A Travellerspoint blog

Bolivia

Salar de Uyuni

8 december t/m 11 december

sunny

Om half elf rijdt de jeep voor, met chauffeur Walter en kokkin Rosamarie, al 36 jaar een stel. We gaan vanuit Uyuni gedurende 3 dagen en 2 nachten een tocht maken over de Boliviaanse Altiplano, de hoogvlakte tussen de 3700 en 5000 meter, langs zoutvlaktes, woestijnen en bergmeren. De tour is mogelijk met 6 toeristen in een jeep, maar wij maken een privétour, omdat je tijdens 3 dagen hobbelen over onverharde wegen toch ook wel wat privacy wilt hebben.

Vanuit Uyuni rijden we een halfuurtje over een zandpad, waarna we stoppen in een dorpje waar men een aantal huizen heeft met muren van zoutblokken, en waar men natuurlijk ook souvenirs van zout verkoopt. We beperken ons tot de aanschaf van een lama van zout.

Na het dorpje wordt de grond steeds witter en zien we al snel een zoutvlakte die verder reikt dan de horizon. Het is een bizar, maar ook erg mooi beeld. De zoutvlakte van Uyuni (Salar de Uyuni) ligt op zo´n 3700 meter hoogte en is de grootste zoutvlakte ter wereld, ongeveer net zo groot als de oppervlakten van Noord-Holland en Gelderland samen (c.q. de oppervlakte van half België), oftewel erg groot. Heel vroeger was dit de bodem van de oceaan die na diverse bewegingen van de aardschotsen naar grote hoogte is opgestuwd. Na het verdampen van het zeewater is de zoutvlakte overgebleven.

We stoppen kort bij het zouthotel dat is gemaakt van ….

Na twee uur over de witte vlakte zien we een donkere schim aan de horizon. Als we dichterbij komen blijkt het een eiland te zijn; Isla del Pescado was vroeger waarschijn lijk een eiland in de oceaan en is nu een eiland middenin de zoutvlakte. Rond het eiland ligt geen water, maar zout, en óp het eiland groeien tientallen kaarsrechte cactussen van soms wel twaalf meter hoog. Het lijkt alsof we in een rare droom zijn terechtgekomen, en dat zonder cocabladeren, maar mooi is het wel. Het is ook vrij druk op het eiland, want er arriveren rond lunchtijd tientallen jeeps. Rosamarie prepareert achterin de jeep een heerlijke pastalunch voor ons.

Na Isla del Pescado rijden we nog een paar uur, met tachtig kilometer per uur, over de zoutvlakte, waarna de grond, rond vier uur ´s middags, langzamerhand een zandkleur krijgt en de weg overgaat in een hobbellige zand- en stenenweg. In de avond arriveren we in San Juan, een dorp op 4000 meter hoogte , waar meer lama´s dan mensen wonen. Honderden lama´s grazen rustig op de velden rond het dorp, en ze spugen ons niet eens in het gezicht als we tussen ze doorlopen.

Omdat we een privétour doen hebben we ook een privékamer, maar het verbaast ons wel dat we zelfs een privéhotel hebben, want er zijn verder geen andere gasten in het hotelletje dat de naam hotel eigenlijk niet verdient, omdat het meer een veredelde lamaschuur is, maar dat terzijde.

De sterrenhemel is subliem, vooral omdat er in San Juan alleen tussen acht en negen uur ´s avonds electriciteit is.

De volgende dag blijkt al vroeg dat de Salar de Uyuni niet het enige hoogtepunt is tijdens de tour. De landschappelijke hoogtepunten volgen elkaar op. Op het ene moment rijden we urenlang door een soort landschap waar Salvador Dali jaloers op zou zijn geweest, en waar prachtige slanke Vicuñas wegvluchten voor onze jeep. Op het andere moment staan we aan meertjes waar de spiegeling van de omliggende vulkanen alleen verstoord wordt door de honderden flamingo´s die garnaaltjes uit het brakke water lepelen. Het is een understatement om te zeggen dat de mond regelmatig openvalt van verbazing over hoe uniek en prachtig de Bolviaanse hoogvlakte is. Het is, met afstand, landschappelijk het mooiste wat we in de afgelopen maanden gezien hebben.

