A Travellerspoint blog

By this Author: capibara

Baños (dansen op de vulkaan)

4 november t/m 5 november

sunny 22 °C

Chauffeur Alex blijkt ´s avonds ook ineens drummer te zijn in een oer Ecuadoraans strijkje dat iedere avond ons hotel opvrolijkt. Nu snappen we waarom hij ons zo graag een CD wilde geven.

Onze volgende bestemming is Baños, waar Alex ons in drie uur heenrijdt. Op tien kilometer voor Baños zien we dat de vulkaan Tungurahua niet alleen wat donkere wolken verspreidt, maar ook de nodige lava heeft gespuwd. De weg is namelijk over een lengte van een kilometer in onderhoud, met veel stofwolken en keien. Het asfalt en een aantal huizen bleken niet bestand tegen de gloeiende lava die er afgelopen augustus overheen is gestroomd.

Het is druk in het stadje, dat wat weg heeft van Valkenburg, met veel activiteiten voor de hedendaagse toerist, zoals raften en mountainbiken. Veel Ecuadorianen brengen er hun vakanties en weekeinden door. Ons hotel Sangay is ook lekker vol, en ligt naast het bekendste warmwaterbad van Baños, met termaal water dat is verwarmd door de vulkaan.

De tientallen reisbureaus bieden, met flitsende DVD beelden van de lavaspuwende vulkaan, aan om ´s avonds een spektakel te gaan meemaken; uitzicht op de vulkaan vanaf obervatiepunt Bellaavista dat tweehonderd meter hoger ligt dan Baños. Het blijkt inderdaad een groot spektakel. In een omgebouwde rare bus, die ´Chiva´ heet, vertrekken we met meer passagiers op het dak dan in de bus. richting uitkijkpunt. Er gaan die zaterdagavond nog zo´n twintig Chivas, dus we zijn niet alleen. Na een uurtje hobbelen, met veel gekraak, bereiken we het uitkijkpunt. Het lijkt wel feest. Grote groepen Ecuadorianen staan met een drankje in hun hand te wachten op een wonder. We kijken in dezelfde richting, maar in de duisternis zien we alleen de vlammende capriolen van twee vuurspugers, maar niet van de vulkaan. Het klopt dus toch wat we eerder hoorden; uit de vulkaan komt momenteel alleen rook, en die is ´s avonds niet te zien.

De volgende dag huren we twee mountainbikes, en fietsen we, hoofdzakelijk ´downhill´ over een heel mooi traject. Diverse watervallen laten water naar beneden donderen, en bij één waterval gaan we met een soort gondeltje naar de andere kant van de vallei. Het is leuk om met tien gillende mensen in een open gondeltje te stappen, maar we zijn blij als we veilig heen-en-weer zijn gegondeld.

Het eindpunt van de fietstocht leidt ons in het plaatsje Rio Verde naar Pailon del Diablo (´het gezicht van de duivel´), een prachtige waterval temidden van semi-regenwoud. Terug naar Baños willen we eigenlijk de bus nemen, met de fietsen op het dak, maar voor we het weten staan we samen met onze fietsen achterop een vrachtwagen, wat hier overigens vrij normaal is.

Terug in Baños bedenken we dat we eigenlijk geen foto´s hebben gemaakt van de lavastroom die we eerder zagen. Op de fiets is het te ver, dus huren we een Squad, zo´n motor met vier wielen. Dat we geen motorrijbewijs hebben en alleen een kopietje van ons paspoort blijkt geen probleem.

We geven gas, Richard als chauffeur en Anje achterop, met allebei een ouderwets pothelmpje op ons hoofd, waar André van Duin jaloers op is. Met voorzichtige tred begeven we ons, als twee echte easy riders, op de openbare weg. Het gaat helemaal goed tot we op het stuk weg rijden waar het asfalt is weggeslagen. De hellingproef wordt niet gehaald en de Squad slaat af, en omdat de rem op een andere plek zit dan op de fiets, rijden we achteruit en scheef de weg op. We springen van het apparaat af en duwen hem naar de kant, net voor een bus ons een zetje geeft.

Het lukt ons, onverwacht maar wel gehoopt, om hem weer aan de praat te krijgen, en net op tijd voldoende gas te geven om de helling alsnog op te rijden en de aansnellende politieagent voor te blijven.

