A Travellerspoint blog

Entries about tourist sites

Cuenca

7 en 8 november

semi-overcast 18 °C

Vanuit Baños moesten we eerst met de bus naar Ambato. Dat was slechts 1 uurtje. In Ambato was het even zoeken naar de bus naar Cuenca. Die bleek niet vanaf het station te vertrekken maar vanaf een klein privé-stationnetje om de hoek. Voorzien van onze eigen broodjes, 2 liter water, 0,5 liter cola light en 2 gratis zakjes chips met een duister sapje, stappen we om 10:00 uur in Ambato in de bus naar Cuenca. We gingen uit van een rit van 7 uur, maar de ´conducteur´ liet weten dat het 8 uur zou duren.
Rond 13:00 uur moesten we eigenlijk allebei wel nodig plassen. Er zou een wc in de bus zitten, maar die zag er niet erg toegankelijk uit. Het toeval wilde dat de chauffeur iets over 13:00 uur ging stoppen bij een restaurant; een half uur lunchpauze. We hebben ons eigen lnchpakketje uitgebreid met nog een cola en 2 yoghurtjes. Belangrijker was dat we ook even konden plassen. Het was een prettige stop, nog voor de helft van de rit. Het was wederom een prachtige rit door de bergen. Dit keer hadden we gelukkig ook een chauffeur die rekening hield met onze familie en dus rustig reed. Helaas ging het in de loop van de middag regenen en hadden we niet veel uitzicht meer. Rond 18:00 uur waren we in Cuenca. We hadden vooraf gebeld met Posada Hostal Del Angel. Het is ook nu weer een prima hotel.

Dinsdag brengen we door in Cuenca. Cuenca is een leuke stad, met een Zuid Amerikaanse sfeer. Er staan veel koloniale gebouwen en er zijn verschillende leuke pleintjes / parkjes. Het belangrijkste park is Calderon, daaraan staat ook de mooie kathedraal met blauwe koepels. We lopen wat door de stad en doen tegelijk wat ´huishoudelijke zaken´. Zo gaan we eerst naar het postkantoor om te vragen of we een pakje naar Nederland kunnen sturen. Het kan, dus we kopen een doosje bij een zeer oud omaatje die wat probeert bij te verdienen. Ze is erg blij met onze fooi van $0,20 op een (schoenen)doosje van $ 0,30. Met de doos gaan we terug naar het hotel. Onderweg laten we nog de laatste foto´s op cd branden. In het hotel vullen we de doos met verder overbodige zaken; boek van Ecuador, souvenirs (voor onszelf, van oma Hatzmann gekregen!), cd´s met foto´s e.d. Op het postkantoor wordt het netjes dichtgeplakt, we hebben vertrouwen dat het goed aankomt. Vervolgens gaan we nog naar de VVV om een tour te boeken voor woensdag. We willen met een gids naar National Park Las Cajas. We hadden overwogen om zonder gids te gaan. Het is gemakkelijk met de bus te bereiken (50 min). Maar volgens de Lonely Planet, toch een beetje de bijbel voor dit soort activiteiten, kun je er snel verdwalen. Het park ligt op 4000 meter en het is er vaak mistig, waardoor je moeilijk je weg kunt vinden. Dat vonden we een goede reden om een gids te nemen. Uiteindelijk boeken we een trip bij Terra Diversa en gaan we met een groepje met gids en chauffeur.

In de middag willen we nog naar een Inca opgraving aan de rand van Cuenca. We lopen langs de rivier naar de opgraving. Helaas wordt het steeds donkerder en begint het te regenen. Eerst nog zachtjes, maar uiteindelijk best hard. Aangezien we alleen een t-shirt aan hebben en het ook nog eens koud wordt, besluiten we de taxi naar het hotel te nemen. De opgraving zou toch niet zo bijzonder zijn, en we gaan nog naar Peru. Met onze regenjas aan lopen we nog wat door de stad. Het is wat onwennig om in de regen te lopen, we hebben nl al 4 weken lang geen regen gehad. We bezoeken nog een museum van een kerk, maar daar warden we niet echt warm van. We sluiten de middag daarom af in een lekker warm Oostenrijks café. Dat terwijl we eigenlijk een Hollands ijsje wilden halen, er schijnt nl een hele goede ´Geladeria Hollanda´ te zijn. Maar daarvoor is het nu te koud. Morgen weer een dag…