Aan het eind van de tweede dag slapen we op 4200 meter hoogte, aan de Laguna Colorado, het gekleurde meer. De algen in het meer verschieten van kleur als de zonnestralen het meer raken. We lopen verkleumd langs de Laguna die tientallen kleuren heeft, waaronder diepgroen, beige en oker, maar vooral bloedrood. In het gekleurde water tellen we tienduizend flamingo´s, sommige rustig hun algjes pikkend, anderen met een raar loopje elkaar pikkend. We schieten een aantal foto´s, een heel groot aantal foto´s.

We slapen in grijze barakken, waar van Amnesty geen gevangenen heengestuurd mogen worden, maar wel een groot aantal vrijwillige toeristen. Het tocht, buiten is het min tien, er zijn twee toiletjes voor dertig toeristen, en er is geen stromend water om de toilet door te spoelen of te douchen. De toeristen slapen met zijn zessen a achten op één kamer, behalve de toeristen die een privétour doen, want die slapen met zijn tweeën op een kamer met acht bedden, waarvan zes bedden onbeslapen blijven, maar waar het overigens ook gewoon koud is.

De derde dag staan we om vier uur op, doen we onze handschoenen aan, en zien we op 5000 meter hoogte de zon opkomen, waarbij de warmte van de zonnestralen een aantal geysers activeert. Op diverse plaatsen spuit het warme water tientallen meters omhoog uit de aarde. Door de stoom heen zien we perfecte vulkaankegels boven de hoogvlakte uitkomen.

We ontbijten een eindje verderop, aan een lagune, met daarin natuurlijk weer een groot aantal flamingo´s. Dappere medetoeristen ontdoen zich van hun kleding, trotseren de vrieskou en nemen plaats in het thermale en hete water. Wij bekijken het van een afstandje, met handen die zo ijskoud zijn dat zelfs de warmte van de gekookte eieren van Rosamarie geen verschil meer maakt.

Halverwege de ochtend nemen we afscheid van Walter en Rosamarie, en stappen we in een busje. We laten onze Boliviaanse exitstempel zien, rijden onder een verroest geel slagboompje door, en zijn ineens in Chili, waar het één uur later is, en waar we op asfalt rijden, wat best even schrikken is na de honderden kilometers onverharde weg van de voorbije dagen. We dalen van 4700 meter af naar 2600 meter, waar San Pedro de Atacama onze uitvalsbasis is voor de komende dagen. Het dorpje is een oase in de Atacamawoestijn, de droogste plek op aarde.

Aan het begin van de zoutvlakte staat een hotel dat volledig van zout is gemaakt.
Uyuni_1.jpg

En zo ziet zo'n zoutvlakte eruit.
Uyuni_2.jpg
Uyuni_6.jpg

Op zoek naar zoutkristallen
Uyuni_3.jpg

Het 'eiland' waar we onze lunch nuttigen
Uyuni_4.jpg

Uitzicht vanaf het 'eiland'
Uyuni_5.jpg

Er worden complete meubels van zout gemaakt.
Uyuni_7.jpg

Toch nog wat bewijsmateriaal dat we echt heel veel lama's zien.
Uyuni_8.jpg

Als de weg wat meer gaat hobbelen, laat onze chauffeur de banden een stukje leeglopen.
Uyuni_9.jpg

Wat beelden van de prachtige lagunes, vaak met flamingo's.
Uyuni_10.jpg
Uyuni_11.jpg
Uyuni_12.jpg
Uyuni_14.jpg

Een 'boom' van steen, uitgesleten door de wind.
Uyuni_13.jpg

Geysers bij het opkomen van de zon.
Uyuni_15.jpg

Posted by capibara 17:20 Archived in Bolivia Tagged tourist_sites Comments (0)

Potosi

6 tot 8 december

sunny 20 °C

Vanuit Sucre gaan we met een auto en chauffeur naar Potosi. Het is wederom een prachtige rit van ongeveer 4 uur over de hoogvlakte. We rijden constant op ongeveer 4000 meter hoogte. Ook Potosi ligt op 4000 meter. Onderweg zien we verschillende kleine dorpjes waar borden staan van 'Plan'. We realiseren ons dat dat de naam is van wat vroeger Foster Parents Plan was. We kunnen nu dus getuigen dat ze echt wel dingen doen op plaatsen waar het ook echt wel nodig is.

