A Travellerspoint blog

By this Author: anje

Potosi

6 tot 8 december

sunny 20 °C

Vanuit Sucre gaan we met een auto en chauffeur naar Potosi. Het is wederom een prachtige rit van ongeveer 4 uur over de hoogvlakte. We rijden constant op ongeveer 4000 meter hoogte. Ook Potosi ligt op 4000 meter. Onderweg zien we verschillende kleine dorpjes waar borden staan van 'Plan'. We realiseren ons dat dat de naam is van wat vroeger Foster Parents Plan was. We kunnen nu dus getuigen dat ze echt wel dingen doen op plaatsen waar het ook echt wel nodig is.

Potosi was vooral vroeger een erg belangrijke stad. Rond 1700 had Potosi ongeveer 160.000 inwoners, destijds was het groter dan Parijs en vergelijkbaar met Sevilla. Potosi had dit te danken aan de zogenaamde Rijke Berg; de zilvermijn. Vanuit Potosi zijn honderden tonnen zilver naar Spanje gegaan, wat heeft geleid tot het begin van het kapitalisme in Europa. De Spaanse veroveraars lieten slaven in de mijnen werken, meestal Indianen, maar ook Afrikanen die het echter niet zo lang volhielden op deze hoogte. Uiteindelijk zijn er in de 17e en 18e eeuw zo´n zeven miljoen (!!!) slaven gestorven aan het verplichte werk in de mijnen.

O ja, veel zilvertransporten van de Spanjaarden werden door Nederlandsche kapers overvallen...

Ook nu is de Cerro Rico, de Rijke Berg, nog steeds erg belangrijk voor Potosi. Er werken nog steeds 14.000 mijnwerkers. Het hoogtepunt van ons bezoek aan Potosi is dan ook een bezoek aan de mijnen. Via het hotel regelen we een gids. Johnny laat ons alle ins en outs van het werken in de mijn zien. We starten onze excursie met een bezoek aan de mijnwerkersmarkt. We gaan naar een klein winkeltje waar de mijnwerkers hun boodschappen doen. Ondanks dat ze een laag salaris hebben (max. USD 12,00 per dag voor een eerst klas werker), moeten ze zelf hun eigen materiaal kopen. In dit winkeltje kopen ze bijvoorbeeld dynamietstaven, lampen, kleding en gereedschap. Het winkeltje ernaast is echter minstens zo belangrijk. Daar kopen ze namelijk hun coca-bladeren. Werkelijk alle mijnwerkers kauwen de hele dag op cocabladeren. Hierbij zit een steentje (een soort as), dat je weer in verschillende klassen hebt. De combinatie van de cocabladeren en het steentje maakt dat de mijnwerkers de hele dag fit blijven zonder te eten. Ze ontbijten 's morgen goed en eten vervolgens de hele dag niet. Ze hebben een prop van 150 cocabladeren in hun mond en daarmee kunnen ze lange werkdagen. We zien later ook duidelijk dat ze allemaal een dikke wang hebben van de prop bladeren.

Wij doen ook in beide winkeltjes wat inkopen, zodat we later bij ons bezoek aan de mijn zelf kunnen uitdelen. Gisteren hebben we ook vast pennen en sigaretten voor de mijnwerkers gekocht.

Na 'het winkelen' krijgen wij onze mijnwerkersoutfit aan. Een soort overal, een helm en een mijnwerkerslamp. We vinden het best spannend. Eigenlijk zijn we allebei geen helden als het gaat om 'kruip-door-sluip-door'. We vinden echter allebei dat we dit wel moeten zien. Wel laten we Johnny weten dat we niet helemaal naar beneden willen en dat we graag alleen door de gangen gaan waar we nog enigszins kunnen staan. Gelukkig we hebben nog even uitstel van executie. We gaan eerst nog naar de top van de berg om van het uitzicht te genieten. Johnny geeft hier al de eerste uitleg over het leven van de mijnwerkers. De jongste mijnwerkers zijn bijvoorbeeld pas 13 jaar oud. Vrouwen werken er ook, maar alleen buiten. Binnen werken zou voor vrouwen ongeluk brengen. En de gemiddelde mijnwerker wordt slecht 45 jaar oud. Vaak krijgen ze last van stoflongen wat uiteindelijk fataal is.