Woensdag worden we om 8:20 uur opgehaald door een busje waarmee we naar Las Cajas gaan. We zijn de laatsten die instappen, de overige deelnemers zijn 2 Duitsers en 2 Israeli´s. Las Cajas is een National Park en ligt op een hoogte varierend van 3000 tot 4000 meter. Het park is vooral bekend vanwege de vele meren dat het bevat. Er zijn 253 meren in het park. Verder is de vegetatie erg wisselend; veengrond, cloud forest, bos. Onderweg naar het park krijgen we al de eerste uitleg, dat is wel het voordeel van een gids. Gids Javier vertelt bijvoorbeeld dat de eucalyptus boom ooit is geimporteerd uit Australie en dat ze er niet blij mee zijn. Die bomen verbruiken zoveel water, dat andere bomen geen kans meer hebben om te overleven. Wij genieten juist al de hele vakantie van de heerlijke geur van de eucalyptus.
We rijden eerst naar het hoogste punt op 4100 meter. Daar maken we wat foto´s en krijgen we nog een korte uitleg over het gebied. We rijden een klein stukje terug en op 3900 meter beginnen we aan de wandeling van 3 uur. Het was een prachtige wandeling door een mooi gebied langs verschillende meertjes en door een bijzonder bos. Voor wie Lord of the Rings heeft gezien, het bos lijkt uit die film te komen (of is het andersom?). We hebben voordurend prachtige vergezichten en we hebben weer veel geluk met het weer. We waren voorbereid op regen en kou, maar de zon scheen en het was rond 18 graden. Op zich jammer dat we met regenjas, muts, handschoenen, sjaal enz rondlopen. Volgens de gids hebben we slechts 4,3 km gelopen, maar het voelt als meer.
Na de lunch maken we nog een wandeling op 3200 meter. Hier is het meer cloud forest. We zien een aantal kolibries, maar allemaal ver weg. Bovendien zien we 2 toekans, maar ook die zijn ver weg. Toch zijn we volgens de gids erg lucky, want die zie je niet vaak. Rond 16 :00 uur zijn we terug in Cuenca. Het is nog steeds mooi weer, dus kunnen we nu toch nog ons Hollandse ijsje nemen. De prijs en de hoeveelheid zijn niet echt Hollands; 4 bollen heerlijk ijs voor slecht $ 0,90. Het is een lekkere afsluiting van wederom een mooie dag.

De bus van Baños naar Cuenca, tijdens de lunchpauze.
bus nr Cuaenca.JPG

De kathedraal van Cuenca
kathedraal Cuenca.JPG

Een andere kerk in Cuenca
kerk Cuenca.JPG

In Cajas National Park hebben ze ook tulpen. Ht model lijkt op onze tulpen, ze zijn alleen erg klein.
caj_tulp.JPG

Om een beeld te geven van Cajas National Park
cajas1.JPG
cajas2.JPG

Posted by capibara 16:45 Archived in Ecuador Tagged tourist_sites Comments (0)

Baños (dansen op de vulkaan)

4 november t/m 5 november

sunny 22 °C

Chauffeur Alex blijkt ´s avonds ook ineens drummer te zijn in een oer Ecuadoraans strijkje dat iedere avond ons hotel opvrolijkt. Nu snappen we waarom hij ons zo graag een CD wilde geven.

Onze volgende bestemming is Baños, waar Alex ons in drie uur heenrijdt. Op tien kilometer voor Baños zien we dat de vulkaan Tungurahua niet alleen wat donkere wolken verspreidt, maar ook de nodige lava heeft gespuwd. De weg is namelijk over een lengte van een kilometer in onderhoud, met veel stofwolken en keien. Het asfalt en een aantal huizen bleken niet bestand tegen de gloeiende lava die er afgelopen augustus overheen is gestroomd.