Met stof in al onze gaten, nemen we een paar foto´s en geven we gas voor de terugweg.

Hieronder wat bewijsmateriaal:

De rokende vulkaan bij Baños; de Tungurahua.
rokende vulkaan.JPG

We hebben ongeveer 30 km op een mountainbike gefietst. Het was vanuit Baños en dan voornamelijk downhill. Onderweg zagen we verschillende watervallen, de mooiste was aan het eind;.. Dit is tevens één van de langste watervallen ter wereld.
waterval Baños.JPG

Terug konden we met een vrachtwagen meerijden. Wij en onze fietsen konden in de laadbak. Speciaal voor ons werd er nog wel even een houten bankje in de bak gezet.
bergop fietsen.JPG

Op een squad zijn we naar de lavastromen, zo´n 10 km buiten het centrum van Baños, gereden. Dit zijn lavastromen van een uitbarsting van 2 maanden geleden. Complete huizen zijn ´weggespoeld´.
Richard op squad.JPG
samen op squad.JPG
lavastroom 1.JPG
lavastroom 2.JPG

Baños staat bekend vanwege een bepaald soort snoep dat er wordt gemaakt;.. Er staan veel tentjes waar dit snoep gemaakt en verkocht wordt. Het lijkt op nougat. Helaas zijn we vergeten een foto te maken van het maken van het snoep.
Baños.JPG

Posted by capibara 18:27 Archived in Ecuador Tagged tourist_sites Comments (0)

Uitvalsbasis Posada Cienega

2 t/m 3 november

sunny 24 °C

Posada Cienega is een prachtig oud koloniaal gebouw, waar vast heel veel gebeurd is in de afgelopen honderden jaren. We slapen er toch goed, hoewel het er schijnt te spoken…

Omdat Cienega afgelegen ligt en we geen eigen vervoer hebben, regelen we via de portier van de Posada een chauffeur. ´Alex is your driver´, krijgen we te horen.

We beginnen de dag in Sasquili, een dorp waar de indianenmarkt op donderdag erg kleurrijk schijnt te wezen, dus dat moeten we zien. We mogen overigens niet hardop over indianen spreken, want dat vinden de indianen niet leuk. Ze worden liever ´indigenous people´ genoemd, maar wij houden het toch op indianen. Niet verder vertellen graag.

De markt is inderdaad erg kleurrijk, met natuurlijk weer een dierenafdeling, waar nu ook lama´s worden verkocht, honderden groentenstallen, en veel stalletjes met wat er doorgaans nog meer op indianenmarkten wordt verkocht, zoals plastic emmertjes voor naast het toilet.

Het valt op dat er bovendien veel bloemenstalletjes zijn, met prachtige boeketten. Achter de bloemenstallen vinden we de begraafplaats, de bestemming voor de boeketten. Het lijkt wel jaarmarkt op de begraafplaats, met ijsverkoop tussen de graven. Bij elk graf staat een volledige familie, met busjes verf en kwasten, om de graven een soort ´grote beurt´ te geven. We horen later dat het die dag de jaarlijkse ´dag der doden´ was. Ja, dan is het inderdaad logisch dat er ijsjes en suikerspinnen naast het graf van opa indiaan, euh, opa ´indigenous´, worden verkocht.

Op de markt van Sasquili kopen we een fles water van 2 ½ liter. Kunnen we even vooruit.

We vragen de zwijgzame Alex om ons naar de Cotopaxi vulkaan te brengen, een uurtje of twee verder. De Cotopaxi is de bekendste (slapende) vulkaan van Ecuador, omdat hij de perfecte kegelvorm heeft, met een fraai randje sneeuw rond de top. De witte top is zo´n 6000 meter hoog, en is zelfs vanuit Quito te zien.

Het busje van Alex gaat de laatste paar honderd meter van de steile en hobbelige klim steeds meer ruiken. Als we op 4500 meter parkeren, komt er groene smurrie uit de motor, gevolgd door stoom. We hebben niet het ´Wat en hoe in het Spaans´ nodig om te begrijpen wat Alex bedoelt; hij heeft dringend water nodig om ons weer naar beneden te rijden. Maar waar haalt een mens om 4500 meter hoogte zo´n 2 ½ liter water vandaan?