Tenslotte gaan we dan toch naar de mijn. De cadeaus blijken meer dan welkom. Er wordt bijna gevochten om de pennen voor de kinderen. Ik (Anje) krijg het na 10 minuten al benauwd. Maar Johnny pakt m'n hand vast en weet me te overtuigen om door te lopen tot het museum in de mijn. Achteraf ben ik blij dat ik dat gedaan heb. Het museum is een plaats waar ook de mijnwerkers op vrijdag naartoe gaan. Er hangen wat foto's en er staat o.a. een beeld van Tio; de god van de mijnwerkers (beeldmateriaal volgt). Op vrijdag wordt Tio bestrooid met cocabladeren, krijgt hij een nieuwe sigaret en drinken de arbeiders pure alcohol. Ook nu heeft Tio mazzel. Johnny geeft hem een sigaretje van Richard. Na het bezoek aan Tio gaan wij weer richting uitgang. We zijn erg onder de indruk van de rondleiding. Voor ons was het al afzien om 20 minuten onder de grond te zijn en dan pas op het eerste niveau. Wij hebben niet eens hoeven te kruipen.

In de middag bezoeken we nog het Casa de Monedas. Hier werd vroeger de Boliviaanse en ook de Spaanse munt geslagen. Tegenwoordig worden de munten juist in Spanje geslagen en is Casa de Monedas alleen een museum. Het gebouw is nog in originele staat en ook de machines staan er nog. Tijdens de rondleiding zien we hoe de munten eerst met de hand en later ook met machines werden gemaakt. We bedenken dat het gek is dat we in Utrecht nog nooit naar De Munt zijn geweest, terwijl we het hier best interessant vinden.

We sluiten de dag af met een bezoek aan het klooster. Ook hier krijgen we een rondleiding. Op zich is ook deze rondleiding weer interessant, maar het duurde erg lang. Bovendien hebben we inmiddels al wat erg veel Jezussen, Maria's, e.d. gezien.

De mijnwerkersmarkt. De cocabladeren worden hier in grote hoeveelheden verkocht, evenals de flessen met bijna pure alcohol.
Potosi_1.jpg
Potosi_2.jpg

Potosi_3.jpg
Potosi_4.jpg

En zo zien die mijnwerkers er dan uit
Potosi_5.jpg

Of nee, zo zien we er uit; met hun wang vol met cocabladeren
Potosi_7.jpg

Tio krijgt een sigaretje
Potosi_6.jpg

Toch ook nog een klein cultureel beeld; een foto uit het klooser.
Potosi_8.jpg

Posted by anje 16:51 Archived in Bolivia Tagged tourist_sites Comments (0)

Titicacameer Peru

27 en 28 november 2006

semi-overcast 15 °C

We zijn met de bus van Cusco naar Puno gegaan. Een rit van ongeveer 6,5 uur continue op een hoogte van ongeveer 4000 meter. Onderweg hadden we prachtige vergezichten, o.a. op met sneeuw bedekte bergpieken. Het was dus een prachtige rit. Ondanks dat deze dag, maar vooral voorgaande nacht, mijn buik van streek was, kon ik toch ook van deze rit genieten. Wel was het onderweg nog even schrikken. De chauffeur zag twee jongetjes op de fiets over het hoofd. Hij week te laat uit en raakte één van de jongens. Gelukkig hadden beide jongens helemaal niets en kwamen we allemaal met de schrik vrij. De uiteindelijke uitwijkactie van de chauffeur was nl best heftig. De chauffeur had er gelukkig wel van geleerd en reed vervolgens heerlijk rustig naar Puno.

Net voor Puno kregen we een mooi uitzicht op het Titicaca meer. Het was een zonnige dag, waardoor we ook hier weer een mooi uitzicht hadden. Puno zelf zag er in eerste instantie bepaald niet aantrekkelijk uit. Het was een grauwe stad met veel huizen die niet afgebouwd waren.

Op het busstation merkten we dat het buiten erg warm was. Dat is opmerkelijk als je bedenkt dat je nog steeds op 3800 meter bent.