Het is druk in het stadje, dat wat weg heeft van Valkenburg, met veel activiteiten voor de hedendaagse toerist, zoals raften en mountainbiken. Veel Ecuadorianen brengen er hun vakanties en weekeinden door. Ons hotel Sangay is ook lekker vol, en ligt naast het bekendste warmwaterbad van Baños, met termaal water dat is verwarmd door de vulkaan.

De tientallen reisbureaus bieden, met flitsende DVD beelden van de lavaspuwende vulkaan, aan om ´s avonds een spektakel te gaan meemaken; uitzicht op de vulkaan vanaf obervatiepunt Bellaavista dat tweehonderd meter hoger ligt dan Baños. Het blijkt inderdaad een groot spektakel. In een omgebouwde rare bus, die ´Chiva´ heet, vertrekken we met meer passagiers op het dak dan in de bus. richting uitkijkpunt. Er gaan die zaterdagavond nog zo´n twintig Chivas, dus we zijn niet alleen. Na een uurtje hobbelen, met veel gekraak, bereiken we het uitkijkpunt. Het lijkt wel feest. Grote groepen Ecuadorianen staan met een drankje in hun hand te wachten op een wonder. We kijken in dezelfde richting, maar in de duisternis zien we alleen de vlammende capriolen van twee vuurspugers, maar niet van de vulkaan. Het klopt dus toch wat we eerder hoorden; uit de vulkaan komt momenteel alleen rook, en die is ´s avonds niet te zien.

De volgende dag huren we twee mountainbikes, en fietsen we, hoofdzakelijk ´downhill´ over een heel mooi traject. Diverse watervallen laten water naar beneden donderen, en bij één waterval gaan we met een soort gondeltje naar de andere kant van de vallei. Het is leuk om met tien gillende mensen in een open gondeltje te stappen, maar we zijn blij als we veilig heen-en-weer zijn gegondeld.

Het eindpunt van de fietstocht leidt ons in het plaatsje Rio Verde naar Pailon del Diablo (´het gezicht van de duivel´), een prachtige waterval temidden van semi-regenwoud. Terug naar Baños willen we eigenlijk de bus nemen, met de fietsen op het dak, maar voor we het weten staan we samen met onze fietsen achterop een vrachtwagen, wat hier overigens vrij normaal is.

Terug in Baños bedenken we dat we eigenlijk geen foto´s hebben gemaakt van de lavastroom die we eerder zagen. Op de fiets is het te ver, dus huren we een Squad, zo´n motor met vier wielen. Dat we geen motorrijbewijs hebben en alleen een kopietje van ons paspoort blijkt geen probleem.

We geven gas, Richard als chauffeur en Anje achterop, met allebei een ouderwets pothelmpje op ons hoofd, waar André van Duin jaloers op is. Met voorzichtige tred begeven we ons, als twee echte easy riders, op de openbare weg. Het gaat helemaal goed tot we op het stuk weg rijden waar het asfalt is weggeslagen. De hellingproef wordt niet gehaald en de Squad slaat af, en omdat de rem op een andere plek zit dan op de fiets, rijden we achteruit en scheef de weg op. We springen van het apparaat af en duwen hem naar de kant, net voor een bus ons een zetje geeft.

Het lukt ons, onverwacht maar wel gehoopt, om hem weer aan de praat te krijgen, en net op tijd voldoende gas te geven om de helling alsnog op te rijden en de aansnellende politieagent voor te blijven.

Met stof in al onze gaten, nemen we een paar foto´s en geven we gas voor de terugweg.

