is er bij het inchecken geen vuiltje aan de lucht, en vertrekken we op tijd met onze Aerosur vlucht.

Sucre ligt op 2800 meter hoogte, omringd door een berglandschap. Het is er prachtig weer; we laten de regen blijkbaar even achter ons. Sucre is de officiële hoofdstad van Bolivia, hoewel de bestuurlijke en economische macht al jarenlang in La Paz te vinden is. Sucre is een vrijwel volledig witte stad en het lijkt de afgelopen vierhonderd jaar te hebben stilgestaan. Alle koloniale gebouwen en (tientallen) kerken staan er bij alsof we terug in de tijd zijn gegaan naar het jaar 1600. Het is er erg mooi, en zelfs nog fraaier dan Cuzco.

Onze eerste ´excursie´ is naar Cal Orcko, een paar kilometre buiten de stad. Het is de grootste (of één na grootste, maar daar zijn de meningen over verdeeld) vindplaats van sporen van dinosauriërs. Op de bodem van een meer zijn 130 miljoen jaar geleden de sporen van de dinosauriërs versteend geraakt. Na diverse bewegingen van de aarde en graafwerkzaamheden door een cementfabriek, is de bodem inmiddels te zien als verticale muur van 2 kilometer lang en 40 meter hoog. Vanaf een in augustus geopend dinosauriërs pretparkje bekijken we de muur die een paar honderd meter voor ons ligt. We zien met verrekijkers en zelfs met het blote oog diverse voetstappen op de muur staan, blijkbaar van dinosauriërs. In het pretparkje staan modellen van de giganten die ooit bij betreffende voetstappen hoorden. Met wat fantasie beelden we ons in hoe het er hier 130 miljoen jaar geleden uit moet hebben gezien.

In de middag bezoeken we het Recoletaklooster, waar we onze aandacht er niet altijd bij kunnen houden als we weer een lijdende Jezus of Maria met kind zien. Het klooster is wel mooi, met diverse patio´s en een cederboom, die vierhonderd jaar oud is en inmiddels zels een officieel nationaal monument is. Het uitzicht vanaf het plein voor het klooster is adembenemend. We nemen een paar heerlijke bananenshakes en fuitjuices, en zien wat lager de wite stad liggen, met de tientallen kerktorens en andere koloniale gebouwen, als ons uitzicht niet belemmerd wordt door kolibri´s die druk in de weer zijn met de honderden bloemen aan de rand van het terras.

De volgende dag maken we weer een cultureel rondje, deze keer langs het universiteitsmuseum (met een aantal lijdende Jezussen en Maria´s met kind), en de kathedraal met daarin (naast een aantal lijdende Jezussen en Maria´s met kind) een beeld van Nuestra Senora de Guadalupe, waarvan de jurk is bekleed met maar liefst twaalfduizend parels. Een schril contrast met de schoenpoetsers van gemiddeld zeven jaar oud op het plein voor de kathedraal, die allemaal voor 1 boliviano (10 eurocent) onze schoenen willen poetsen (en dat na een halfuur doorvragen inderdaad mogen doen).

In de middag bezoeken we het interessante en mooie Casa de La Libertad, waar een soort oud parlement te vinden is, en waar we diverse schilderijen en documenten zien aangaande de Boliviaanse onafhankelijkheid (in 1825).

Sucre is echt de witte stad.
Sucre_1.jpg
Sucre_2.jpg
Sucre_3.jpg
Sucre_4.jpg

Er kwamen steeds meer schoenenpoetsers, van alle leeftijden
Sucre_5.jpg

De begraafplaats van Sucre
Sucre_7.jpg

Het terras van het prachtige uitzicht en de heerlijk shakes.
Sucre_6.jpg

Posted by capibara 18:00 Archived in Bolivia Tagged tourist_sites Comments (0)

(Entries 16 - 20 of 37) « Page 1 2 3 [4] 5 6 7 8 »