We laten Alex lekker aanrommelen met zijn busje en onze watervoorraad, en we wandelen van 4500 naar 4800 meter hoogte. Hoewel we inmiddels wat geoefend hebben, moeten we toch vaak pauzeren om op adem te komen. We bereiken na een uurtje de hut, waar de sneeuwgrens begint en onze wandeling het hoogste punt bereikt.

Als we weer op de parkeerplaats zijn, is onze watervoorraad op (in overleg), maar brengt het busje ons weer naar Posada Cienega, waar we met Alex afspreken dat we hem (en zijn busje) graag nog een dagje willen inhuren.

Door een prachtig landschap rijden we twee uur lang langs indianendorpjes, waar vrouwen en kinderen de was doen in de rivier, waar lama´s vrolijk rondgrazen, en waar mannen druk zijn met hun indianen-dingetjes. Onderweg krijgen we weer eens een prachtige blik op de Cotopaxi, en op de stomende en ronkende Tungurahua vulkaan, vlakbij Baños, waar we verderop tijdens de reis nog zullen komen.

De bestemming van deze dag is het Quilotoa kratermeer. Op 3800 meter hoogte ligt de rand van een smaragdgroen kratermeer dat zelf op 3400 meter hoogte ligt. Het is er erg mooi, en zelfs wat toeristisch, met hoofdzakelijk lokale toeristen. We zien veel mensen naar beneden lopen, en op ezels weer omhoog komen.

Wij gaan vandaag niet naar beneden, maar beginnen vol goede moed aan de wandeling over de kraterrand. De wandeling gaat, volgens ingewijden, zo´n vijf uur duren. We zien geen enkele andere wandelaar onze richting opgaan. Als we over de kraterrand lopen, met naast ons een afgrond van 400 meter, krijgen we toch wat knikkende knieën. Het wordt pas echt leuk als blijkt dat het pad erg droog is, en we regelmatig uitglijden. We lopen een uur, houden kort crisisberaad, en besluiten dat het voor familie en bekenden beter is dat we omkeren, omdat er anders misschien geen nieuwe verslagen volgen.

En dan nu, het beeldmateriaal...

De ingang van het kerkhof van Sasquisili. Het was bijna dringen om het kerkhof op te mogen.
kerkhof Saquisili1.JPG

Veel mensen op het kerkhof zitten met een belletje te bellen. Wat het betekent weten we niet, maar het was wel erg bijzonder om overal belletjes te horen.
kerkhof Saquisili2.JPG

Op het kerkhof leek het wel feest. Er werden ijsjes en ananas verkocht en iedereen zat samen.
kerkhof Saquisili3.JPG

Eerder hadden we al gemaild dat het eten van cavia hier min of meer een delicatesse is. We hadden al meerdere keren levende kavia´s gezien. Maar zo zien ze er dus uit als ze een tijdje aan het spit rondjes hebben gedraaid.
gebakken kavia.JPG

De klim naar de Cotopaxi was grotendeels in de wolken. Maar hier kun je een klein beetje zien waar we naartoe moeten lopen.
Cotopaxi.JPG

Het kratermeer van Quilotoa was erg indrukwekkend met de mooie groene kleur.
kratermeer Quilotoa.JPG

Tijdens de wandeling die we langs de rand van het kratermeer hebben gelopen zaten 2 moeders de was te doen bij een waterput. De kinderen waren wat aan het spelen, de lama´s stonden er gezellig bij te grazen. Die mogen terug de was weer dragen. Voor onze foto wilde één van de kinderen graag even poseren.
kratermeer Quilotoa 2.JPG

Posted by capibara 18:23 Archived in Ecuador Tagged tourist_sites Comments (0)

Guayaquil / Riobamba

30 oktober t/m 1 november

sunny 25 °C

De avond na Galápagos brengen we door in het business center van ons (zaken)hotel in Guayaquil, de grootste stad van Ecuador. We gaan zo op in het bekijken van onze foto´s van Galápagos dat we pas rond 23:00 bedenken dat het knagende gevoel in de buik misschien honger is.