Hieronder wat bewijsmateriaal:

De rokende vulkaan bij Baños; de Tungurahua.
rokende vulkaan.JPG

We hebben ongeveer 30 km op een mountainbike gefietst. Het was vanuit Baños en dan voornamelijk downhill. Onderweg zagen we verschillende watervallen, de mooiste was aan het eind;.. Dit is tevens één van de langste watervallen ter wereld.
waterval Baños.JPG

Terug konden we met een vrachtwagen meerijden. Wij en onze fietsen konden in de laadbak. Speciaal voor ons werd er nog wel even een houten bankje in de bak gezet.
bergop fietsen.JPG

Op een squad zijn we naar de lavastromen, zo´n 10 km buiten het centrum van Baños, gereden. Dit zijn lavastromen van een uitbarsting van 2 maanden geleden. Complete huizen zijn ´weggespoeld´.
Richard op squad.JPG
samen op squad.JPG
lavastroom 1.JPG
lavastroom 2.JPG

Baños staat bekend vanwege een bepaald soort snoep dat er wordt gemaakt;.. Er staan veel tentjes waar dit snoep gemaakt en verkocht wordt. Het lijkt op nougat. Helaas zijn we vergeten een foto te maken van het maken van het snoep.
Baños.JPG

Posted by capibara 18:27 Archived in Ecuador Tagged tourist_sites Comments (0)

Uitvalsbasis Posada Cienega

2 t/m 3 november

sunny 24 °C

Posada Cienega is een prachtig oud koloniaal gebouw, waar vast heel veel gebeurd is in de afgelopen honderden jaren. We slapen er toch goed, hoewel het er schijnt te spoken…

Omdat Cienega afgelegen ligt en we geen eigen vervoer hebben, regelen we via de portier van de Posada een chauffeur. ´Alex is your driver´, krijgen we te horen.

We beginnen de dag in Sasquili, een dorp waar de indianenmarkt op donderdag erg kleurrijk schijnt te wezen, dus dat moeten we zien. We mogen overigens niet hardop over indianen spreken, want dat vinden de indianen niet leuk. Ze worden liever ´indigenous people´ genoemd, maar wij houden het toch op indianen. Niet verder vertellen graag.

De markt is inderdaad erg kleurrijk, met natuurlijk weer een dierenafdeling, waar nu ook lama´s worden verkocht, honderden groentenstallen, en veel stalletjes met wat er doorgaans nog meer op indianenmarkten wordt verkocht, zoals plastic emmertjes voor naast het toilet.

Het valt op dat er bovendien veel bloemenstalletjes zijn, met prachtige boeketten. Achter de bloemenstallen vinden we de begraafplaats, de bestemming voor de boeketten. Het lijkt wel jaarmarkt op de begraafplaats, met ijsverkoop tussen de graven. Bij elk graf staat een volledige familie, met busjes verf en kwasten, om de graven een soort ´grote beurt´ te geven. We horen later dat het die dag de jaarlijkse ´dag der doden´ was. Ja, dan is het inderdaad logisch dat er ijsjes en suikerspinnen naast het graf van opa indiaan, euh, opa ´indigenous´, worden verkocht.

Op de markt van Sasquili kopen we een fles water van 2 ½ liter. Kunnen we even vooruit.

We vragen de zwijgzame Alex om ons naar de Cotopaxi vulkaan te brengen, een uurtje of twee verder. De Cotopaxi is de bekendste (slapende) vulkaan van Ecuador, omdat hij de perfecte kegelvorm heeft, met een fraai randje sneeuw rond de top. De witte top is zo´n 6000 meter hoog, en is zelfs vanuit Quito te zien.

Het busje van Alex gaat de laatste paar honderd meter van de steile en hobbelige klim steeds meer ruiken. Als we op 4500 meter parkeren, komt er groene smurrie uit de motor, gevolgd door stoom. We hebben niet het ´Wat en hoe in het Spaans´ nodig om te begrijpen wat Alex bedoelt; hij heeft dringend water nodig om ons weer naar beneden te rijden. Maar waar haalt een mens om 4500 meter hoogte zo´n 2 ½ liter water vandaan?

We laten Alex lekker aanrommelen met zijn busje en onze watervoorraad, en we wandelen van 4500 naar 4800 meter hoogte. Hoewel we inmiddels wat geoefend hebben, moeten we toch vaak pauzeren om op adem te komen. We bereiken na een uurtje de hut, waar de sneeuwgrens begint en onze wandeling het hoogste punt bereikt.