Het centrum van Puno viel gelukkig erg mee. Er was een leuk plein met een kerk en er was een gezellige winkelstraat met veel restaurantjes en reisbureaus. Wij gebruiken ons hotel als reisbureau en boeken voor de volgende dag een boottocht naar de Uros eilanden en het eiland Taquile. Volgens afspraak worden we de volgende dag om 6:45 uur opgehaald en om 7:00 uur stappen we aan boord van onze rondvaartboot. Er zitten ongeveer 20 toeristen op de boot en een gids. Na ongeveer een half uur varen zijn we bij de Uros eilanden. De gids voorziet ons van veel en duidelijke informatie; hij spreekt goed Engels. Het eerste dat we leren is de betekenis van Titicaca. Titi is poema en caca is grijs; het Titicaca meer is dus het meer van de grijze poema. Als je het meer vanuit de lucht bekijkt (de gids laat een satelietfoto zien), dan zie je de figuur van een poema en van een konijn. Wat we al wisten, maar wat de gids ons toch nog een paar keer verteld is dat het Titicacameer het hoogst bevaarbare meer ter wereld is, 180 kilometer lang, 60 breed.

De Uros eilanden zijn ongeveer 50 rieteilandjes die dicht bij elkaar in het Titicacameer liggen. Op elk eiland staan ongeveer 8 tot 20 rieten huisjes waar de Uros mensen wonen. Het lijkt allemaal erg toeristisch en het geeft een beetje een Efteling gevoel. Toch is dat niet terecht, de mensen wonen nl echt op deze manier en dat doen ze al jaren. Het verschil met vroeger is echter dat ze nu wel min of meer leven van de toeristen, maar niet vóór de toeristen, wat onze gids ons benadrukt. Het Uros volk wil een traditie in stand houden en daarom blijven ze op dezelfde manier leven. Nu maken ze echter veel handwerk dat ze verkopen aan toeristen en daarmee verdienen ze hun geld.

We meren aan bij een van de eilanden waar we aan ´wal´ mogen. Het voelt vreemd om op een eiland van alleen riet te lopen. Het is zelfs zo dat het eiland vastligt met een soort van anker (oftewel dikke kei). Als ze willen kunnen ze het eenvoudig verplaatsen. Dat geldt overigens ook voor de rieten huizen. Die zijn erg licht en eenvoudig te verplaatsen. Best handig als je je buren zat bent. Een douche en een wc hebben de mensen niet. Het meer dient als toilet en vervolgens wordt het water uit het meer ook gebruikt als douche, als was-´machine´, drinkwater, etc. Het riet wordt ook gegeten, we mogen zelfs een stukje proeven. We krijgen ook koekjes, we nemen aan dat die ook van riet zijn gemaakt. Tenslotte heeft elk eiland ook nog een mooie rieten boot. Op die boot worden wij, door 2 echte Uros vrouwen, naar een volgend Uros eiland gepeddeld. Ook hier kunnen we een kijkje nemen in het leven van de Uros mens. Overigens, de Uros kinderen hebben ook een Uros school op één van de Uros eilanden. Voor de middelbare school moeten ze naar Puno. Uiteindelijk is het toch wel een bezoek waar we van onder de indruk zijn. Het is bijzonder dat mensen zo leven op een meer waar het toch ook best heel koud kan zijn.

Na ons bezoek aan de Uros eilanden gaan we naar Taquile eiland. Dit is het op één na grootste eiland in het Titicaca meer en dit is een ´normaal´ eiland. Het dorp ligt op een heuvel, we moeten dus een stukje klimmen. Dat valt niet mee op deze hoogte. In het dorp is een mooi Plaza de Armas. De mensen die hier wonen en rondlopen, zijn bijzonder gekleed. De traditionele mannen dragen bijvoorbeeld een muts met een mooie gekleurde pompoen. Aan de kleur van de muts en de dikte van de pompoen kun je zien of de man getrouwd is of niet. Bovendien draagt de getrouwde man een klein geborduurd tasje op zijn heup. In dat tasje zitten coca bladeren. Die mogen ze alleen kauwen als ze getrouwd zijn. De vrouwen dragen een zwarte sjaal om hun hoofd met daaraan ook weer de gekleurde pompoenen. Als de sjaal openstaat is de vrouw getrouwd. Vrouwen die niet getrouwd zijn, en dus verlegen zijn, lijken meer op moslimvrouwen. De belangrijkste man van het eiland is te herkennen aan de zwarte hoed.

We maken een mooie wandeling over het eiland en hebben lunch op één van de terrasjes. De gids krijgt bij aankomst op het eiland te horen waar hij met zijn groep mag lunchen. Ergens wordt bijgehouden dat iedere eilander evenveel verdient aan toeristen. Het menu schijnt ook overal hetzelfde te zijn; groentesoep, forel (of omelet) met patat en rijst en coca- of muntthee.