Potosi was vooral vroeger een erg belangrijke stad. Rond 1700 had Potosi ongeveer 160.000 inwoners, destijds was het groter dan Parijs en vergelijkbaar met Sevilla. Potosi had dit te danken aan de zogenaamde Rijke Berg; de zilvermijn. Vanuit Potosi zijn honderden tonnen zilver naar Spanje gegaan, wat heeft geleid tot het begin van het kapitalisme in Europa. De Spaanse veroveraars lieten slaven in de mijnen werken, meestal Indianen, maar ook Afrikanen die het echter niet zo lang volhielden op deze hoogte. Uiteindelijk zijn er in de 17e en 18e eeuw zo´n zeven miljoen (!!!) slaven gestorven aan het verplichte werk in de mijnen.

O ja, veel zilvertransporten van de Spanjaarden werden door Nederlandsche kapers overvallen...

Ook nu is de Cerro Rico, de Rijke Berg, nog steeds erg belangrijk voor Potosi. Er werken nog steeds 14.000 mijnwerkers. Het hoogtepunt van ons bezoek aan Potosi is dan ook een bezoek aan de mijnen. Via het hotel regelen we een gids. Johnny laat ons alle ins en outs van het werken in de mijn zien. We starten onze excursie met een bezoek aan de mijnwerkersmarkt. We gaan naar een klein winkeltje waar de mijnwerkers hun boodschappen doen. Ondanks dat ze een laag salaris hebben (max. USD 12,00 per dag voor een eerst klas werker), moeten ze zelf hun eigen materiaal kopen. In dit winkeltje kopen ze bijvoorbeeld dynamietstaven, lampen, kleding en gereedschap. Het winkeltje ernaast is echter minstens zo belangrijk. Daar kopen ze namelijk hun coca-bladeren. Werkelijk alle mijnwerkers kauwen de hele dag op cocabladeren. Hierbij zit een steentje (een soort as), dat je weer in verschillende klassen hebt. De combinatie van de cocabladeren en het steentje maakt dat de mijnwerkers de hele dag fit blijven zonder te eten. Ze ontbijten 's morgen goed en eten vervolgens de hele dag niet. Ze hebben een prop van 150 cocabladeren in hun mond en daarmee kunnen ze lange werkdagen. We zien later ook duidelijk dat ze allemaal een dikke wang hebben van de prop bladeren.

Wij doen ook in beide winkeltjes wat inkopen, zodat we later bij ons bezoek aan de mijn zelf kunnen uitdelen. Gisteren hebben we ook vast pennen en sigaretten voor de mijnwerkers gekocht.

Na 'het winkelen' krijgen wij onze mijnwerkersoutfit aan. Een soort overal, een helm en een mijnwerkerslamp. We vinden het best spannend. Eigenlijk zijn we allebei geen helden als het gaat om 'kruip-door-sluip-door'. We vinden echter allebei dat we dit wel moeten zien. Wel laten we Johnny weten dat we niet helemaal naar beneden willen en dat we graag alleen door de gangen gaan waar we nog enigszins kunnen staan. Gelukkig we hebben nog even uitstel van executie. We gaan eerst nog naar de top van de berg om van het uitzicht te genieten. Johnny geeft hier al de eerste uitleg over het leven van de mijnwerkers. De jongste mijnwerkers zijn bijvoorbeeld pas 13 jaar oud. Vrouwen werken er ook, maar alleen buiten. Binnen werken zou voor vrouwen ongeluk brengen. En de gemiddelde mijnwerker wordt slecht 45 jaar oud. Vaak krijgen ze last van stoflongen wat uiteindelijk fataal is.