Als we weer op de parkeerplaats zijn, is onze watervoorraad op (in overleg), maar brengt het busje ons weer naar Posada Cienega, waar we met Alex afspreken dat we hem (en zijn busje) graag nog een dagje willen inhuren.

Door een prachtig landschap rijden we twee uur lang langs indianendorpjes, waar vrouwen en kinderen de was doen in de rivier, waar lama´s vrolijk rondgrazen, en waar mannen druk zijn met hun indianen-dingetjes. Onderweg krijgen we weer eens een prachtige blik op de Cotopaxi, en op de stomende en ronkende Tungurahua vulkaan, vlakbij Baños, waar we verderop tijdens de reis nog zullen komen.

De bestemming van deze dag is het Quilotoa kratermeer. Op 3800 meter hoogte ligt de rand van een smaragdgroen kratermeer dat zelf op 3400 meter hoogte ligt. Het is er erg mooi, en zelfs wat toeristisch, met hoofdzakelijk lokale toeristen. We zien veel mensen naar beneden lopen, en op ezels weer omhoog komen.

Wij gaan vandaag niet naar beneden, maar beginnen vol goede moed aan de wandeling over de kraterrand. De wandeling gaat, volgens ingewijden, zo´n vijf uur duren. We zien geen enkele andere wandelaar onze richting opgaan. Als we over de kraterrand lopen, met naast ons een afgrond van 400 meter, krijgen we toch wat knikkende knieën. Het wordt pas echt leuk als blijkt dat het pad erg droog is, en we regelmatig uitglijden. We lopen een uur, houden kort crisisberaad, en besluiten dat het voor familie en bekenden beter is dat we omkeren, omdat er anders misschien geen nieuwe verslagen volgen.

En dan nu, het beeldmateriaal...

De ingang van het kerkhof van Sasquisili. Het was bijna dringen om het kerkhof op te mogen.
kerkhof Saquisili1.JPG

Veel mensen op het kerkhof zitten met een belletje te bellen. Wat het betekent weten we niet, maar het was wel erg bijzonder om overal belletjes te horen.
kerkhof Saquisili2.JPG

Op het kerkhof leek het wel feest. Er werden ijsjes en ananas verkocht en iedereen zat samen.
kerkhof Saquisili3.JPG

Eerder hadden we al gemaild dat het eten van cavia hier min of meer een delicatesse is. We hadden al meerdere keren levende kavia´s gezien. Maar zo zien ze er dus uit als ze een tijdje aan het spit rondjes hebben gedraaid.
gebakken kavia.JPG

De klim naar de Cotopaxi was grotendeels in de wolken. Maar hier kun je een klein beetje zien waar we naartoe moeten lopen.
Cotopaxi.JPG

Het kratermeer van Quilotoa was erg indrukwekkend met de mooie groene kleur.
kratermeer Quilotoa.JPG

Tijdens de wandeling die we langs de rand van het kratermeer hebben gelopen zaten 2 moeders de was te doen bij een waterput. De kinderen waren wat aan het spelen, de lama´s stonden er gezellig bij te grazen. Die mogen terug de was weer dragen. Voor onze foto wilde één van de kinderen graag even poseren.
kratermeer Quilotoa 2.JPG

Posted by capibara 18:23 Archived in Ecuador Tagged tourist_sites Comments (0)

Guayaquil / Riobamba

30 oktober t/m 1 november

sunny 25 °C

De avond na Galápagos brengen we door in het business center van ons (zaken)hotel in Guayaquil, de grootste stad van Ecuador. We gaan zo op in het bekijken van onze foto´s van Galápagos dat we pas rond 23:00 bedenken dat het knagende gevoel in de buik misschien honger is.