De volgende ochtend bekijken we een aantal van de weinige highlights van Guayaquil. De Malecon 2000 is een hoogtepunt van moderne architectuur, dat de onveilige promenade heeft vervangen door een flitsende en veilige twee kilometerlange boulevard met diverse parken en een MacDonalds. We lopen de Malecon af en beklimmen in de opgeknapte en geverfde wijk ‘Las Penas´ de 444 treden van de heuvel van Santa Ana, met mooi uitzicht op de stad. Na het gemeentehuis en de klokkentoren rennen we door het leguanenpark waar kinderen een tamme leguaan op de arm kunnen nemen. Wij doen dat niet, want we lopen met gezwinde spoed door de stad omdat we bedacht hebben dat we toch die middag verder reizen, met de bus naar Riobamba.

Het busstation is immens en in de mierenhoop vinden we het loket voor de bus naar Riobamba. De komende vijf uur genieten we van de talenten van de buschauffeur. Over een parkoers dat slingert naar een hoogte van 4000 meter, langs afgronden zonder vangrails, blijkt dat een bus niet onder hoeft te doen voor een personenauto. Sterker nog, we halen zo´n beetje alle personenauto´s in, wat overigens normaal is voor de bussen in Ecuador. Bussen halen elkaar ook in, en dat is natuurlijk het allerleukst (voor de chauffeur).

Met dichtgeknepen billen bereiken we veilig Riobamba, waar we snel ons hotel voor één nacht vinden.

Op 1 november haalt Joel ons om acht uur op bij het hotel. Joel is onze chauffeur voor die dag. Hij brengt ons van Riobamba, naar Chimbarazo, en vervolgens via Guaranda naar Posada Cienega, ons volgende hotel.

Net voor we Riobamba uitrijden stopt Joel, draait hij zijn raam open, en maakt hij een praatje met een amigo. De amigo vraagt om onze namen, en we rijden verder.

Net na negen uur zet Joel de radio harder, en horen we op radio Tricolor, dé radiozender van ´todo Riobamba y omgevingos´, dat Riesjaar Otton en Antjie Hutzmon uit Holanda het mooie Ecuador bezoeken, en met Joel een dagje onderweg zijn.

De slapende Chimbarazo is met 6310 meter de hoogste vulkaan van Ecuador. We lopen van 4800 naar 5000 meter hoogte, wat op zich een kippe(n)eindje zou moeten zijn, maar door het gebrek aan zuurstof bereiken we buiten adem de bestemming.

We treffen het wederom met het weer, want het is bijna de gehele dag zonnig en we krijgen prachtige uitzichten op de vulkaan. We stoppen zo nu en dan voor een paar overstekende lama´s en vicuñas, de wilde zusjes van de lama.

Malecon 2000 in Guayaquil
Gay_Malecon2000.JPG

De wijk Las Peñas op de heuvel van Santa Ana
Gay_St Ana.JPG

Hier staan we aan de rand van een Canyon vlakbij de Chimbarazo
AH RO Canyon.JPG

We hebben geluk, onderweg hebben we al goed uitzicht op de Chimbarazo die vaak in de wolken ligt.
Chimbarazo1.JPG

Op de Chimbarazo op 5000 meter
Chimbarazo2.JPG

Onderweg van de Chimbarazo naar Latacunga kwamen we langs verschillende dorpjes. De lama wordt daar netzo gebruikt als de muilezel.
lama onderweg.JPG

Posted by capibara 18:14 Archived in Ecuador Tagged tourist_sites Comments (0)

Koloniaal Quito

18 oktober

sunny 22 °C

Omdat Quito niet in alle opzichten of wijken even veilig is, vragen we bij aankomst aan de hotelreceptionist of het veilig is, zeker in de toeristenwijk ¨Mariscal¨, waar wij slapen. Hij antwoordt dat het meevalt, wat ons voldoende vertrouwen geeft om zonder kogelvrije vesten de straat op te gaan om wat te gaan eten. Het valt inderdaad mee; om de hoek zitten tientallen restaurants, en er lopen veel mensen op straat. We zien café´s die in Amsterdam of New York niet zouden misstaan, zo modern. We zijn de enigen met bergwandelschoenen en een afritsbroek aan.

De volgende dag maken we het reguliere toeristenrondje lang de diverse bezienswaardigheden, zoals Casa de Cultura, met een heel mooi en leerzaam archeologisch museum, waar we leren dat Ecuador al wat langer bestaat en er zelfs Canari´s hebben gewoond. Ook leren we hoe men zo´n duizend jaar geleden gouden sieraden maakte. Best knap dat men dat kon, zonder dat men de gebruiksaanwijzing kon Google-en.