Tenslotte gaan we dan toch naar de mijn. De cadeaus blijken meer dan welkom. Er wordt bijna gevochten om de pennen voor de kinderen. Ik (Anje) krijg het na 10 minuten al benauwd. Maar Johnny pakt m'n hand vast en weet me te overtuigen om door te lopen tot het museum in de mijn. Achteraf ben ik blij dat ik dat gedaan heb. Het museum is een plaats waar ook de mijnwerkers op vrijdag naartoe gaan. Er hangen wat foto's en er staat o.a. een beeld van Tio; de god van de mijnwerkers (beeldmateriaal volgt). Op vrijdag wordt Tio bestrooid met cocabladeren, krijgt hij een nieuwe sigaret en drinken de arbeiders pure alcohol. Ook nu heeft Tio mazzel. Johnny geeft hem een sigaretje van Richard. Na het bezoek aan Tio gaan wij weer richting uitgang. We zijn erg onder de indruk van de rondleiding. Voor ons was het al afzien om 20 minuten onder de grond te zijn en dan pas op het eerste niveau. Wij hebben niet eens hoeven te kruipen.

In de middag bezoeken we nog het Casa de Monedas. Hier werd vroeger de Boliviaanse en ook de Spaanse munt geslagen. Tegenwoordig worden de munten juist in Spanje geslagen en is Casa de Monedas alleen een museum. Het gebouw is nog in originele staat en ook de machines staan er nog. Tijdens de rondleiding zien we hoe de munten eerst met de hand en later ook met machines werden gemaakt. We bedenken dat het gek is dat we in Utrecht nog nooit naar De Munt zijn geweest, terwijl we het hier best interessant vinden.

We sluiten de dag af met een bezoek aan het klooster. Ook hier krijgen we een rondleiding. Op zich is ook deze rondleiding weer interessant, maar het duurde erg lang. Bovendien hebben we inmiddels al wat erg veel Jezussen, Maria's, e.d. gezien.

De mijnwerkersmarkt. De cocabladeren worden hier in grote hoeveelheden verkocht, evenals de flessen met bijna pure alcohol.
Potosi_1.jpg
Potosi_2.jpg

Potosi_3.jpg
Potosi_4.jpg

En zo zien die mijnwerkers er dan uit
Potosi_5.jpg

Of nee, zo zien we er uit; met hun wang vol met cocabladeren
Potosi_7.jpg

Tio krijgt een sigaretje
Potosi_6.jpg

Toch ook nog een klein cultureel beeld; een foto uit het klooser.
Potosi_8.jpg

Posted by anje 16:51 Archived in Bolivia Tagged tourist_sites Comments (0)

Sucre

4 december t/m 6 december

sunny 23 °C

Het is slecht weer op de dag dat we vanuit La Paz naar Sucre willen vliegen. Er ligt sneeuw langs de kant van de weg, en veel modder en stenen op de weg. Desondanks is er bij het inchecken geen vuiltje aan de lucht, en vertrekken we op tijd met onze Aerosur vlucht.

Sucre ligt op 2800 meter hoogte, omringd door een berglandschap. Het is er prachtig weer; we laten de regen blijkbaar even achter ons. Sucre is de officiële hoofdstad van Bolivia, hoewel de bestuurlijke en economische macht al jarenlang in La Paz te vinden is. Sucre is een vrijwel volledig witte stad en het lijkt de afgelopen vierhonderd jaar te hebben stilgestaan. Alle koloniale gebouwen en (tientallen) kerken staan er bij alsof we terug in de tijd zijn gegaan naar het jaar 1600. Het is er erg mooi, en zelfs nog fraaier dan Cuzco.

Onze eerste ´excursie´ is naar Cal Orcko, een paar kilometre buiten de stad. Het is de grootste (of één na grootste, maar daar zijn de meningen over verdeeld) vindplaats van sporen van dinosauriërs. Op de bodem van een meer zijn 130 miljoen jaar geleden de sporen van de dinosauriërs versteend geraakt. Na diverse bewegingen van de aarde en graafwerkzaamheden door een cementfabriek, is de bodem inmiddels te zien als verticale muur van 2 kilometer lang en 40 meter hoog. Vanaf een in augustus geopend dinosauriërs pretparkje bekijken we de muur die een paar honderd meter voor ons ligt. We zien met verrekijkers en zelfs met het blote oog diverse voetstappen op de muur staan, blijkbaar van dinosauriërs. In het pretparkje staan modellen van de giganten die ooit bij betreffende voetstappen hoorden. Met wat fantasie beelden we ons in hoe het er hier 130 miljoen jaar geleden uit moet hebben gezien.