De volgende ochtend bekijken we een aantal van de weinige highlights van Guayaquil. De Malecon 2000 is een hoogtepunt van moderne architectuur, dat de onveilige promenade heeft vervangen door een flitsende en veilige twee kilometerlange boulevard met diverse parken en een MacDonalds. We lopen de Malecon af en beklimmen in de opgeknapte en geverfde wijk ‘Las Penas´ de 444 treden van de heuvel van Santa Ana, met mooi uitzicht op de stad. Na het gemeentehuis en de klokkentoren rennen we door het leguanenpark waar kinderen een tamme leguaan op de arm kunnen nemen. Wij doen dat niet, want we lopen met gezwinde spoed door de stad omdat we bedacht hebben dat we toch die middag verder reizen, met de bus naar Riobamba.

Het busstation is immens en in de mierenhoop vinden we het loket voor de bus naar Riobamba. De komende vijf uur genieten we van de talenten van de buschauffeur. Over een parkoers dat slingert naar een hoogte van 4000 meter, langs afgronden zonder vangrails, blijkt dat een bus niet onder hoeft te doen voor een personenauto. Sterker nog, we halen zo´n beetje alle personenauto´s in, wat overigens normaal is voor de bussen in Ecuador. Bussen halen elkaar ook in, en dat is natuurlijk het allerleukst (voor de chauffeur).

Met dichtgeknepen billen bereiken we veilig Riobamba, waar we snel ons hotel voor één nacht vinden.

Op 1 november haalt Joel ons om acht uur op bij het hotel. Joel is onze chauffeur voor die dag. Hij brengt ons van Riobamba, naar Chimbarazo, en vervolgens via Guaranda naar Posada Cienega, ons volgende hotel.

Net voor we Riobamba uitrijden stopt Joel, draait hij zijn raam open, en maakt hij een praatje met een amigo. De amigo vraagt om onze namen, en we rijden verder.

Net na negen uur zet Joel de radio harder, en horen we op radio Tricolor, dé radiozender van ´todo Riobamba y omgevingos´, dat Riesjaar Otton en Antjie Hutzmon uit Holanda het mooie Ecuador bezoeken, en met Joel een dagje onderweg zijn.

De slapende Chimbarazo is met 6310 meter de hoogste vulkaan van Ecuador. We lopen van 4800 naar 5000 meter hoogte, wat op zich een kippe(n)eindje zou moeten zijn, maar door het gebrek aan zuurstof bereiken we buiten adem de bestemming.

We treffen het wederom met het weer, want het is bijna de gehele dag zonnig en we krijgen prachtige uitzichten op de vulkaan. We stoppen zo nu en dan voor een paar overstekende lama´s en vicuñas, de wilde zusjes van de lama.

Malecon 2000 in Guayaquil
Gay_Malecon2000.JPG

De wijk Las Peñas op de heuvel van Santa Ana
Gay_St Ana.JPG

Hier staan we aan de rand van een Canyon vlakbij de Chimbarazo
AH RO Canyon.JPG

We hebben geluk, onderweg hebben we al goed uitzicht op de Chimbarazo die vaak in de wolken ligt.
Chimbarazo1.JPG

Op de Chimbarazo op 5000 meter
Chimbarazo2.JPG

Onderweg van de Chimbarazo naar Latacunga kwamen we langs verschillende dorpjes. De lama wordt daar netzo gebruikt als de muilezel.
lama onderweg.JPG

Posted by capibara 18:14 Archived in Ecuador Tagged tourist_sites Comments (0)

Otavalo

19 t/m 21 oktober

sunny 24 °C

Richard zit naast mij het verslag van Quito te maken. Ik zat intussen te mailen, maar daar ben ik klaar mee. Dus neem ik Otavalo weer op mij. We zijn nu namelijk in Otavalo. We zitten in een minder leuk internet café dan in Quito. Bovendien zit ik vlak voor een open deur en wordt het koud; het is 19:10 uur en ´s nachts is het hier best fris (10 graden).