Rond 1400 na Christus werden de diverse volkeren in Ecuador vanuit het huidige Peru onder de voet gelopen door de Inca´s die gedurende een eeuw zo´n beetje het grootstse wereldrijk uit de geschiedenis bij elkaar veroverden, waar we over een paar weken in Peru waarschijnlijk nog wel meer over zullen leren. De miljoenen Indianen, van Inca- of andere origine werden uiteindelijk rond 1500 n.Chr. op wonderbaarlijke wijze door een paar honderd Spanjaarden overmeesterd. Het blijft een raadsel hoe dat mogelijk was, maar er gaan geruchten dat de Inca´s onwel werden van de knoflookadem van de Spanjaarden. De gouden sieraden die de Spanjaarden in Zuid-Amerika vonden, werden overigens met het nodige geweld weggeroofd en naar Spanje verscheept om te worden omgesmolten. De Inca´s c.q. indianen werden niet verscheept maar gechristend.

Na deze geschiedenisles lopen we door het oude centrum van Quito, wat heel toepasselijk ´Centro Historico´ heet. We zien prachtige koloniale pleinen waar de Spaanse invloed zichtbaar is. Het gehele centrum is werelderfgoed, een erkend monument dus. De gebouwen moeten van de Verenigde Naties op gezette tijden een kwastje krijgen en er moeten informatiebordjes bij de gebouwen staan.

Buiten het centrum ligt El Panifico, een heuvel met mooi uitzicht op de stad. Omdat de Lonely Planet (onze reisadviseur) erg stellig is met de opmerking dat het niet zo verstandig is om de heuvel op te lopen, in verband met mogelijke berovingen…., nemen we de taxi naar boven. Vanaf de heuvel, en vanaf het platform rond het beeld van de heilige Maria, overzien we het grote Quito, dat zich met de koloniale gebouwen, betonnen huisjes en hoge kantoorgebouwen, uitstrekt over de flanken van diverse vulkanen.

Tegen het einde van de middag hebben we voldoende historie in ons opgenomen en hebben we nog tijd over om naar het Centrum van de Wereld te gaan. De evenaar loopt over Ecuador heen, en in ¨Mitad del Mundo¨ wordt het middelpunt van de aarde met een monument (en soort pretpark) vereerd. Het komt wat geforceerd over, maar het blijkt uiteindelijk toch erg leuk om langs de getrokken lijn te lopen die de evenaar voorstelt, waarbij we met één been (per persoon) in het Zuiden en één been in het Noorden staan. Ja, het is zelfs leuk om hetzelfde spelletje te doen met Oost en West.

We eten authentiek bij Mama Korinda, waar we toch op safe gaan, en de gebakken cavia nog even voor ons uit schuiven. Over cavia´s gesproken; het is dé lokale specialiteit in Ecuador en Peru. We hebben inmiddels bij een taxichauffeur thuis en achterin een supermarktje diverse levende exemplaren gezien die (in dode vorm), met knoflook en paprika, prima schijnen te smaken.

Nog wat wetenswaardigheden; in Ecuador betaalt men sinds 2000 met Amerikaanse Dollars, overdag is het momenteel zo´n 22 graden en zonnig, s nachts is het tussen de 5,8 en 10 graden (en overwegend niet zonnig), poepen doet men op een normale zittoilet (niet zo´n Franse hurk), en het toiletpapier mag niet in de toilet worden gegooid, maar moet in het rode of witte plastic emmertje naast de toilet worden gegooid. Het emmertje heeft meestel een deksel dat alleen met de hand kan worden geopend en moet worden opengehouden, waarna met de andere hand het gebruikte papier tussen het reeds aanwezige gebruikte papier moet worden opgeborgen, zonder het eigen of reeds aanwezige gebruikte papier aan te raken. Het vereist wat oefening, want het lastige is dat er geen hand over is om de neus dicht te houden of om voor de ogen te houden.

Na Quito gaan we verder naar Otavalo, waar de dames niet in jeans lopen, maar in authentieke kleding (authentiek voor Ecuador, want jeans zijn ook authentiek, maar dat is ergens anders).