Om 14:00 uur moeten we terugvaren naar Puno. In de loop van de dag is de kans groot dat het meer op een zee gaat lijken en de golven dus te hoog worden. Om te voorkomen dat we niet meer terug kunnen, moeten we om 14:00 uur vertrekken. Het eerste stuk merk je inderdaad dat de golven al hoger zijn, maar uiteindelijk blijkt het allemaal mee te vallen. Wel is het behoorlijk koud op het dek van de boot. Als we om 16:30 uur terug zijn in Puno kijken we terug op een geslaagde dag. En op een geslaagde reis door Peru. Dit was ons laatste ´uitje´ in Peru, morgen gaan we de grens over naar Bolivia!

Op het eerste rieteiland
titi_per_1.JPG

En dit is echt het woonhuis van de Uros mensen
titi_per_2.JPG

Een Uros vrouwtje
titi_per_3.JPG

De Uros boot
titi_per_4.JPG

De vrouw met de zwarte sluier met pompoenen op Taquile
titi_per_5.JPG

De muts met de pompoen van een getrouwde man
titi_per_6.JPG

Het tasje voor de cocabalderen van de getrouwde man
titi_per_7.JPG

Een poortje, waarvan je er meerdere hebt op Taquile.
titi_per_8.JPG

Posted by anje 16:23 Archived in Peru Tagged boating Comments (0)

Arequipa en Cañon del Colca

16 t/m 18 november 2006

all seasons in one day

Nadat we midden in de nacht waren aangekomen in Arequipa, hebben we onszelf verwend met uitslapen. We hebben een mooi hotel dat ligt aan de rivier. Het ontbijt op een terras in de zon aan de rivier was dan ook een heerlijk begin van de dag.

De ochtend hebben we besteed aan de planning van de komende dagen. Op basis van onze Trotter (handboek reiziger) zochten we een reisbureau dat gespecialiseerd was in trips naar Colca Canyon. Op het genoemde adres zat echter een ander bureau. Volgens de (nieuwe??) eigenaar (Pablo) was alleen de naam veranderd. Achteraf betwijfelen we dat… Maar we gaven hem het voordeel van de twijfel. We hebben een 2-daagse trip naar Colca Canyon geboekt. Het voordeel was dat dit een tour was met een kleine groep én met veel vrijheid. In de middag konden we lekker wandelen en er was geen groepsprogramma. We vonden Pablo een aardige kerel, dus hebben we ook gevraagd of hij een offerte kan maken voor Cusco. We boeken in elk geval ook vast een vlucht van Arequipa naar Cusco voor de ochtend na Colca Canyon.

Nadat één en ander geregeld is, gaan we de stad bekijken. Arequipa is een mooie stad. We lopen eerst naar Plaza de Armas. Dit is het centrale plein met daaraan de kathedraal. Rondom het plein is een prachtige zuilengang. Het schijnt dat het lijkt op Plaza Mayor in Salamanca. Nou, dan weet je het wel.

Vervolgens zijn we naar dé beziendswaardigheid van Arequipa geweest; het klooster Santa Catalina. Dit klooster werd gesticht in 1580 en is zo groot dat het een stad in een stad is. Het heeft eigen straatjes en pleinen. Voor de rijke Spanjaarden was het lange tijd mode dat één van hun dochters het klooster intrad (en als bruid van God een flinke bruidsschat meebracht). Bovendien mochten ze (max 4) dienstmeisjes of slavinnen meenemen. We zagen daarom in het klooster veel pracht en praal. Het gebouw zelf is prachtig, met allemaal verschillende kleuren en rondom veel bloemen. Momenteel leven er nog slechts 30 kloosterzusters. We doen een rondleiding met een gids. De gids is erg lang van stof en doet haar best er een spiritueel verhaal van te maken. Het verhaal raakt ons niet echt, maar we zijn wel onder de indruk van het geheel.