Donderdag zijn we uit Quito vertrokken. De eigenaar van het hotel had de naam van het busstation, voor de bussen naar Otavalo, voor ons op een briefje gezet. Met dat briefje kon de taxi ons voor USD 2,00 naar het station brengen. Hij stopte op de weg naast het station, daar moesten we uitstappen. Wij liepen, met onze tassen, naar het station (trap op). We liepen er wat verloren rond; welke bus moesten we nemen? Volgens de hoteleigenaar konden we kiezen: een goedkope bus die er langer over doet of een wat duurdere bus met wc en die sneller gaat. We zagen door de bomen het bos even niet meer. Maar gelukkig kwam er een vriendelijke meneer van de bewaking op ons afgelopen. In onze beste Spaans (en dat is best al vrij aardig, al vinden we dat waarschijnlijk alleen zelf) hebben we uitgelegd dat we naar Otavalo wilden. We moesten weer terug naar de weg (trap weer af) en daar kwam de bus naar Otavalo. Hij liep mee en hield meteen de eerste de beste bus aan. Binnen 2 minuten zaten we in een bus naar Otavalo. Er zaten nog 2 toeristen in, maar verder was dus bus nog leeg. Dat duurde niet lang. Vanaf dat punt stopte die bus ongeveer om de 500 meter en kwamen er Ecuadorianen aan boord. Vaak mooie mensen in klederdracht. Na ongeveer 30 minuten, we waren nog steeds in Quito, werd de video gestart. Onze oren piepen nog! De volumeknop stond op maximaal en er zat veel ruis op de lijn. Maar de overige pasagiers leken het leuk te vinden. Wij hebben onze eigen koptelefoon met muziek van de i-pod maar op gezet. Maar zelfs dat was moeilijk te verstaan.

Na Quito ging het toch nog vlot. Eenmaal buiten de stad werd er niet veel meer gestopt. Het was een mooie rit door een mooi landschap tussen de vulkanen. Uiteindelijk waren we in ongeveer 2,5 uur in Otavalo. Naar ons idee wel met een goedkope bus, het kostte nl USD 2,00 per persoon.

Otavalo is een leuk stadje omringd met vulkanen, het ligt op 2500 meter hoogte. Het is vooral bekend vanwege de grootste markt van Ecuador. Die markt is elke zaterdag. Maar de natuur is hier ook erg mooi, dus wij wilden meer dan alleen de markt. Donderdagmiddag hadden we bedacht te lopen naar het dichtstbijzijnde meer, Lago Pablo. We waren echter iets te ver gelopen en kwamen automatisch op de weg (een stoffig grintpad) naar het condor park. Ergens hadden we gelezen dat dat 3 km buiten Otavalo was, dus we moesten al dichtbij zijn. Dus hebben we onze bestemming aangepast. Uiteindelijk was het wel zeker 5 km heuvel op lopen, maar het was de moeite waard. Het was zonnig en warm, ondanks de hoogte. Ik had daarom mijn pijpen afgeritst en liep in blote benen. Daar heb ik nu nog spijt van. Op 2500 meter zitten geen muggen, maar wel andere vliegjes. Toen we even stil stonden om een foto te maken, zaten er ineens heel veel kleine vliegjes op mijn benen. Die prikten en meteen had je een klein bultje met bloed. Dat herkenden we van Costa Rica, dus ik wist al dat het veel en lang geen jeuken. En dat is het geval. Ik heb meteen de pijpen weer aangeritst en die zijn er t/m vandaan met meer vanaf gegaan. Het condor park was leuk, condors zijn echt bijzonder grote roofvogels. We kunnen ze hier ook in het echt tegen komen, dus dat zou wel heel special zijn. Het condorpark is van een stichting, maar de directeur bleek een Nederlander. Hij heeft ons veel over het park verteld. Het kost veel geld om het verder op te bouwen. Hij heeft goede sponsors (Postcode Loterij en Van der Valk), maar zelfs dan is het moeilijk. Wel leuk om te zien dat ook ons geld, als trouwe deelnemers van de postcode loterij, op deze manier goed wordt besteed.
Het meer hebben we niet meer van heel dichtbij gezien, maar bij het condor park hadden we prachtig uitzicht op het meer. Onderweg hebben we ook verschillende boertjes op het land gezien. Hier ploegen ze het land door er met een stok in te prikken. Er werken zowel mannen als vrouwen, ondacht het zware werk, vaak ook nog in de zon.