Beelden van het oude centrum van Quito en van het uitzicht vanaf El Panifico.
Quito_1.jpg
Quito_2.jpg
Quito_3.jpg
Quito_4.jpg
Quito_5.jpg

Het voelt wat vreemd; lopen op de evenaar.
Quito_6.jpg

Eén voet noord en éen voet zuid is gemakkelijker.
DPSCamera_0203.JPG

Posted by capibara 17:31 Archived in Ecuador Tagged tourist_sites Comments (0)

Ecuador: de eerste dagen

15 t/m 17 oktober

semi-overcast 20 °C

Bonaire was dus prachtig, maar was eigenlijk niet het begin van de échte reis. Die reis begint op het moment dat we vlakbij Quito, de hoofdstad van Ecuador, uit het raam van de KL753 kijken: we zien een vulkaan, nog een vulkaan, nog een, nog een, en daartussen op 2800 meter hoogte ook nog een stad met een paar miljoen inwoners. Omdat er zoveel mensen wonen is er eigenlijk geen plaats geweest voor een vliegveld, dus hebben ze midden in de stad een paar betonnen banen geplaveid, waar gezagvoerder Jansen onze Airbus op moet zien te krijgen, terwijl hij de vulkanen ontwijkt. Het voelt redelijk spannend als we Quito naderen. Gelukkig had gezagvoerder Jansen zijn opleiding afgerond, in elk geval het theoriegedeelte…. We landen veilig.

Vanuit Quito vertrekken we direct naar Bellavista, een eco-hotel, verstopt in het nevelwoud. Nevelewoud is het zusje van regenwoud. Het is ruim twee uur rijden, waarvan we een uur nodig hebben voor de laatste 12 kilometer die steil omhoog lopen over een asfaltloze weg.

Bellavista voldoet aan onze verwachtingen. We slapen met slechts weinig anderen in een lodge, dat bestaat uit bamboehouten huisjes. We slapen op de bovenste verdieping. Rond de lodge zien we al direct tientallen kolobri´s, variërend in lengte tussen de 5 en 20 centimeter, de een nog mooier van kleur dan de ander. De leukste is amper 5 centimeter groot en heeft twee witte snowboots aan de pootjes; terwijl ze nog nooit sneeuw hebben gezien in Bellavista.

We maken een paar mooie wandelingen, waarbij de eerste nog wat onverwacht verloopt omdat ik (Richard) uitglijd en ondersteboven een meter of 8 door het regenwoud naar beneden val, met mijn hoofd naar beneden, en eindigend met een been in een varen, en een been in een bromelia, of andersom. Op zich mooie planten, maar van zo dichtbij hoeft niet echt.

De andere wandelaars schrikken er nogal van (Anje ook wel), waarna ik op mijn dapperst overeind probeer te komen, en een teken geef dat ik niets gebroken heb. Het bleek er voor de toeschouwers toch behoorlijk eng uit te hebben gezien.

Tijdens de andere wandelingen zien we veel prachtige vogels, zoals Quetzals, Toekans, Trogons en Squirrelcookoo (hoewel we misschien wat Trogons hebben aangezien voor een Squirrelcookoo, of vice versa).

We maken in de lodge kennis met Amy en Amy, een Amerikaans duo, en met Enrique del Campo, een freelance fotograaf uit Spanje die paparazzo is, maar hier in Bellavista topless Trogons schiet, of waren het toch Squirrelcookoos?

Na ruim twee dagen vertrekken we weer uit Bellavista, om onder te duiken in de hektiek van Quito. De volgende keer vertellen we ook wat meer over onze dagelijkse beslommeringen, zoals het toiletbezoek, een regelmatig terugkerend spektakel.

Onze eerste kennismaking met Ecuador, tijdens een stop op weg naar Bellavista.
Bella_1.jpg

Wat beelden van Bellavista Cloudforest en ons optrekje in een soort van luxe boomhut.
Bella_2.jpg
Bella_3.jpg
Bella_4.jpgBella_5.jpg

En zo ziet een cavia er uit voordat hij/zij de pan in gaat. Dat kun je toch niet opeten?
Bella_6.jpg

Posted by capibara 17:53 Archived in Ecuador Tagged ecotourism Comments (0)

(Entries 31 - 35 of 37) « Page .. 2 3 4 5 6 [7] 8 »