In de middag bezoeken we het Recoletaklooster, waar we onze aandacht er niet altijd bij kunnen houden als we weer een lijdende Jezus of Maria met kind zien. Het klooster is wel mooi, met diverse patio´s en een cederboom, die vierhonderd jaar oud is en inmiddels zels een officieel nationaal monument is. Het uitzicht vanaf het plein voor het klooster is adembenemend. We nemen een paar heerlijke bananenshakes en fuitjuices, en zien wat lager de wite stad liggen, met de tientallen kerktorens en andere koloniale gebouwen, als ons uitzicht niet belemmerd wordt door kolibri´s die druk in de weer zijn met de honderden bloemen aan de rand van het terras.

De volgende dag maken we weer een cultureel rondje, deze keer langs het universiteitsmuseum (met een aantal lijdende Jezussen en Maria´s met kind), en de kathedraal met daarin (naast een aantal lijdende Jezussen en Maria´s met kind) een beeld van Nuestra Senora de Guadalupe, waarvan de jurk is bekleed met maar liefst twaalfduizend parels. Een schril contrast met de schoenpoetsers van gemiddeld zeven jaar oud op het plein voor de kathedraal, die allemaal voor 1 boliviano (10 eurocent) onze schoenen willen poetsen (en dat na een halfuur doorvragen inderdaad mogen doen).

In de middag bezoeken we het interessante en mooie Casa de La Libertad, waar een soort oud parlement te vinden is, en waar we diverse schilderijen en documenten zien aangaande de Boliviaanse onafhankelijkheid (in 1825).

Sucre is echt de witte stad.
Sucre_1.jpg
Sucre_2.jpg
Sucre_3.jpg
Sucre_4.jpg

Er kwamen steeds meer schoenenpoetsers, van alle leeftijden
Sucre_5.jpg

De begraafplaats van Sucre
Sucre_7.jpg

Het terras van het prachtige uitzicht en de heerlijk shakes.
Sucre_6.jpg

Posted by capibara 18:00 Archived in Bolivia Tagged tourist_sites Comments (0)

Tiwanaku

3 december

all seasons in one day 15 °C

Met de taxi rijden we naar het busstation van El Cementario, waar de bus naar Tiwanaku zou moeten vertrekken. We krijgen te horen dat er op zondag alleen vanuit El Alto (de hoogste wijk van La Paz) minibusjes naar Tiwanaku gaan, dus vragen we de taxichauffeur om ons nog een stukje verder te rijden. In El Alto is het erg drug, maar zijn we de enige toeristen. Van de taxichauffeur krijgen we te horen dat we maar beter extra voorzichtig kunnen zijn, wat we zeker zullen overwegen. Na een zoektocht naar de juiste minibus, vinden we er uiteindelijk eentje die ons in een uur naar de gewenste bestemming brengt.

Tiwanaku is de grootste archeologische vindplaats van Bolivia, aan de oever van het Titicacameer. Het Tiwanaku volk leefde van 1500 voor Christus tot 1200 na Christus, toen de Inca´s het heft in handen namen. De oude stad bestaat uit een deels opgegraven piramide waar geofferd werd en waar diverse tempels stonden. Naast de piramide ligt een grote vesting, met daarin de (bekende) poort van de Zon, de poort van de Maan, en diverse monolieten (grote stenen beelden). De vindplaats is erg boeiend, ondanks de plensbui die over ons heen krijgen.

In het huidige dorpje Tiwanaku bewonderen we de barokke kerk die is gebouwd met stenen die de Spanjaarden uit de oude stad hebben weggehaald. Bovendien bewonderen we de inwoners van het dorpje, de vrouwen allemaal fleurig gekleed in bonte jurken, afgemaakt met een bolhoed.

tiahuana_1.jpg
tiahuana_2.jpg
tiahuana_3.jpg
tiahuana_4.jpg
tiahuana_5.jpg

Het huidige Tiwanaku
tiahuana_6.jpg

Posted by capibara 18:26 Archived in Bolivia Tagged tourist_sites Comments (0)

La Paz

1 december t/m 2 december

all seasons in one day 15 °C

Met een lokale bus rijden we van Copacabana naar La Paz. Halverwege moeten we de bus uit, voor een oversteek over het Titicacameer. De bus heeft zijn eigen boot.