Vrijdag hebben we een prachtige wandeling rond een kratermeer gemaakt, Laguna de Cuicocha. Met een taxi zijn we er naartoe gebracht, dat was ruim een half uur rijden. Het meer lag op 2800 meter. Het was er erg rustig, maar het was ook pas 9:15 uur toen we er waren. Gelukkig kwam er nog een busje met toeristen. Het voelde toch wat ongemakkelijk om er alleen te lopen. Met ´het busje´ in onze kielzog voelde het veilig. Uiteindelijk bleken er ook in omgekeerde richting toeristen ons tegemoet te lopen, die liepen slechts een half rondje (boven afgezet en beneden weer afgehaald). Druk was het zeker niet, het was een prachtig wandeling door de natuur. Je liep over een goed pad om het meer. Daarbij moest je wel veel klimmen, we gingen van 2800 naar 3300 meter. Daardoor hadden we prachtige uitzichten, we konden zelfs de besneeuwde top van de Cotapaxi zien. We hebben het rustig gelopen en bij een van de viewpoints nog een tijdje met een Duitse mevrouw gesproken. Ze reisde alleen, liep deze toch wel pittige wandeling op slippers en gaat zondag naar Colombia. Dat je het even weet...
In ongeveer 5 uur waren we rond. Zoals afgesproken stond onze taxi om 14:30 uur weer netjes op ons te wachten. Ons Spaans is toch echt wel goed! De taxi heeft ons gebracht naar Peguche, een dorp naast Otavalo. Onderweg hebben we nog zijn vrouw en kind (als ons Spaans tenminste echt roed is) opgepikt bij het huis van zijn schoonouders. Daar hebben we nog even leer naar de cavia´s mogen kijken.
In Peguche zijn we naar een waterval geweest en vandaar zijn we terug gelopen naar Otavalo. In Otavalo kwamen we Liselotte (van Viva, voor de kenners) en Jeroen tegen. We wisten dat die mogelijkheid er was, het is leuk dat je elkaar dan ook ziet.

De zaterdagmarkt was erg leuk. We waren er om 7:00 uur in de ochtend. Op dat moment zijn er nauwelijks toeristen, maar wel alweer Liselotte en Jeroen en wij natuurlijk. De markt bestaat uit een voedselmarkt, groente en fruit, kleden e.d. maar ook dieren. De dierenmarkt bestaat voornamelijk uit heel veel varkens, koeien en een paar paarden en schapen. Wel bijzonder.

Om 10:30 hebben we een taxi naar Mojanda genomen, dat ligt op 3600 meter. Daar liggen 3 meren en daar kun je prachtig wandelen. Dat hebben we dan ook gedaan. Het was er erg verlaten, maar dat maakte het ook erg mooi. We kwamen er nog 3 cowboys op paarden tegen. We schrokken er even van, ze kwamen ineens om de hoek. Maar ze waren erg vriendelijk. Verder nog een paar toeristen gezien. We hebben ongeveer 3 uur gelopen, de taxi heeft netjes op ons gewacht. Het was voor hem te ver (40 minuten) om terug te gaan. ´s Middags hebben we ook even tijd gehad om niks te doen. Ook best lekker. Even op ons eigen zonneterras voor onze kamer. We hebben nl een erg leuke kamer bij Doña Esther! Morgen gaan we terug naar Quito en overmorgen naar Galapagos. Weer iets om naar uit te kijken.

ninas.jpg
cowboys.jpg
DPSCamera_0260.JPG
DPSCamera_0268.JPG
DPSCamera_0277.JPG
DPSCamera_0282.JPG
DPSCamera_0238.JPG

Posted by anje 17:49 Archived in Ecuador Tagged tourist_sites Comments (0)

(Entries 36 - 40 of 41) Previous « Page .. 3 4 5 6 7 [8] 9 » Next