Na een lekkere pannenkoek op een leuk terras gaan we naar het Museo Santuarios Andinos. Een museum waar we werkelijk van onder de indruk zijn. De rondleiding van een uur begint met een filmpje over een belangrijke archeologische vondst; de ijsprinses Juanita. Juanita is een mummie die op 8 september 1995 is gevonden op de vulkaan Ampato op een hoogte van 6380 meter. Vermoed wordt dat dit mooie 14 jarige meisje 530 jaar lang op het ijs van de vulkaan heeft doorgebracht. Omdat de mummie door de kou was ingevroren is ze erg goed bewaard gebleven. Uiteindelijk zien we Juanita in dit museum, in een glazen vitrine dat ook meteen een diepvries is. Juanita is een mensenoffer dat door de Inca´s is gebracht in de hoop de goden positief te stemmen. Er werden zelfs kleine tempels en altaren bij deze offerplaatsen gebouwd. In het museum zien we dan ook verschillende voorwerpen die als offers bij Juanita zijn gevonden.

´s Avonds hebben we tradiotioneel gegeten. Richard heeft zich gewaagd aan de alpaca; een soort lama. Het lijkt op biefstuk maar bij nader inzien is het iets taaier. Ik neem struisvogel. Die schijn je (volgens de menukaart) rondom Arequipa veel te hebben, maar wij hebben ze niet gezien. Hij smaakte prima.

De volgende 2 dagen gaan we naar Colca Canyon. Het begon goed. Het busje dat ons zou halen, kwam 3 kwartier te laat. Vervolgens bleken we in de verkeerde bus te zitten, maar bij de eerste stop (na 15 minuten) konden we alsnog overstappen in de goede bus. De eerste stop was bedoeld om inkopen te doen ter voorbereiding op de hoogte, we gaan over een pas van 4800 meter. De gids raadt aan om cocabladeren en cocasnoepjes te kopen. Verder kun je er ook nog een energie-pil bij nemen. Wij beperken ons tot de coca-bladeren en de coca-snoepjes. Richard ´pruimt´ op een paar blaadjes, maar dat blijkt bepaald niet lekker. Ik begin er niet aan. Ik neem alleen de snoepjes, die smaken prima. Bij de volgende stop nemen we ook nog een flinke beker coca-thee. We dachten even te gaan vliegen, maar eigenlijk voel je er niets van. We hadden alleen niet echt veel last van de hoogte, dus wellicht dat het hielp. Rond 14:30 uur zijn we in Chivay, een dorpje in de Colca Canyon, waar we eerst samen lunchen. Om 16:00 uur worden we naar ons hotel in Chivay gebracht. Er is dus niet echt tijd meer voor onze wandeling, bovendien regent het een beetje. Maar we kunnen om 17:00 uur met de bus naar de warmwaterbronnen. Gezien het weer, klinkt dat prima. En dat is het ook. We badderen een uur lang in heerlijk warm water. ´s Avonds gaan we met z´n allen naar de Peina, waar typisch Peruaanse muziek wordt gespeeld, inclusief Peruaanse dansen. Op zich leuk, maar het was té toeristisch. Het publiek werd teveel betrokken en moest meedansen. Zo hebben wij dus ook weer eens gedanst.

De volgende dag zien we de Canyon eigenlijk pas echt. We vertrekken om 6:00 uur en via een stop, in een leuk dorpje, gaan we naar Cruz del Condor. Samen met een paar honderd andere toeristen zien we een paar condors boven de canyon vliegen. Het is erg mooi, maar ook hier is het erg toeristisch. Na een uur gaan we terug. We stoppen nog op een aantal viewpoint en krijgen nog wat uitleg van dat wat we zien. Maar we mogen niet te lang stoppen, want we moeten nog helemaal terug naar Arequipa. Dat bleek toch wat verder rijden dan Pablo ons had verteld. Vandaag is het eerst ongeveer 4 uur over een onverharde weg en dan nog 3 uur verharde weg.

Onze conclusie is dat Colca Canyon zelf erg mooi was, maar dat we teveel in de bus hadden gezeten voor de tijd dat we de Canyon hebben gezien. Bovendien bleek de groep te groot en daar zijn wij niet voor gemaakt. Achteraf hadden we 3 dagen naar Colca Canyon moeten gaan met een kleinere groep. Verder hebben we ook geconcludeerd dat Pablo niet helemaal leek te weten wat hij had verkocht, of hij heeft het ons niet eerlijk verteld. Hoe dan ook, voor ons was het de reden om niet in te gaan op zijn offerte voor Cusco. We kunnen het beter zelf regelen...

Plaze de Armas Arequipa.
cuenc_armas.JPG

Het klooster in Arequipa
Areq_klo1.JPG

Areq_klo2.JPG

Van Juanita mochten we helaas geen foto´s maken. De beelden laten we over aan de fantasie van de lezer.