La Paz is de hoogstgelegen (officieuze) hoofdstad ter wereld, met 2 miljoen inwoners die wonen tussen de 3600 en 4000 meter hoogte. Wij bereiken de stad vanaf de hoogvlakte, de Altiplano, en rijden eerst door de hoogstgelegen woonwijk El Alto waar de arme indianenbevolking woont. Vanaf El Alto zien we het centrum van La Paz liggen, ver beneden ons in de canyon. Aan de horizon hoge witte bergen. De stad ligt prachtig.

Hartje centrum vinden we ons hotel. Direct voelt La Paz als de leukste hoofdstad van Zuid-Amerika totnogtoe. Het krioelt van de mensen, het hele centrum is een grote marktplaats, en er rijden geen personenwagens. Er rijdt echter wel veel verkeer; honderden minibusjes, tientallen ouderwetse felblauwe en gifgroene grote bussen, en ontelbare taxi´s. Het is dus gezellig druk in de stad. De verkopers op de markt zijn Aymara´s, de lokale indianen, waarvan de vrouwen mooie jurken en een bolhoed dragen.

In de middag bezoeken we en mooie koloniale wijk, waar we zes musea in drie uur bezoeken. Het zijn kleine maar leerzame musea, met carnvalsmaskers, muziekinstrumenten en informatie over de salpeteroorlog uit 1869 (of daaromtrent).

Het laatste museum is het cocamuseum, waar we uitgebreid inzicht krijgen in het belang en de geschiedenis van de cocaplant. De cocabladeren werden al duizenden jaren voor Christus gekauwd, en inmiddels is wetenschappelijk aangetoond dat de bladeren mensen meer energie geven en het hongergevoel wegnemen. De mijnwerkers uit Potosi waren (en zijn) notoire cocakauwers.

Coca bestaat uit 14 stoffen, waarvan cocaïne de bekendste is. Tientallen kilo´s van de cocabladeren worden door middel van kerosine en andere chemische middelen geconcentreerd tot de witte kristallen die men her en der neusaal inneemt.

´s Avonds eten we in Peña Huari, een soort Boliviaanse dinershow met traditionele dansen (c.q. volksdansen).

De volgende dag staan we rond half tien op het vliegveld van La Paz, voor onze verschoven vlucht naar de jungle. Er blijken echter problemen met de vlucht. Om tien uur krijgen we te horen dat we om elf uur meer informatie krijgen, waarna we om elf uur horen dat we om twaalf uur meer informatie krijgen, waarna we om twaalf uur horen dat we om één uur meer informatie krijgen, waarna we om één uur horen dat we om twee uur meer informatie krijgen, waarna we om half drie horen dat de vlucht is afgelast door het slechte weer in de jungle.

We hakken snel de knoop door, laten ons niet op de lijst voor de vlucht van de dag later zetten, en gaan niet voor driemaal is scheepsrecht; de jungle laten we voor wat hij (m/v) is, hoe jammer het ook is, omdat in Bolivia de jungle het fraaist is van geheel Zuid-Amerika. Bovendien slikken we al vier dagen onnodig malariapillen. Met zo´n 100 dollar administratiekosten krijgen we uiteindelijk wel ons geld terug van de vlucht en gereserveerde jungle lodge. Bovendien hebben we ineens vier dagen over in ons schema, dat ons rond kerst naar Paaseiland moet brengen.

We gebruiken de extra tijd in La Paz voor een bezoekje aan het Tiwanaku museum waar we keramiek en beelden zien uit Tiwanaku, de oude pre-inca stad, op 70 kilometer afstand van La Paz, die we morgen gaan bezoeken.

LP_1.JPG

LP_2.JPG

LP_3.JPG

Posted by capibara 05:08 Archived in Bolivia Tagged tourist_sites Comments (0)

(Entries 1 - 5 of 6) Page [1] 2 » Next