Colca Canyon
Colca_canyon.JPG

Bijna overal langs de hele rand van de Canyon proberen vrouwtjes en kinderen dingen teverkopen. Maar ze gaan ook graag poseren voor een foto om daar dan vervolgens een paar solles voor te vragen.
Colca_sfeer.JPG

Het warmwaterbad in Chivay
Colca_piscina.JPG

Posted by anje 17:00 Archived in Peru Tagged tourist_sites Comments (0)

Paracas en Lagune van Huacachina

12 t/m 14 november

sunny 25 °C

Zondag zijn we met de Royal Class bus van Ormeño van Lima naar Paracas gegaan. De bussen in Ecuador waren aardig, maar dit was echt een luxe bus. We zijn allebei wel eens met een mindere bus naar de wintersport gereden.
De rit verliep dan ook geruisloos en we werden bijna voor de deur van ons hotel (Mirador) afgezet. Paracas is een klein vissersdorp dat bekend is vanwege het National Park Paracas en de Islas Ballestas. Dat is ook de reden van ons bezoek. De meeste toeristen verblijven in Pisco, in Paracas is het daarom ´s avonds erg rustig. Overdag verandert dat, om 8:00 uur komen de busjes uit Pisco.
Toch zijn er voldoende restaurantjes, voornamelijk familierestaurantjes waarvan de dochter met de menukaart op de boulevard staat. Al die dochters proberen ons naar hun restaurant te lokken. Allemaal zijn ze het best en overal krijg je een Pisco (het lokale drankje) gratis. We kiezen toevallig het enige restaurant met live ´muziek´. De opa van 87 zit in een hoekje gitaar te spelen en zingt er ook bij. Om de 2 a 3 liedjes rookt hij een sigaretje en dan speelt hij weer verder. Het eten was prima en de bediening was eigenlijk gewoon te aardig. Erg schattig. En Pisco Sour blijkt best lekker te zijn.
Maandag beginnen we de dag met een boottocht naar Islas Ballestas. Met een speedboot krijgen we eerst een voorproefje op de Nazca lijnen. Er staat een kandelaar in de rotsen gekekend. De oorsprong is onduidelijk, er doen veschillende verhalen de ronde. De eilanden worden ook wel het ´Galapagos van de armen´ genoemd. Zelfs als je al op Galapagos bent geweest, zijn ook deze eilanden weer leuk. We zien ontzettend veel vogels, pinguïns en zeeleeuwen. Het aantal is duidelijk meer dan op Galapagos, maar het zijn minder soorten. En het stinkt er meer. Er valt ongeveer 30 cm vogelpoep in 7 jaar. Om de 7 jaar halen ze het eraf om de mest voor andere doeleinden te gebruiken.
´s Middags maken we met een groep een bustocht door het National Park dat voornamelijk uit zand bestaat. Hierbij brengen we ook een bezoek aan het museum en gaan we naar een strand. Het was een leuke tocht.
Dinsdag begint de dag verrassend. Richard doet zijn sokken aan. OK, het waren sokken die hij gisteren ook aan had. Ze roken dus lekker ... Eén sok voelde voorin wat hard, dus Richard kneep om te voelen wat het was. Het bleek erg hard. Dus die sok maar even op de kop uit schudden. Er bleek een enorme tor in die lekker warme sok te zitten. Een tor doet gelukkig geen kwaad, maar het was even schrikken. En waarschijnlijk vinden kakkerlakken zo´s sok ook wel lekker.
Na het ontbijt gaan we eerst met de taxi naar Ica. We gaan daar naar het streekmuseum. Het ritje er naartoe was niet prettig, de chauffeur vond het leuk om het gaspedaal net iets te ver in te drukken. Daar zullen we nooit aan wennen, dat blijft spannend. Maar gelukkig ging het ook nu weer goed. Het was ook maar een ritje van een uur. Het museum was aardig, maar vooral de mummies maakten het speciaal. Er waren veel en ze waren nog in goede staat.
Na het museum hebben we tickets gekocht voor de dag van morgen (via Nazca naar Arequipa). Daarna heeft onze chauffeur ons nog een kwartiertje verder gereden naar de Lagune van Huacachina. Het is een mooie oase temidden van zandduinen. We hebben er een mooi hotel geboekt. De middag gebruiken we om bij het hotel in de zon/schaduw te zitten. Zwemmen kan niet, het zwembad is tijdens een aardbeving, slechts 2 weken geleden, beschadigd. We zien geen schade, maar blijkbaar is de bodem gevaarlijk met uitstekende stukken.
Om 4 uur maken we een toch met een ´boogie´ met chauffeur door de zandduinen. Voor mij (Anje) zijn zwarte pistes met skien niet weggelegd, die zijn echt te steil en dus te eng. Als er donker zwart zou bestaan, dan waren deze zandduinen deels donkerzwart. Met de boogie gingen we daar recht naar beneden vanaf. In het begin vond ik dat behoorlijk spannend. Als je omhoog rijdt, zie je niet waar je naar beneden gaat, zo steil was het. Pas als je over de rand bent, zie je de ´afgrond´. Maar ook dit ging weer helemaal goed. Bovendien is het ´business as usual´ en gaan er dagelijks meerdere boogies rond crossen. De omgeving was prachtig. Zo ver als we konden kijken, zagen we zandduinen. Het enige afwijkende waren, in één gebied tussen de duinen, kippenschuren. In een rustige omgeving met veel wind schijnen ze het goed te doen.
Op een hoge zandduin genieten we van de zonsondergang. Het zandsurfen slaan slaan we over, het boogieën is spannend genoeg.

Pinguins op Islas Ballestas
parac1.JPG

Zeeleeuwen op Islas Ballestas
parac2.JPG

´De kathedraal´ in Paracas NP
parac3.JPG

Bij het museum van Ica ligt buiten een typisch Peruaanse hond; een kale hond. Het ziet er ´eng´ uit, gelukkig zijn ze ook hier vrij uniek en zie je voornamelijk de normale honden zoals we die thuis ook kennen.
ica_hond.JPG

De boogie waarmee we door de zandduinen hebben gereden.
oase1.JPG
oase2.JPG

Posted by anje 18:43 Archived in Peru Comments (0)

Galapagos

23 t/m 30 oktober

sunny 25 °C

Etappe drie van de reis is begonnen. Na een week Bonaire en een week noord Ecuador, vliegen we vanuit Quito via Guayquil naar San Christobal op de Galapagos eilanden, de ´enchanted islands´ en werelderfgoed.

Een stukje info voor iedereen die er nog nooit is geweest. De dertien vulkaaneilanden van de archipel liggen zo afgelegen en waren honderduizenden jaren zo onbewoond, dat de dieren er niet mensenschuw zijn. De oudste eilanden zijn een paar miljoen jaar oud, de jongste een driehonderdduizend jaar.

Bovendien zijn de eilanden bekend omdat Darwin er inspiratie opdeed voor de evolutietheorie. De vinken hebben hun snavels per eiland aangepast aan het aanwezige voedsel; de vink op het ene eiland heeft een spitse snavel omdat er hoofdzakelijk insecten te vinden zijn, terwijl de vink op een ander eiland een snavel heeft als een koevoet omdat er harde noten gekraakt moeten worden. Een vogel met een spitse snavel kan geen harde noten kraken en sterft. Dat heet evolutie, als je in het achterhoofd houdt dat zo´n proces duizenden jaren duurt.

We hebben gedurende zeven dagen een prachtige bootreis gemaakt, met een groep van zestien toeristen, die verdeeld over acht hutten volpension in de watten werden gelegd door een crew van zeven personen en een gids. De Galapagoseilanden zijn een nationaal park, en de rondreizen zijn er nogal aan de prijs waardoor de Ecuadorianen de eianden alleen van plaatjes kennen...

We voeren o.a. langs de eilanden San Cristóbal, Santa Cruz, Floreana, Isabella en Bartolomé, waar we unieke wandelingen en snorkeltochten maakten. Er valt veel te vertelen over de eilanden, maar de foto´s van de honderden niet schuwe zeeleeuwen, blue footed boobies (blauwvoetige Jan van Genten), pingüinos, en giga grote landschildpadden vertellen meer dan in woorden te beschrijven is.

IMG_3597.JPG
IMG_3765.JPG
IMG_3843.JPG
IMG_3844.JPG
IMG_3749.JPG
IMG_3776.JPG
IMG_3786.JPG
IMG_3699.JPG
IMG_3627.JPG
IMG_3601.JPG
IMG_3638.JPG

Posted by anje 17:37 Archived in Ecuador Tagged cruises Comments (0)

(Entries 6 - 10 of 13) « Page 1 [2] 3 »